De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Ik kan er toch niets aan doen’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Ik kan er toch niets aan doen’

Ook christen maakt gebruik van zondagswerk

8 minuten leestijd

De zondagsrust staat in onze samenleving onder druk. Een ontwikkeling die niet buiten christenen om gaat. Integendeel, we profiteren zelf ook van wat zondagswerk oplevert. Moet een christen zich medeverantwoordelijk voelen voor het verstoren van de zondagsrust?

Wij leven in een uiterst complexe maatschappij, waarin zo’n beetje alles met alles is verweven geraakt. Nog niet zo heel lang geleden was het bestaan helder en overzichtelijk. De boer oogstte het graan, de bakker bakte het brood, de smid smeedde het werktuig. Niet dat er geen zorgen en moeiten waren, zeker wel, maar het leven kende een inzichtelijke structuur. Ieder had zijn eigen taak en plaats in deze wereld. Dat alles in een vast ritme van zes dagen werken en een dag rust.
Hoe anders, ingrijpend anders is sindsdien alles geworden. Productieprocessen zijn nu veel complexer en soms nog maar nauwelijks transparant: producten worden vervaardigd uit grondstoffen die van ver komen, bearbeid door mensen die mogelijk nog verder weg leven, onder vaak twijfelachtige omstandigheden, en dat alles in een onverbiddelijke tred waarin elke dag telt. Hier en daar lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan, maar schijn bedriegt. Wie maar even verder kijkt, ziet dat niets en niemand ontkomt aan deze ontwikkeling. Of het nu gaat om ons gas of elektriciteit, om onze auto’s of apparatuur, zelfs om ons brood en melk, alles is in diezelfde maalstroom opgenomen en wij gaan er allemaal in mee.
Wie zich afvraagt hoe zich dit alles verhoudt tot de zondagsrust en wat zijn of haar verantwoordelijkheid daarin is, voelt ook onmiddellijk de complexiteit van de vraag. Ook christenen maken nu eenmaal deel uit van déze wereld.

Schuldig voelen
Gevolg hiervan is dat veel christenen zich niet alleen schuldig voelen – ‘het zou eigenlijk anders moeten’ –, maar zich tegelijk verstrikt voelen in een morele verlamming – ‘... maar ik zou eenvoudig niet weten wat ik zou moeten doen’ – of erger, van de weeromstuit een moreel onverschillige houding aannemen – ‘het zal allemaal wel, ik kan er toch niets aan doen’.
Het zou goed zijn wanneer de kerk deze vragen oppakt. Waar is de tijd gebleven dat de kerk haar visie gaf op dit soort fundamentele kwesties, denk ik dan wel eens. Neem de Evangelische Kirche in Duitsland, die zich op tal van dit soort zaken heeft bezonnen. Of de encyclieken van de Rooms-Katholieke Kerk over allerlei maatschappelijk aangelegen kwesties.
Het eerste dat in zo’n bezinning is geboden, is dat deze problematiek zorgvuldig wordt ontrafeld. Overhaaste conclusies zijn per definitie verkeerd, maar dat geldt zeker hier. Ik wil een aanzet geven.

Overbelast
Zijn wij met z’n allen niet medeverantwoordelijk voor de verstoring van de zondagsrust? Wie naar de vraag kijkt zal geneigd zijn haar met ja te beantwoorden. Wanneer wij gebruikmaken van allerlei producten waarmee de zondagsrust is gemoeid, dan dragen wij in zekere zin medeverantwoordelijkheid. Toch voelen we ook wel aan dat het iets ingewikkelder ligt. Daarom is het goed om eens beter naar het begrip (mede)verantwoordelijkheid te kijken dat hier zo’n belangrijke rol vervult. Wie dat doet, zal zien dat zich iets dubbels aftekent. Het woord verantwoordelijkheid is in onze tijd een kernbegrip geworden, omdat hiermee helder zou zijn wie wat voor zijn rekening neemt en wie waar op kan worden aangesproken. Het biedt een (moreel en juridisch) houvast in de complexe maatschappij waarin wij leven. Op zichzelf is dat een redelijke gedachte. Maar het dubbele is nu dat zich een tegenstrijdige ontwikkeling voordoet. Het begrip verantwoordelijkheid lijkt overbelast te raken. Wanneer zaken zo complex zijn geworden en zo’n beetje alles met alles samenhangt, zoals in onze samenleving, dan draagt zo’n beetje iedereen een bepaalde verantwoordelijk. Het enkele feit dat ik in deze maatschappij leef en op de een of andere manier profiteer van haar welvaart, maakt mij dus ook verantwoordelijk voor het systeem, althans zo voelen veel mensen dat.

Morele mist
Twee gevolgen tekenen zich dan helder af. Allereerst een toenemende juridisering van het begrip. Ik bedoel daarmee dat steeds gedetailleerder de juridische aansprakelijkheid wordt vastgelegd – kijk alleen maar naar een bijsluiter bij een medicijn. In de tweede plaats, en dat is ernstiger, het moreel houvast – wat is nu goed en wat niet? – wordt steeds minder. De beloofde helderheid plaats maakt voor een morele mist, met alle (hierboven geschetste) gevolgen van dien: een moreel verlammend gevoel of zelfs onverschilligheid.
Daartegenover ontstaat als vanzelf een scherpe tegenreactie. Mensen proberen op rigoureuze wijze de eigen levenssfeer zo helder en overzichtelijk mogelijk te houden. Dat gebeurt door de zondagsrust tot in de kleinste details te handhaven, zoals de Vereniging tot behoud van de zondagsrust wil. Geen begaanbare weg, lijkt mij, want wanneer je dat werkelijk consequent wil volhouden, ontkom je niet aan extremen. Ik denk aan orthodoxe joden die op de sabbat niet zelf het licht willen aandoen, maar met ‘Het is donker’ verlangen dat een ander het knopje omzet. De Amish in Amerika, die de zeventiende eeuw tot norm hebben verheven, zijn wat dat betreft consequenter. Geen reële optie.

Kennis en invloed
Maar wat dan? Ik zou twee opmerkingen willen maken. Willen wij het begrip verantwoordelijkheid blijven hanteren, dan zullen wij dat (a) moeten verbinden met andere factoren en (b) dit moeten doordenken vanuit het evangelie. Ik zal proberen duidelijk te maken wat ik bedoel. Je moet nooit het kind met het badwater weggooien. Ik pleit er dan ook niet voor het woord verantwoordelijkheid af te schaffen. Integendeel, het is een heel bruikbare term, mits zij wordt gehanteerd in samenhang met andere relevante factoren, zoals kennis en invloed.
Je kunt alleen verantwoordelijk worden gehouden als je wist of had moeten weten wat er gaande was. Nu lijkt dat ons niet veel verder te helpen. Want juist door de toegenomen kennis over allerlei zaken voelen mensen zich zo schuldig. Ik wil in dit verband dan ook op een andere belangrijke factor wijzen: invloed. Je kunt alleen verantwoordelijk worden gehouden als je de invloed had om het anders te doen lopen. Die gedachte is in ons verband behulpzaam. Heel veel mensen zijn op zichzelf eenvoudig niet in staat om dingen te veranderen. Dat hoeft ook niet, want die mogelijkheid ligt elders, bij bedrijven, bij nationale regeringen of bij internationale organisaties.

Eigen doen en laten
Zijn wij daarmee van onze verantwoordelijkheid ontheven? Nee, natuurlijk niet. Geef je stem aan een partij die oog heeft voor deze problemen; wend je invloed aan in het bedrijf waar je werkt. Daar liggen geen gemakkelijke, maar wel belangrijke taken.
Toch zou ik in dit verband nog op iets anders willen wijzen, iets fundamentelers. Hoe je het wendt of keert, iedereen heeft ergens ook zijn eigen aandeel aan het reilen en zeilen in deze wereld. Maar wanneer je je aan allerlei ontwikkelingen niet kunt onttrekken, omdat je je nu eenmaal niet aan de wereld kunt onttrekken, wil dat niet zeggen dat je je maar helemaal met de stroom moet laten meenemen. Je kunt je in je handelen al die ontwikkelingen als het ware ook persoonlijk toeeigenen. Wat bedoel ik daarmee?
Met toe-eigening bedoel ik in dit verband het opgaan in de wereld, een materialistische levensstijl. Op dat punt zouden wij onszelf eens een heel kritische spiegel moeten voorhouden: onze huizen, onze interieurs, onze tuinen, onze auto’s, onze vakanties, onze eetgewoontes en vul maar aan. Dat is geen pleidooi voor een karig, verzuurd, zelfs schraperig bestaan, helemaal niet. Maar laten wij onszelf eerlijk de vraag stellen: moet ook alles wat kan? Laten we met iets minder genoegen nemen en zo bewust iets van afstand nemen van die hele maalstroom. Ik denk dat dit is wat Paulus bedoelt in 1 Korinthe 7:30, 31.

Evangelie
Werkelijk zicht op zo’n levenshouding krijgen wij pas wanneer wij dit alles plaatsen in het perspectief van het evangelie. Want dat is veruit het belangrijkste, omdat anders het levensgroot gevaar van het andere uiterste dreigt, dat van moralisme. Dan gaat het alleen over wat wel en niet mag, wie waarvoor verantwoordelijkheid moet worden gehouden, of erger, dat wij vanuit een superieure houding anderen eens even de les lezen.
Van fundamenteel belang is dat wij ontdekken dat verantwoordelijkheid in de grond van de zaak geen moreel begrip maar een heilsbegrip is. Onze verantwoordelijkheid rust ten diepste niet in ons eigen werk, maar in het werk van Christus. In Zijn plaatsvervangend lijden en sterven.
Dan zij wij meteen bij de betekenis van de zondag. De kern ervan ligt in de samenkomst van de gemeente, waarin zij de boodschap van het bevrijdend evangelie hoort. Verantwoordelijkheid begint daar waar wij horen van Zijn werk voor ons en ons antwoord in geloof en dankbaarheid daarop. Alleen zo wordt verantwoordelijkheid bevrijd uit een moralistische sfeer, waarin de mens zichzelf voortdurend moet rechtvaardigen. Het evangelie snijdt dat bij de wortel af. Daarin ligt de betekenis van de zondag: dat wij elke keer weer horen van die vreemde vrijspraak, dat de betekenis van ons leven niet rust in onze werken, maar in Christus’ werk.

Bevrijd
Voor wij verder praten over de invulling van de zondag – iets waarover ook de Reformatie niet eensluidend was, lees bijvoorbeeld de uitleg van Calvijn over de zondag –, moeten wij leren denken vanuit de kern van deze dag: het heil dat ons van Christuswege wordt toegezegd. Alleen zo worden wij bevrijd van een verlammende, onverschillige of moralistische houding. Alleen in die weg zullen wij ontdekken wat de morele invulling van onze verantwoordelijkheid is. Wanneer wij weten te leven uit de overvloed van Christus’ genade, weten wij ook met mate gebruik te maken van deze wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘Ik kan er toch niets aan doen’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's