De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Beleid rond een overdoop

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beleid rond een overdoop

Ds. Mensink helpt doopouders en kerkenraden

5 minuten leestijd

Vier jaar geleden verscheen het boek van ds. A.J. Mensink over het bijbelse recht van de kinderdoop 'Genade als erfgoed'. Nu ligt er een sterk herziene vierde druk, waarin ook ingegaan wordt op het beleid van kerkenraden als gemeenteleden zich laten overdopen.

Duizenden exemplaren van deze uitgave kwamen al in handen van doopouders en anderen die nadachten over de betekenis van de Heilige Doop. Vanwege in de gemeenten levende vragen over de doop – ook in relatie met de overdoop – gebruikte ds. Mensink, predikant in Driesum en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, een deel van zijn studieverlof om het boekje te actualiseren en uit te breiden. In Genade als erfgoed wordt de spits niet gezocht in het ontzenuwen van de argumenten tegen de kinderdoop, maar wordt een doorlopend pleidooi gevoerd om de rijkdom van onze doop te verstaan en eruit te leven. Om het met de doelstellingen van de Gereformeerde Bond te zeggen: verbreiden gaat voor verdedigen.
Nieuw – en van betekenis voor het beleid in de gemeente – is dat ds. Mensink een apart hoofdstuk wijdt aan de vraag hoe kerkenraden moeten reageren als gemeenteleden zich laten overdopen.

Wat kwam het meest aan de orde in de vragen over de doop die u sinds de eerste druk in 2005 bereikten?
‘De meeste reacties op Genade als erfgoed kwamen van mensen die kinderdoop en volwassendoop niet als tegenstelling zien, maar als twee mogelijkheden waarvoor de Bijbel in beide gevallen ruimte biedt: Moet je wel zo expliciet en exclusief aan de kinderdoop vasthouden? Drijf je dan geen wig in gemeenten en drijf je dan geen oprechte christenen uit elkaar? Daarom pleitten sommigen ervoor om in de gemeente keuzevrijheid te bieden voor kinderdoop óf volwassendoop, eventueel met de mogelijkheid tot zegenen of opdragen. Intussen wijst men dan een tweede doop wel af. Zo houd je elkaar in deze moeilijke tijd toch vast?
Een aantal lezers gaf aan niet overtuigd te zijn door Genade als erfgoed omdat er geen expliciete aanwijzingen voor de kinderdoop uit de Bijbel worden aangedragen. Met zes uitroeptekens schreef iemand: ‘Bijbelteksten graag!’ Een derde groep vragen betrof het beleid rond doop en overdoop, soms in acute situaties.’

Middel tot troost
Is het niet opvallend dat u zoveel vragen kreeg, want elke predikant moet vragen over de betekenis van de doop toch kunnen beantwoorden?
‘Ik denk dat de meeste van deze vragen aan iedere predikant gesteld worden. Veel vraagstellers gaven aan met hun eigen predikant of kerkenraad hierover al gesproken te hebben. Wellicht verwacht men van mij dat ik door de studie over de doop een meer gefundeerd antwoord kan geven, een antwoord dat de ‘standaardantwoorden’ uit het doopformulier en de verbondstheologie overstijgt.
Het maakt me ten slotte ook dankbaar dat Genade als erfgoed bij veel lezers niet zozeer vragen opriep als wel beantwoordde en dat het een middel tot troost en verwondering mocht zijn.’

Op welke punten heeft u uw boekje herzien?
‘Naast de verwerking van veel nieuwere literatuur is Genade als erfgoed aangevuld met een excurs over Romeinen 6, dé dooptekst van het Nieuwe Testament en ook een van de belangrijkste teksten die tegen de kinderdoop worden aangevoerd. Verder is de verhouding van de christelijke doop tot de doop van Johannes genuanceerder verwoord. Een belangrijke herziening is te vinden in de hoofdstukken over zegenen, opdragen en kerkelijk beleid rond overdoop. Ik heb opnieuw nagedacht over het onderscheid tussen dwaling en zonde, en hieruit een iets andere beleidslijn getrokken.’

Fundamentele verschuiving
Waarin ligt het front van uw onderwijs in deze uitgave?
‘Bij het (her)schrijven heb ik enerzijds hen op het oog gehad die op grond van aanvechtbare bijbeluitleg en theologie de kinderdoop verwerpen. Verwerping van de kinderdoop en het ondergaan van de overdoop is een fundamentele verschuiving van de nadruk op Gods genade naar de rol van de mens. Anderzijds is Genade als erfgoed ook geschreven tegen de schromelijke verwaarlozing van de doop in de gereformeerde gezindte. Deze verwaarlozing heeft mijns inziens alles te maken met het rechte zicht op de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof in Jezus Christus. Ook daar dreigt diezelfde fundamentele verschuiving in de leer van het heil. Mét verlies van alle ongekende rijkdommen van het genadeverbond!’

Op welke wijze hangen de geestelijke vragen samen met de kerkordelijke? Kun je zeggen dat als we bijbels-reformatorisch over de doop denken, het met het beleid ook wel goed komt?
‘Een kerkorde is bedoeld om het geestelijke leven van de gemeente te geleiden. Bovendien komt een kerkorde op uit de leer van de kerk, bijvoorbeeld de ambtsleer en de ecclesiologie (leer over de kerk). Bijbels-reformatorisch denken over de doop vraagt daarom om kerkordelijke doorvertaling: wat betekent de doop voor het lid zijn van de gemeente? Welke consequenties heeft een overdoop voor lidmaatschap, ambt en avondmaal? Die kerkordelijke doorvertaling is een moeizaam en moeilijk proces, omdat de kerkordelijke vragen de geestelijke vragen niet mogen verstikken en verdringen.’

Ambtsdragers
U schrijft dat een ambtsdrager die dwaalt in de leer van de doop, bijvoorbeeld door zichzelf opnieuw te laten dopen, zich ongeloofwaardig maakt en dat een kerkenraad een broeder mag verzoeken het ambt neer te leggen. Zal men u niet gaan verwijten niet zo pastoraal te zijn?
‘Ik vind dat we geen valse tegenstelling mogen maken tussen pastoraal zijn en eerlijk zijn. Daarmee pleit ik natuurlijk niet voor een onpastorale omgang met zulke ambtsdragers. Laat de toonzetting open en bewogen zijn, broederlijk en helder. Maar pastoraat betekent: zorg voor de kudde, en de gemeente is er allerminst mee gediend als er tegenstrijdig leiding aan haar gegeven wordt. Daarom moeten we én de broeder én de gemeente op het oog hebben.’

Wat ziet u graag dat doopouders en kerkenraden met uw boekje doen?
‘Laat men het boekje niet zozeer lezen als bevestiging van het eigen gelijk (‘zie je wel?')  en het op die manier in de strijd gooien. Ik hoop dat het toe-eigenend gelezen wordt, als iets waarop men persoonlijk amen mag zeggen. Dan mogen we ook de geweldige ontdekking uitdragen dat wij in de doop een God van volkomen zaligheid hebben ontmoet, die ons van eeuwigheid een stap vóór is geweest!’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Beleid rond een overdoop

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's