Mühlhausen en Weimar
Naar het land van Bach [3]
Vandaag rijden we naar Mühlhausen, in Bachs dagen na Erfurt de grootste stad van Thüringen. De oude stad heeft een middeleeuwse sfeer, vooral door de vele vakwerkhuizen. Bach werd hier op zijn 22e organist van de Blasiuskerk.
We begeven ons naar de vroeggotische kerk met twee massieve achtkantige torens, waarvan de ene drie en de andere vier lagen heeft. Behalve huwelijks- en begrafenisdiensten en diensten op bijzondere dagen had Bach hier wekelijks zes kerkdiensten te spelen. Hij wist het kerkbestuur over te halen tot een grootschalige renovatie van het orgel en uitbreiding met een derde manuaal, een 32-voets subbas, een 16-voets bazuin en een nieuw klokkenspel in het pedaal. Het huidige orgel, uit de vorige eeuw, is naar de originele dispositie van Bach.
In het plantsoentje voor de kerk een aardige houtsculptuur met enkele muzieknoten. Het plaveisel van het grote plein laat allerlei historische vermeldingen zien, onder andere: ‘Johann Sebastian Bach (1685-1750); de roep van Mühlhausen als muziekstad volgend werd Bach 1707 tot organist van de Blasiuskirche benoemd.’ In Mühlhausen had Bach ook zijn eerste leerlingen.
Hoofdkerk
We moeten beslist ook in de Marienkerk, de hoofdkerk van Mühlhausen, kijken. Bach had hier van tijd tot tijd diensten te spelen. Belangrijker is dat in de Marienkerk de uitvoering plaatsvond van zijn eerste grootschalige werk: cantate 71, Gott ist mein König, een cantate die hij componeerde voor de jaarlijkse installatie van de raad van de stad en die grote indruk maakte.
De vijfschepige kerk heeft in het koor mooie veertiende- en vijftiende-eeuwse ramen. Tijdens de Boerenoorlog (1524-1525) preekte hier Thomas Münzer zijn revolutionair program. Ergens aan de stadsmuur vinden we zijn borstbeeld.
Na nauwelijks een jaar kreeg Bach een zeer aantrekkelijke functie aangeboden aan het hertogelijke hof in Weimar. Ondanks dat men hem in Mühlhausen zeer ongaarne liet gaan vertrok hij met heel goede verhoudingen. Verschillende keren keerde hij naar Mühlhausen terug voor een uitvoering van een muziekstuk voor de raad. Zijn neef volgde hem op als organist. En een aantal jaren later werd de derde zoon van Bach organist van de Marienkerk. Mühlhausen zou Bach niet gemakkelijk vergeten.
Weimar
Weimar was veel kleiner dan Mühlhausen. Dat betekende echter niet dat Bachs nieuwe functie minder aantrekkelijk was. Van de ruim vijfduizend inwoners van het stadje was bijna een derde in dienst van het hof.
Voordat hij in Arnstadt kwam had Bach er al een aanstelling gehad, waarschijnlijk als violist of hoforganist, maar die aanstelling was tijdelijk. Nu werd hij organist en kamermusicus bij hertog Wilhelm Ernst, die zijn residentie had in de Wilhelmsburg.
Een moeilijkheid was dat een oomzegger van Wilhelm Ernst, Ernst August, mede Bachs werkgever was en dat er tussen beiden een voortdurende machtsstrijd was. Ernst August had zijn residentie in het Rode Paleis. Wilhelm Ernst had verordend dat Bach alleen met zijn toestemming in het Rode Paleis mocht spelen. Bachs muzikale prestaties zijn er echter niet minder om. In Weimar ontstonden de meeste van zijn orgelwerken, zoals de grote preludia en fuga’s en de passacaglia. In de hofkerk had hij de beschikking over een zeer goed orgel. Hij bestudeerde van andere componisten alle orgel- en klaviermuziek die hij kon bemachtigen. Ook schreef hij het vermaarde Orgelbüchlein, bestaande uit orgelkoralen uit het lutherse liedboek, een werk waarmee hij gedurende zijn gehele Weimarperiode bezig was.
In 1714 werd hij benoemd tot concertmeester, wat betekende dat hij maandelijks nieuwe werken had uit te voeren. De hofkerk, die de bijnaam Himmelsburg had, had niet alleen een uitstekend orgel, ze had ook een uitzonderlijk goede akoestiek. Hier voerde Bach vanaf 1714 in de zondagse diensten ongeveer veertig cantates uit, waarvan er een twintigtal bewaard bleef.
Wilhelmsburg
We gaan bij het slot kijken. Helaas is er, ten gevolge van een grote brand in 1774, van het oorspronkelijke slot zo goed als niets meer over. Het slot, de hofkerk en Bachs muziekbibliotheek gingen geheel verloren. Toch is een bezoek aan het huidige slot de moeite waard. Er is een museum met schilderijen van onder andere Lucas Cranach en Franse impressionisten. Voorbij het slot is het prachtige landschapspark dat, in overleg met Goethe, die van 1776-1782 in Weimar woonde, langs de rivier de Ilm werd aangelegd. In het park is het heerlijk wandelen. We zien er het Goethetuinhuis, het huis van de componist Franz Liszt, die eveneens in Weimar woonde (1869-1886), een Shakespearemonument en andere prachtige gebouwen.
Johann Gottfried Herder
We gaan naar de stadskerk St. Petrus en Paulus, de belangrijkste kerk van Weimar, ook wel Herderkirche genoemd. De Duitse cultuurfilosoof en dichter Johann Gottfried Herder was predikant in deze kerk en werd erin begraven. Het ligt voor de hand dat Bach hier dikwijls het orgel bespeelde, want hij was bevriend met de organist van de kerk.
We kijken naar de laatgotische doopvont in de noordelijke zijkapel. Hier werden de zes kinderen van Bach, die in Weimar geboren zijn, gedoopt, onder andere Wilhelm Friedemann en Carl Philipp Emanuel. We kijken ook naar het altaar met een prachtige schildering van de kruisiging van Lucas Cranach, dat na zijn dood voltooid werd door zijn zoon. Voor de kerk staat het monument van Herder.
Huis aan Raadhuisplein
Ook een bezoek aan het mooie Raadhuisplein is de moeite waard. Hier staat het statige huis van Lucas Cranach, die er de laatste jaren van zijn leven woonde en er zijn atelier had. We kennen hem als de hofschilder van Frederik de Wijze in Wittenberg en als groot vriend van Luther. Hij schilderde verschillende portretten van Luther en andere personen uit de Duitse Reformatie en vele symbolische schilderijen die op de Reformatie betrekking hadden. Ook maakte hij prenten voor de Lutherbijbel.
Bach woonde aan de rand van het Raadhuisplein, vijf minuten van het slot. Helaas werd het huis in de Tweede Wereldoorlog verwoest. Een bordje vermeldt: ‘Hier stond het huis waarin Johann Sebastian Bach van 1708-1717 woonde. Hier werd geboren Friedemann Bach op 17 november 1710 en Philipp Emanuel Bach, op 8 maart 1714.’ Vlak erbij woonde een aantal jaren ook de Deense dichter en schrijver, Hans Christian Andersen, onder andere bekend van zijn sprookjes.
Dichtbij, op het Plein van de Democratie, is het Rode Paleis waar hertog Ernst August woonde: grijs, met rode raamlijsten en posten. Bach zal dikwijls de spanning tussen de beide hertogen gevoeld hebben.
We begeven ons naar de Jakobskerk. Deze werd in 1713 ingewijd met muzikale medewerking van de hofkapel onder leiding van Bach. Op het aangrenzende kerkhof werden Lucas Cranach, Goethe en Schiller begraven. Weimar is de stad geweest van vele Duitse klassieken.
Oneervol
Mede door de conflicten tussen de beide hertogen en een conflict van Bach met de vice-kapelmeester kwam het Bach niet ongelegen dat hij een benoeming kreeg als hoogvorstelijke kapelmeester aan het hof van hertog Leopold in Köthen. Zijn vertrek uit Weimar had echter heel wat voeten in de aarde. Hertog Wilhelm Ernst wilde hem in eerste instantie niet laten gaan. Hij zette Bach een maand gevangen, wat ongetwijfeld te maken had met onheuse woorden van Bach aan het adres van de hertog. Na een maand mocht hij de gevangenis en het hof verlaten, overigens met de mededeling: oneerval ontslag. Volgende week gaan we eens in Köthen kijken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's