De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stokslagen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stokslagen

7 minuten leestijd

Hij was de voorbije zomer nogal eens in het nieuws: Gertjan Goldschmeding, voorganger van de AAC-Jouw kerk in Amersfoort. Met gekromde tenen zag ik hem spartelen bij De Wereld Draait Door, de dagelijkse talkshow van de VARA, en sidderen in de arena van de heren Pauw en Witteman. Daar zat die avond ook Jan van den Bosch aan tafel. Hij presenteert elke zondagmorgen op RTL5 het Nederlandse aandeel in het Amerikaanse christelijke televisieprogramma Hour of Power’ Ik dacht: Goldschmeding heeft in ieder geval een broeder in de nood. Maar wat bleek: Van den Bosch was uitgenodigd om Goldschmeding het leven nog zuurder te maken. Je moet bijbelgedeelten altijd in hun oorspronkelijke context lezen en bovendien: God is liefde dus je kind slaan kan nooit Gods bedoeling zijn, aldus Van den Bosch. Ook al ben je het niet eens met de beweringen van Goldschmeding, ik zou me in de vierschaar van Pauw en Witteman niet laten gebruiken om een medechristen nog harder om de oren te slaan.

Waar gaat het hier om? Het Algemeen Dagblad was in het bezit gekomen van een opname van een preek uit 2007 gehouden door voorganger Goldschmeding, misschien wel via een afvallig en daarom wraakzoekend ex-gemeentelid. In deze preek beweerde hij op grond van Gods Woord dat je een kind mag slaan, zelfs mag blijven slaan ook al huilt het van de pijn. Zijn conclusie van letterlijk bijbellezen was immers: blijven slaan totdat er een merkbare hartsverandering bij het kind te constateren valt. De zondige wil van het kind dient immers gebroken te worden. Een tekst waarop Goldschmeding zijn boodschap baseert is Spreuken 23:13 en 14. Daar is sprake van de roede: ‘Weer de tucht van de jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven. Gij zult hem met de roede slaan en zijn ziel van de hel redden.’

Uiteraard volgden er allerlei reacties in de kerkelijke pers. In Opbouw (25 september) schrijft orthopedagoog Henk Algra een bijdrage waar hij boven zet:
Straffen kent zijn grenzen. Wie staat centraal bij de straf ?
Veel straffen dienen als uitlaatklep voor de frustraties van de opvoeder. Je hebt vijf keer gezegd tegen een kind dat niets mag, de zesde keer schiet je uit je slof. ’Direct na het eten naar bed!’ Dat is begrijpelijk. In de opvoeding kom je jezelf nadrukkelijk tegen. Een bezwaar bij deze straf is echter dat het kind niet centraal meer staat, maar de frustratie van de opvoeder.
Aanhakend bij de discussies over de preken van ds. Gertjan Goldschmeding uit Amersfoort: dit is het meest fundamentele bezwaar dat ik heb tegen het slaan van kinderen, ook als het eufemistisch een pedagogische tik wordt genoemd. Slaan gebeurt meestal na een opeenstapeling van ergernissen. Alleen daarom al is slaan riskant. Maar als dat slaan gewoon(te) wordt binnen de opvoeding, gaan opvoeders écht een gevaarlijke grens over. Ik zou als predikant of als christenhulpverlener de verantwoordelijkheid niet durven dragen dat ouders op basis van mijn adviezen het recht menen te hebben om hun kinderen te slaan.
De bijbelse boodschap is dat ouders hun kinderen niet moeten verbitteren. Als een kind verbitterd raakt, komt dat meestal doordat het niet als persoon gezien wordt. Dat is bij lijfstraffen helaas wel erg vaak het geval. Maar ook bij uitspraken van ouders kan het kind buiten beeld raken. Zoals wanneer een moeder tegen haar dochter zegt: ‘Jij maakt mij zo boos!’ zo maak je als opvoeder het kind verantwoordelijk voor jouw emotie. Naarmate een kind ouder is, is het meer verantwoordelijk voor zijn gedrag.
Toch blijft de opvoeder altijd verantwoordelijk voor zijn eigen emotionele reactie.

Algra citeert de regel die vandaag vaak gehoord wordt in de politiek, op straat en in de media: Er moet harder worden gestraft. Pedagogisch optimisme is er de achtergrond van: als je maar hard genoeg straft, verdwijnen de problemen vanzelf. Maar, aldus Algra, wat is de achtergrond van zo’n regel? ‘Klinkt er bewogenheid in door met mensen aan de rand van de samenleving? Of komt deze roep voort uit eigen frustratie en teleurstelling?’
Niemand kan zonder begrenzing. Kinderen (en volwassenen) moeten dagelijks ervaren dat er grenzen zijn. Opvoeders zijn verplicht die grenzen aan kinderen aan te geven. Het is echter van groot belang vanuit welke houding opvoeders en de samenleving grenzen aangeven. Dat brengt je als opvoeder of als gezagsdrager op de vraag: wie ben ik zelf als politicus? Waarom reageer ik zo op dit gedrag? Welke emoties spelen bij mij een rol? En welk effect heeft de straf op het gedrag en de emotie van dit kind, deze puber, deze buurtbewoner? En, cruciaal: groeit hij erdoor, of wordt de woede tegen de ander alleen maar groter? Dat vraag om verbondenheid, om bewogenheid. En om bewustwording van wie ik zélf ben. Een opvoeder met een eigen levensverhaal, met alle deuken en blutsen die daarbij horen. De perfecte opvoeder bestaat niet. We moeten allemaal van de vergeving leven.

Ook in het weekblad De Wekker (25 september) wordt aandacht geschonken aan de uitspraken van Goldschmeding. In de rubriek Kwartet besteedt Frank Visscher, neuroloog van het Oosterscheldeziekenhuis in Goes, er aandacht aan. Meppen of deppen, is de fraaie woordspeling die hij kiest in de hier geciteerde column.

Mijn vrouw is wel eens geslagen. Ze was namelijk zo stom om vlak voordat het gezin naar de kerk ging op de hoed van haar moeder te gaan zitten. Het is bij die ene klap gebleven en ook in haar huwelijk is ze tot nog toe de dans ontsprongen. Ik kan mezelf overigens ook niet heugen ooit door mijn ouders geslagen te zijn, terwijl onze kinderen evenmin lichamelijk gecorrigeerd moesten worden. Niet dat wij of zij nooit stout waren, maar slaan, oftewel het toedienen van pijnprikkels was ondenkbaar. De evangelische kinderpsycholoog James Dobson (USA) en in zijn kielzog de Amersfoortse pinkstervoorganger Goldschmeding denken daar anders over. Volgens hen moet en mag je slaan (‘Gods methode’) in het kader van de opvoeding. Pijn is een uitstekend reinigingsmiddel, aldus Dobson. Goldschmeding prefereert een stok, terwijl Dobson een pollepel of twijg adviseert. De kranten, in ieder geval Trouw, AD en ND, stonden er afgelopen week vol mee. Merkwaardig is de vergoelijking: door het onderdrukken van de impuls om lijfelijk te straffen kan er zo’n frustratie ontstaan, dat er gevaarlijke dingen kunnen gebeuren. Dus om echte kindermishandeling te voorkomen kun je beter je kind een paar gedoseerde klappen verkopen. Zo is prostitutie ook goedgepraat. En als je kind uit protest huilt, is dat volgens Dobson extra reden om het verzet te breken: ‘tot de wil gebroken is’. Zelfs bij het africhten van honden is het niet gebruikelijk om ze te laten gehoorzamen door ze zó pijn te doen, dat ze gaan janken. Moet het dan bij kinderen in christelijke gezinnen dan maar wel gebeuren?

Slaan is volgens mij een uiting van onmacht. Er zijn wel andere methoden om kinderen grenzen aan te leren. Gezinnen waarin kinderen geslagen en dus mishandeld worden staan onder de aandacht van Jeugdzorg. Ik sprak laatst een kinderarts/vertrouwensarts. Hij gaf aan dat het straffen van de slaande ouder weinig zinvol was. Veel beter is het om over zo’n falend gezin een deken van aandacht, betrokkenheid en liefde te leggen. Hij was aangenaam verrast dat hij bij herhaling een beroep kon doen op vrijwilligers uit een evangelische gemeente in zijn standplaats. Deze christenen waren belangeloos bereid om gezinnen bij te staan, ook als deze geheel niet christelijk waren. Kijk, dat is pas christelijk: niet meppen, maar tranen deppen.

Wat mij intrigeert is dat Goldschmeding zich beroept op letterlijke uitspraken uit de Bijbel. Ja, zegt Jan van den Bosch in genoemd gesprek, dat is het Oude Testament en in de cultuur van die dagen ging opvoeden nu eenmaal zo. Maar wij hebben intussen het Nieuwe Testament en daarin overheerst de liefde ook in de omgang tussen ouders en kinderen. Maar waarom houden we in sommige situaties (opvoedingsmethoden bijvoorbeeld) wel rekening met de cultuur waarbinnen bijbelgedeelten zijn ontstaan en in andere gevallen (zoals bijvoorbeeld de positie van de vrouw) weer niet? Wringt daar toch niet het een en ander in ons Schriftverstaan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Stokslagen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's