Herwaardering voor gevoel
God doet geen appèl op Abrahams verstand
Krampachtig proberen orthodoxe kerken zich te wapenen tegen de hedendaagse gevoelscultuur. Gevoel maken we verdacht, het verstand gaat overheersen. Afstandelijkheid en vervreemding dreigen toe te slaan in prediking en geloofsgemeenschap. Tijd voor herwaardering van het gevoel.
God heeft ons geschapen met verstand én gevoel. Een reden om het gevoelsaspect niet veronachtzamen. Gevoel wordt volgens de haptonomie (hapsis = gevoel, nomos = regel), omschreven als een innerlijke gewaarwording die zich manifesteert in het lichaam. Zo drukken kinderen veelal het gevoel van onbehagen uit in buikpijn. Geborgenheid, leegte, beklemming enzovoort borrelen niet op vanuit ons verstand maar worden aan den lijve beleefd. Overigens, in gevoelens als (zonde) last, droefheid en troost herkennen veel christenen het werk van de Heilige Geest en hebben daarmee een gevoel van Zijn nabijheid.
Emoties zijn gevoelsbewegingen. David voelde zich zo intens blij dat zelfs zijn hele lichaam mee bewoog (2 Sam.6:16). Emoties zijn niet altijd zuivere vertolkers van gevoel, ze zijn manipulatief. Televisiemakers blinken uit om met trucjes mensen te laten schateren of te laten huilen. Deze kortdurende emoties maskeren dikwijls een immens gevoel van leegte en onzekerheid. Onze hedendaagse gevoelscultuur laat zich beter typeren in een oppervlakkige emotiecultuur. In deze cultuur is het een uitdaging voor orthodoxe christenen om door te tasten naar het achterliggende gevoel. We hebben immers een Woord vol van gevoel.
Schoonste emotie
God heeft Zich niet plots geopenbaard in een naslagwerk, maar in een allesomvattende relatie met mensen. Bijbelschrijvers doen hiervan verslag en belichten gevoelens. De fijnbesnaarde David spreekt van benauwdheid en ruimte (Ps .4) of hij verlangt opnieuw naar de vreugde van Gods heil en ondersteuning van de Geest (Ps. 51).
Ook beeldspraak herbergt een gevoelslading. Als God geschilderd wordt als een Arend (Deut.32:11), een Herder (Jes. 40:11), een Vader en Rechter (Ps. 68:5), is veiligheid, steun, bescherming en troost voelbaar. Verder bevat het Woord proza en poëzie en kregen we het gezongen Woord. Een kwestie van gevoel. De stelling ‘God is vol gevoel en toont emotie’, roept vanuit onze dogmatiek weerstand op. Maar veelzeggend is de beeldspraak ‘Daarom rommelt Mijn ingewand over hem’ (Jer.31:20). God is de bron van liefde, die overvloeit in het zenden van Zijn Zoon (Joh.3:16), de schoonste emotie ooit vertoond. God is met ons lot bewógen. In de kerstnacht klinkt niet ‘Heden verkondig Ik u een interessante theologie’, maar valt het woord ‘blijdschap’.
Het is opvallend dat Christus, het Levende Woord, bij diverse ontmoetingen niet op afstand blijft met rationele begrippen, maar mensen tegemoet treedt met een (zegenrijke) aanraking. Het bijbelse woord voor aanraking (Mark.1:41) is verwant aan het Griekse woord haptein en kan omschreven worden als een heel-makende aanraking, heel de mens omvattend. Het is als een aanraking van een moeder die haar kind op schoot troost en bevestigt. Christus raakt mensen – bezielde lichamen – totaal aan, gevoel incluis. De Heelmeester kent geen eenzijdig of gescheiden mensbeeld. Hij is immers ook lichamelijk opgestaan.
Menselijke boodschappers
Nog steeds wil de HEERE ons aanraken door de dynamiek van het verkondigende Woord, waarin allerlei haptische processen actief zijn. God verkiest geen stoïcijnse spraakcomputers maar menselijke boodschappers.
In elke boodschap die gezonden of ontvangen wordt, speelt gevoel een rol. Na het drama op Koninginnedag werd nabijheid beleefd in de toespraak van de koningin. Afstandelijkheid werd gevoeld in de toespraak van de paus in Yad Vashem – de paus als geschiedenisdocent. Hoewel alleen de Heilige Geest het Woord ín het hart kan brengen, kunnen predikers wel degelijk door woordkeus, zinsbouw en stemintonatie, het Woord na áán het hart brengen. Een preek die gedomineerd wordt door een rationele tekstanalyse, smaakt als spaghetti zonder saus. Ter afsluiting een paar bevindelijke vragen is dan als mosterd na de maaltijd. Maar een exegese die doorstraald is met gevoel, komt nabij en smaakt naar meer. De predikant die zei: ‘We moeten niet over een tekst preken, maar vanuit de tekst’, heeft het goed aangevoeld.
Ds. Jac. van Dijk
In bandopnames van predikers van weleer, valt mij op dat de afstand tussen prediker/preek en hoorder, door een aantal dingen voelbaar kleiner wordt gemaakt.
Bijvoorbeeld door een directe manier van aanspreken, echter niet voortdurend de u-vorm. Taalgebruik is eenvoudig. Woordkeuze herbergt vaak een affectieve lading; illustratief is de oproep om ‘een beminnelijke Heere Jezus te omhelzen’. Dichtregels of psalmteksten worden veelvuldig voorgedragen maar niet opgedreund. Pastorale vragen van gemeenteleden worden vaak in de ik-vorm gesteld; de prediker niet als toeschouwer maar als deelhebbende. In antwoord of vraagstelling laat komt Christus live aan het woord. Zo wordt Christus present gesteld en ter sprake gebracht, niet als abstract middel maar als Persoon die aanwezig is. Bijbelse gebeurtenissen worden veelal verteld in de tegenwoordige tijd.
In een preek over Johannes 21 word je door ds. Jac. van Dijk niet aangesproken als toeschouwer, maar als een werker in de kerk, die de boot ingaat, ploetert en verschrikkelijk zijn best doet in de nacht. Live wordt de vraag gesteld: ‘Heb je ook wat visjes voor Mij’. Doodmoe en met lege handen word je voor Christus geschilderd. Uiteindelijk voel je rust en troost als de al klaarstaande maaltijd wordt voorgeschoteld.
Soms wordt met een beroep op Hebreeën 8:10 beweerd dat een prediker slechts het Woord aan het verstand hoeft te brengen. Is de kerkruimte een collegezaal en de kansel een informatiezuil?
Op de kansel blijft de prediker een pastoor, een herder met oog voor heel het schaapje. Het aangehaalde bijbelgedeelte bevat mijns inziens geen allesomvattend schema over de wijze hoe God tot mensen spreekt. Ik heb niet de indruk dat Abraham, Samuel of Paulus als eerste in hun verstand werden aangesproken.
Onbegrepen
Blij zijn met de blijde en wenen met de wenende vraagt tact en contact (letterlijk: samen voelen). Het valt ons zwaar om onze gevoelsantenne af te stemmen op de gevoelsfrequentie van de ander.
Niet (h)erkend zat een jongere in de kerk. Al zijn blijdschap in de Heere vond geen resonantie in de eredienst. Eenzaam verliet een gelovige de vereniging. Haar gevoel van geloofstwijfel werd voortdurend dogmatisch gecorrigeerd. Onbegrepen bleef een depressieve man achter in een kliniek. Al zijn angsten werden weerlegd met positief gestemde bijbelsteksten.
Gods Woord toont meer invoelend vermogen dan menig verstandig mens. Blijdschap, twijfel en angst vinden wel een klankbord in Gods Woord. Er is zelfs ruimte voor Psalm 88, die aan bedrukten, (h)erkenning geeft en zo een weg opent naar Boven.
Augustinus
Een pleidooi voor een evenwichtige aandacht voor het verstand én gevoel, impliceert niet dat een opstelsom van beide componenten het geloof dicteert. Geloof is van een andere grootheid en waarheid. In dienend opzicht mogen verstand én gevoel wel een bredere klank geven aan de boventoon van het geloof. Augustinus toonde geloofskennis, verstandkennis én gevoelskennis in de uitspraak ‘Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U’. Orthodoxe christenen die zich op deze evenwichtige wijze bewegen, zijn niet in de kramp maar vertonen opnieuw veerkracht en aantrekkingskracht in een postmoderne samenleving.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's