De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kinderbijbel op laagste plank

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kinderbijbel op laagste plank

Christendom en beeldcultuur [3, slot]

8 minuten leestijd

De goede verhouding tussen christendom en boek staat onder druk door de invloed van internet en andere media. Hoe kan het gezin het boek hooghouden en de druk verminderen?

Hoe kunnen we in het gezin een gunstig leesklimaat scheppen? Dan moeten er allereerst boeken zijn. Beschikbaarheid is een minimale voorwaarde. Zelf heb ik altijd een onbestemd gevoel als ik in een huiskamer kom waar geen boekenkast staat. Het is het gevoel van ‘ik mis iets’. Boeken dus.
Kinderen moeten bíj de boeken kunnen. Dat betekent dat Kikker en Haas, Kareltje en De tand van Tobias niet op de bovenste plank van de boekenkast staan. Van belang is dat die aanwezige boeken gelezen worden. Ouders hebben hier een duidelijke voorbeeldfunctie. Onlangs hoorde ik een collega zeggen, en wellicht citeerde hij weer iemand anders, They don’t do what you say, but they do what you do. Het is een bekend gegeven dat kinderen het gedrag van hun ouders imiteren. Als een kind zijn ouders ziet lezen, zal het ook zelf eerder een boek pakken.

Samenbindend
Met lezen kan niet vroeg genoeg begonnen worden. Tijdens het voorlezen leert een kind ongemerkt al bepaalde principes: een boek heeft een voor- en achterkant, het bestaat uit hoofdstukken en bladzijden, zinnen bestaan uit woorden en wij lezen van links naar rechts. Voorlezen is behalve een technisch zinvolle bezigheid, ook een moment van samen genieten, mits er voldoende tijd en aandacht is. Het is een samenbindend moment, dat kan zorgen voor een positief gevoel ten aanzien van lezen. Als kinderen zelf kunnen lezen, zijn er tal van mogelijkheden om hun leesgedrag te stimuleren. Elk kind is blij met een cadeautje, dus ook met een boek dat cadeau gekregen wordt. Lidmaatschap van een (kerk)bibliotheek en die samen met kinderen bezoeken. Met elkaar aandacht besteden aan de Kinderboekenweek of de christelijke kinderboekenmaand. Elk jaar rond september geven christelijke uitgeverijen van kinderboeken prachtige catalogi uit, waarin ze hun boeken, auteurs, illustrators en activiteiten onder de aandacht brengen.

In gesprek
Het is van belang om als ouder te weten wat kinderen lezen. Kinderen jeugdboeken zijn ook voor volwassenen leuk en leerzaam om te lezen. In veel kinderboeken komen heftige dingen aan de orde. De boeken over pesten, verslaving en echtscheiding zijn inmiddels niet meer te tellen en kinderen kennen deze onderwerpen vaak ook uit hun eigen klas of vriendengroep. Een boek kan een mooie aanleiding zijn om met kinderen in gesprek te gaan. Natuurlijk heeft de ouder meer levenservaring en kan hij daar tijdens het gesprek zijn voordeel mee doen in de begeleiding van zijn kind bij het lezen. Zo draagt het lezen bij aan de socialisatie en volwassenwording van het kind.
Om op een goede manier te kunnen bijdragen is het belangrijk te weten waar het kind in zijn ontwikkeling is. Dan kan worden aangesloten bij het niveau van het kind, zowel wat betreft technisch lezen als wat betreft de ervaring en voorkeur van het kind. Aansluiting betekent niet per se op hetzelfde niveau blijven, maar juist ook proberen om een stapje verder te gaan: een boek met iets moeilijker woorden, dat iets meer ervaring vraagt en eens een ander onderwerp om de voorkeur uit te breiden. De bekende Russische psycholoog Lev Vygotsky noemde dat de zone van de naaste ontwikkeling.

Toch niet
Maar als aan alle ‘voorwaarden’ is voldaan en ouders een uiterst gunstig leesklimaat gecreëerd hebben en een kind toont toch geen interesse en wil nog steeds niet lezen? Dat kan. Ouders mogen zich dan troosten met de gedachte dat de ontwikkeling van het leesgedrag niet alleen aan hen te danken of te wijten is.
Volgens orthopedagoog Ludo Verhoeven zijn er meer factoren van invloed dan alleen het gezin: het kind zelf en wat hij noemt ‘institutionele aspecten’. Zo vraagt lezen een bepaalde leercapaciteit van kinderen en moeten er bibliotheken in de buurt zijn om lid van te kunnen worden. Ook de school als instituut is een belangrijke factor die van invloed is op de leeshouding van een kind.
Kinderen die het lezen van boeken niet leuk vinden, zullen hun verplichte portie leesvoer via school wel meekrijgen. Daarnaast zijn er tegenwoordig ook andere mogelijkheden: de luisterboeken, bijvoorbeeld voor onderweg naar de vakantiebestemming.

Reclamefolder
Is het slechter als een kind het houdt bij het lezen van technische handleidingen of zijn favoriete reclamefolder? Om het met schrijfster Nelleke Noordervliet te zeggen: ‘Er zijn heiligen en wijzen die nooit een letter hebben gelezen en er zijn booswichten en stomkoppen die een hele bibliotheek in hun hoofd hebben.’ Laten we zorgen voor veel goede boeken voor kinderen die lezen leuk vinden, maar laten we de anderen niet dwingen. Uiteindelijk worden mensen niet automatisch beter van lezen en is belezenheid geen garantie voor een goed leven.

Bijbel
Wat betekent dit voor een christen, voor wie de Bijbel en de (schriftelijk) overgeleverde tradities van levensbelang zijn? Voor christelijke ouders is het essentieel dat hun kind leest. Ze willen immers dat hun kind God leert kennen, dat is het ultieme doel van het leven: ‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.’ (Joh.17:3) Is niet het belangrijkste middel daartoe de Bijbel, Gods Woord, dat gelezen wil worden?
Ik denk dat we dat zonder meer kunnen stellen. Daarom is het van belang de zojuist genoemde principes ook toe te passen, juíst toe te passen, op de Bijbel. En daarnaast ook op christelijke lectuur.
Ik bedoel hier de principes: voordoen, voorlezen, cadeau geven, meelezen, samen over het gelezene praten en aansluiten bij de ontwikkeling van het kind.
Voordoen, dat betekent: zelf de Bijbel lezen. Wellicht doen we dat aan tafel en voor het slapen gaan, maar mag het ook overdag? Is de Bijbel een ‘alledaags’ onderdeel van ons leven, of bewaren we hem alleen voor speciale momenten, daarmee de suggestie wekkend dat bijbellezen iets is wat hoort bij het eten en slapen gaan, maar niet noodzakelijk bij de rest van ons leven. Kunnen kinderen zien dat de Bijbel centraal staat in ons leven en dan niet alleen als boek, maar vooral als het levendmakende Woord van God?

Cadeau
We kunnen kinderen hun eigen Bijbel cadeau geven om hen er uit voor te lezen. Kinderbijbels horen op de onderste plank van de boekenkast, zodat de kinderen erbij kunnen. Jonge kinderen vinden het geweldig, ook al kunnen ze nog niet lezen, om hun eigen bijbeltje mee te mogen nemen naar de kerk. Een eenvoudig bijbelverhaal willen ze steeds weer horen en na verloop van tijd kennen ze het uit hun hoofd. Is dat niet te vergelijken met het inscherpen van de geboden, waar Mozes het in Deuteronomium 6:7 over heeft?
Iets oudere kinderen kunnen uit hun Bijbel meelezen aan tafel. Gaat de Bijbel na het lezen meteen dicht of geven we elkaar de ruimte er iets over te zeggen of te vragen? Beleven we samen iets in het moment rondom het Woord? Dat werkt samenbindend, en als we gewend zijn om met elkaar over het gelezen bijbelgedeelte te praten, wordt het misschien ook makkelijker om na te praten over een preek.
Weten we als ouder waar ons kind geestelijk mee bezig is, zodat we daar in een gesprek op kunnen aansluiten, kennen we onze Bijbel zo goed dat we ons kind suggesties kunnen geven over welk bijbelboek of hoofdstuk het eens zou moeten lezen, wellicht omdat het ons ook heeft geholpen?

IPod
Maar als aan al deze ‘voorwaarden’ is voldaan en we zien ons kind tóch niet graag en veel de Bijbel lezen? Laten we dan bedenken dat God een enkel vers of de preek van zondag net zo goed gebruiken kan.
God heeft iedereen zijn eigen gaven en capaciteiten gegeven. Aholiab en Bezaleël hebben de Pentateuch niet geschreven, dat deed Mozes, de intellectueel, die gestudeerd had aan het Egyptische hof. Mozes daarentegen bezat niet het vakmanschap van deze beide mannen, die wel prima de ‘tekening’ van de tabernakel konden ‘lezen’. Ze maakten de tent waarin God wilde wonen te midden van Zijn volk. Welke taak is grootser?
En, tot slot, wat we ook vinden van de moderne media, ze bieden nieuwe kansen, juist voor ‘nietlezers’: de Bijbel op je iPod en preken te over om als mp3 te downloaden. Neem de zogeheten neocalvinistisch dominee Driscoll uit Amerika. Ik las dat er van zijn preken meer worden gedownload dan van de programma’s van mediakoningin Oprah Winfrey.
Laten we kinderen stimuleren om de Bijbel te lezen, op alle mogelijke manieren, maar niet wanhopen als het niet zo soepel gaat als wij zouden willen. Als kinderen en jongeren iets willen weten, dan lezen ze wel wat daarvoor nodig is. Het kost de meesten geen moeite de handleiding van hun nieuwe mobiele telefoon te bestuderen. Daarom zou mijn grootste zorg niet zijn of kinderen lezen, maar of ze God willen leren kennen. En als dat zo is, zullen ze de handleiding daarvoor wel gaan gebruiken: ze zullen ongetwijfeld de Bijbel gaan lezen. Of luisteren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Kinderbijbel op laagste plank

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's