De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Institutie kan vragen 2009 aan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Institutie kan vragen 2009 aan

Vertaling De Niet rekent met vroomheidsgehalte

4 minuten leestijd

Alsof het stof er weer eens goed afgeblazen is. Zo voelt het om Calvijns Institutie in een nieuwe uitgave te lezen.

Het is werkelijk een genoegen om met de nieuwe vertaling van dr. C.A. de Niet, classicus en neerlandicus, door het gedachtegoed van Calvijn te kruipen. De Institutie, in haar definitieve vorm uit 1559, lag decennia lang onder ons handbereik in de editie van A. Sizoo. Hoe goed deze editie ook was, aan de vertaling bleef merkbaar dat Sizoo geen theoloog was. Hij had er dan ook voor gekozen om met zijn vertaling zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke Latijn te blijven.
Zo kunnen we in bij Sizoo lezen over het ‘beschouwen’ van Gods aangezicht (I, 1, 2 ) – in affiniteit met de theologische context vertaalt De Niet ‘aanschouwen’. Iets soortgelijks: Jezus is tot zonde ‘gemaakt’, niet ‘geworden’ (III, 11, 4). Daarmee doet De Niet meer recht aan de theologie en het vroomheidsgehalte van de Institutie. Wanneer we daarbij bedenken dat Sizoo zijn vertaling in 1931 presenteerde, dan moge het goed recht en de noodzaak van een nieuwe vertaling bewezen zijn.

Soepel
Dr. W. van ’t Spijker voorzag deze vertaling van een gedegen inleiding over de geschiedenis, de aard en het doel van de Institutie. Treffend is dat Calvijn niet alleen een academisch studieboek wilde schrijven, maar hiermee tevens een grote impuls aan een vroom leven wilde geven. Regelmatig legt hij in zijn verhandelingen een verband met de vroomheid. De kennis van God voedt het leven met God.
De vertaling is soepel. Sizoo’s ‘Niet eerder dan’ werd ‘pas’; ‘omdat er niets is dat niet’ werd ‘omdat alles wat’. Lange zinnen werden gesplitst. Door een bladspiegel met twee kolommen, heldere letter en alineaweergave leest de vertaling van De Niet heel wat gemakkelijker dan Sizoo.
Ook inhoudelijk zijn veel verbeteringen zichtbaar. Gezien de context is ‘nuchterheid’ een betere vertaling voor sobrietas dan ‘ingetogenheid’ (I, 9, 3). Zuiverder is ook dat wij ‘als’ Rechter een Vader in de hemel hebben dan dat wij ‘in plaats van’ een Rechter een Vader in de hemel hebben (III, 11, 1). De Niet raakt in het hoofdstuk over de rechtvaardiging (III, 11, 2/3) eveneens meer de kern wanneer hij vertaalt dat God de zondaars rechtvaardigt ‘door de zonde niet toe te rekenen’, waar Sizoo ‘zonder toerekening’ weergaf.

Verschuiving
Toch heeft naar mijn overtuiging Sizoo nog niet afgedaan. Vooral in het hoofdstuk over de rechtvaardiging door het geloof (III, 11) maakt De Niet vertaalkeuzes die vragen oproepen of tot een wezenlijke inhoudelijke verschuiving aanleiding kunnen geven. Zelf zou ik het werkwoord censeo consequent vertaald hebben met ‘houden voor’, in plaats van ‘beschouwen, achten’.
Ook de (lastig te onderscheiden) Latijnse uitdrukkingen per fidem, ex fide, fide zijn soms vertaald op een wijze die lijkt te suggereren dat wij ‘op grond van’ het geloof gerechtvaardigd worden. Waar Sizoo consequent ‘uit het geloof'  vertaalde, kunnen we in deze nieuwe editie lezen dat wij ‘op grond van het geloof ’ gerechtvaardigd worden. Heroverweging zou ik ook wensen voor de vertaling ‘vrees van God’ in I, 2, 2 als weergave van de vreze des HEEREN.
Met andere woorden, ook deze vertaling nodigt uit om de oorspronkelijke weergave ter hand te nemen. Een zeer uitgebreid register is aan de Institutie toegevoegd.

Meer dan nazeggen
We mogen dr. De Niet zeer dankbaar zijn voor de dienst die hij met deze nieuwe vertaling aan de kerk en theologie heeft bewezen. De Institutie valt in de handen van veel lezers te wensen. Of is dat laatste te simpel gedacht? Kunnen we anno 2009 wel klakkeloos herhalen wat in 1559 geschreven werd? Zijn de fronten intussen niet zo verschoven dat Calvijn antwoorden geeft op vragen die de onze niet meer zijn?
De kracht van de Institutie lag er in de zestiende eeuw in dat het krachtig en overtuigend inging op de vragen die door de theologie van Rome en wederdopers opgeworpen waren. Maar de kracht van toen kan de zwakte van nu zijn; Calvijn kent bijvoorbeeld het apologetisch debat met het huidige atheïsme niet.
Toch kom ik lezend in de Institutie opnieuw tot de overtuiging dat de gereformeerde theologie de uitdaging met onze tijd volop aan kan. We zullen ons daarvoor het denken van Calvijn wel echt eigen moeten maken, en dat is meer dan zijn antwoorden nazeggen.
Maar wellicht moeten we eerst in eigen huis tot gesprek komen. Als we de Institutie (na de Heilige Schrift) mogen beschouwen als voornaamste bronboek van het reformatorische denken, dan moet hier ook het antwoord te vinden zijn op de vraag wat nu echt reformatorisch is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Institutie kan vragen 2009 aan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's