De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloof is geen bouwpakket

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof is geen bouwpakket

Niet wat werkt is waar, maar wat waar is werkt

8 minuten leestijd

De Institutie vormt een indrukwekkende poging om het geheel van de christelijke geloofswaarheid in kaart te brengen. De samenhang die Calvijn laat zien is weldadig. Zeker vandaag, nu een levensovertuiging uit de meest onmogelijke combinaties van ingrediënten en smaken lijkt te kunnen bestaan.

In zijn totaaloverzicht van de geloofsleer wilde Calvijn zo dicht mogelijk bij de Bijbel blijven. Veel dichter dan allerlei theologen die vóór hem zo’n totaaloverzicht probeerden te presenteren. Hij veroorlooft zich daarom nogal wat forse ingrepen in de traditionele dogmatiek.
Calvijn spreekt bijvoorbeeld veel beknopter en eerbiediger over God dan te doen gebruikelijk was. Zo treffen we in de Institutie geen uitvoerige hoofdstukken aan met ellenlange uiteenzettingen over de afzonderlijke eigenschappen van God (zoals Zijn almacht, onveranderlijkheid et cetera), zoals dat in de Middeleeuwen te doen gebruikelijk was. Calvijn vond dat maar zinloze speculatie en ongepaste nieuwsgierigheid. Zodra hij over God komt te spreken, begint hij liever meteen over de drie-enige God, dus over de God die zich in Christus en de Heilige Geest aan ons heeft bekendgemaakt. Want zo komt de Heere God in de Bijbel naar ons toe.

Geen los zand
Dat wil niet zeggen dat Calvijn in zijn Institutie volstond met het rangschikken van bijbelteksten. Hij was zich ervan bewust dat zijn taak verder ging. Er zijn in het geheel van de Bijbel immers ook allerlei verbanden te ontdekken. De bijbelse boodschap hangt niet als los zand aan elkaar. Integendeel, ze vertoont een samenhang waarover je je meer gaat verwonderen naarmate je er meer zicht op krijgt.
Geleidelijk aan raakte Calvijn ervan overtuigd dat we om die samenhang aan te wijzen ook woorden moeten gebruiken die zelf niet in de Bijbel voorkomen – woorden als ‘drie-eenheid’ of ‘voorzienigheid’. De kerkelijke traditie was hem daar natuurlijk ook in voorgegaan.
Zulke woorden wijzen namelijk knooppunten aan die je keer op keer tegenkomt bij het lezen van de Bijbel. In zijn commentaren had Calvijn te weinig ruimte om bij die knooppunten stil te staan. Vandaar dat hij zijn Institutie schreef: om de samenhang tussen de verschillende knooppunten te laten zien, en zodoende een nuttig overzicht te geven van het geheel van wat een christen gelooft.

Beste manier
Het is daarbij opvallend dat Calvijn lange tijd niet tevreden was over het resultaat van zijn inspanningen. Vanaf de eerste editie in 1536 is hij voortdurend bezig geweest zijn Institutie aan te vullen, te herzien en opnieuw in te delen. Telkens voegde hij nieuwe stof toe vanuit nadere inzichten die voortkwamen uit zijn doorgaande bijbelverklaring, de polemieken waarin hij verzeild raakte en de geschriften van kerkvaders die hij ’s nachts las. Gaandeweg werd de Institutie daardoor een totaal ander boek. Niet dat Calvijns theologische opvattingen zo aan verandering onderhevig waren, maar hij bleef wel hartstochtelijk zoeken naar de beste manier om de christelijke waarheid als een samenhangend geheel voor het voetlicht te brengen. Pas met de totaal nieuwe structuur die hij had aangebracht in de editie van 1559 was hij tevreden. Hiermee kon hij de nieuwe gelovigen, en met name de aanstaande kerkelijke leiders onder hen, adequaat toerusten.

Receptie
Vandaag kunnen we van deze hartstocht van Calvijn om de christelijke waarheid zo samenhangend mogelijk te ontvouwen nog wel wat leren. Dr. Arjan Markus, missionair predikant te Utrecht, schreef onlangs over wat hij de ‘3 W-these’ noemt: Waar is Wat Werkt. In die gedachte ziet hij terecht een belangrijk kenmerk van onze postmoderne cultuur. Of iets klopt met de werkelijkheid doet er niet zoveel toe, als het maar werkt, in die zin dat het mij een goed gevoel geeft. Op die manier knutselen talloze mensen vandaag hun eigen levensbeschouwing in elkaar, als een bouwpakket dat uit zeer uiteenlopende en soms zelfs ronduit onverenigbare elementen bestaat.
Tijdens de receptie na afloop van een trouwdienst die ik geleid had, vroeg ik eens iemand wat hij van de betreffende dienst gevonden had. Hij vertelde toen de gesproken woorden wel mooi te vinden, maar er toch niet zoveel mee te kunnen, omdat hij persoonlijk meer in reïncarnatie geloofde. Ik vroeg toen waarom dat zo was, en had eerlijk gezegd verwacht dat hij misschien een of twee argumenten voor zijn geloof zou kunnen aandragen. Mijn verbazing was groot toen ik een heel ander soort antwoord kreeg: ‘Waarom ik in reïncarnatie geloof? Gewoon, omdat het me wel mooi lijkt nog eens in een ander leven terug te keren!’ Het feit dat het mooi leek en een goed gevoel gaf, was voor hem blijkbaar voldoende reden om er ook daadwerkelijk in te geloven.
Op die manieren combineren mensen tegenwoordig moeiteloos geloof in reïncarnatie met losse bouwsteentjes die ze nog uit de christelijke traditie hebben overgehouden. Of het allemaal ook hout snijdt, in de zin dat het klopt met de werkelijkheid, interesseert hen niet. Markus ziet in deze ‘metafysische onverschilligheid’ een grote belemmering voor het missionaire gesprek vandaag.

Ook in de kerk
Helaas is het niet zo dat dit klimaat alleen buiten de kerk opgeld doet. Ook in de kerk is de interesse voor wat wáár is de laatste decennia sterk verminderd. De gedachte dat de waarheid ten diepste één is en dat het de moeite waard is ernaar te zoeken staat enorm onder druk vanuit het idee dat ze vooral praktisch moet zijn: ik moet er iets aan hebben.
Veel enthousiaste christenen zoeken vandaag de dag vooral naar wat werkt, dat wil zeggen naar wat een positieve invloed heeft op hun (geloofs)leven. Daar valt op zichzelf best iets goeds over te zeggen; het is bijvoorbeeld een heilzame correctie op een kerkelijke praktijk waarin alles draaide om verstandelijke kennis van de Bijbel en instemming met de rechte leer. Maar dit nieuwe elan slaat door wanneer het gepaard gaat met een afkeer van alles wat riekt naar serieuze scholing en verdieping. Met de weigering om, laten we zeggen, als ouderling een abonnement te nemen op De Waarheidsvriend (die naam alleen al zou christenen over de streep moeten trekken!) – om over meer theologische tijdschriften maar te zwijgen. Het slaat door als je meent voor je eigen geloofsverdieping te kunnen volstaan met wat internet zoal biedt.

Verdovend
Persoonlijk vind ik het nogal ontmoedigend om in de zoektocht naar waarheid af te gaan op de vraag of iets werkt, omdat alle religies op een bepaalde manier wel ‘werken’. Anders hadden ze niet zo’n lange adem. Wie het puur te doen is om de praktische effecten van religie maakt er, naar het beruchte woord van Karl Marx, een soort opium van. Als het maar een verdovende uitwerking heeft en ons bestaan wat dragelijker maakt, is elk vleugje spiritualiteit mooi meegenomen.
Maar Calvijn leert ons dat alles erop aankomt om de wáre God te kennen en te dienen – want de rest is allemaal afgoderij. En al ‘werkt’ afgoderij duizendmaal, ze biedt ons geen houvast. Juist omdat Calvijn zulk houvast wel wil bieden, spant hij zich er krachtig voor in om datgene wat de ware God heeft geopenbaard zo gewetensvol en samenhangend mogelijk te ontvouwen.

Geen luchtkasteel
Leidt dat niet tot een dor, ingewikkeld en bloedeloos theologisch systeem? Juist bij Calvijn blijkt dat allerminst het geval. E.P. Meijering noemt Calvijns theologie ergens ‘eenvoudig’, omdat ze geheel gericht is op het weergeven van de bijbelse boodschap en niet wil weten van iets wat daar bovenuit gaat. Daarbij is Calvijn zoals we zagen geen star denker die zweert bij zijn eigen systeem. Integendeel, het kan allemaal ook anders, en als dat beter lijkt dóet Calvijn het ook anders.
De eenheid van de waarheid betekende voor hem niet dat alles zo strak met alles samenhangt, dat er geen enkele rek of beweeglijkheid meer in zou zitten. Zo is bijvoorbeeld de theologische plaats die Calvijn gaf aan de verkiezingsleer – aanvankelijk in combinatie met de voorzienigheidsleer, later daarvan onderscheiden – door de jaren heen meer dan eens gewijzigd. Calvijn was inderdaad, naar het bekende adagium van de Reformatie, ‘gereformeerd om telkens weer ge-reformeerd te worden’. Want het bleef zijn verlangen om zo maximaal mogelijk recht te doen aan de waarheid aangaande God zoals die via de Bijbel tot ons komt.

De gedachte dat iets waar is als het maar werkt, zul je dus bij Calvijn niet aantreffen. Daarvoor was zijn passie voor wat echt betrouwbaar is te sterk. Maar Calvijn was wel diep overtuigd van het omgekeerde; dat wat waar is, ook werkt. Gods waarheid heeft immers een bevrijdende en vernieuwende uitwerking in mensenlevens. De heilige leer (sacra doctrina) is geen luchtkasteel, geen reeks vrijblijvende theorieën waarmee theologen hun speculatiezucht bevredigen. Nee, ze draait van begin tot eind om de levende relatie tussen de belovende God en de gelovende mens. Onze wijsheid, zo zet Calvijn alle edities van zijn Institutie in, bestaat uit twee delen: de kennis van God en de kennis van onszelf – en die twee hangen op allerlei manieren met elkaar samen. Om die existentiële relatie tussen God en ons gaat het dus. Zo praktijkgericht is de christelijke leer. Juist daarom hebben we alle reden om ons nog altijd met calvijnse passie in haar te verdiepen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geloof is geen bouwpakket

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's