Het geheim van de Institutie
Werk lezen als voedsel voor echte vroomheid
Na 450 jaar wordt de Institutie nog eens vertaald en voor elke Nederlander toegankelijk gemaakt. Wat is er met dat boek, dat we het nu nog zouden moeten lezen?
Als Calvijn in 1536 de eerste editie van zijn Christelijke Onderwijzing het licht geeft, is de teerling al geworpen. Als reformator van de tweede generatie bevindt hij zich in een fase waarin kerk en samenleving zijn gaan schuiven. Luthers reformatorisch elan heeft de eenheid van de Catholica verbroken. Paus en keizer verzetten zich heftig, maar vergeefs. Nationalistische tendensen ondermijnen het kerkelijk en wereldlijk gezag. Het Avondland verkeert in crisistijd.
En de reformatorische beweging? Ook daarin rumoert het. Dopersen kiezen een eigen radicale, soms revolutionaire route. En was de hoofdstroom van de Reformatie nu maar eensgezind gebleven! De breuk tussen Luther en Zwingli drijft een onzalige wig tussen broeders van hetzelfde huisgezin. Daar komt nog bij dat zich van ‘binnenuit’ een groepering roert die als libertijnen te boek staan, lieden die de christelijke vrijheid verkeren in losbandigheid.
Anders en hetzelfde
Met deze fronten wordt Calvijn geconfronteerd: Rome, dopers en libertijnen. Het zijn andere fronten dan de onze. Of zijn het wellicht dezelfde, maar dan anders van gestalte? Ik denk het. Als we voor ‘Rome’ invullen werkheiligheid, voor ‘doperdom’ geestdrijverij, voor ‘libertinisme’ relativisme, is de actualiteit niet ver te zoeken.
Toerusten wil de reformator. In leer en vroomheid. Voor hem bestaat tussen die twee geen enkel contrast, laat staan conflict. De op de Schrift geënte leer tendeert naar de vroomheid, en ware vroomheid floreert op de bodem van de heilsleer. Calvijns positie is zo te kenschetsen, dat het draait om de leer en dat het gaat om de vroomheid. Niet toevallig klinken in de ondertitel van de eerste Institutie-uitgave die twee termen nadrukkelijk op: ‘Een werk dat vrijwel de gehele hoofdsom van de vroomheid bevat, alsook al wat in de heilsleer gekend moet worden’.
Meesterlijk
Aanvankelijk betreft het een geschrift van betrekkelijk bescheiden omvang: 514 kleine pagina’s. Het vertoont de opbouw van een catechismus, waarin achtereenvolgens worden behandeld: wet, geloof(sbelijdenis), gebed en sacramenten. Waarschijnlijk bereidt hij het al voor als hij, na zijn ‘onverwachtse bekering’, zich nog in Frankrijk schuilhoudt tijdens zijn vlucht voor de inquisitie. In Bazel, waar hij korte tijd later asiel vindt, komt het van de pers, nadat hij er aan de vier hoofdstukken eerst nog twee toevoegt, namelijk over de roomse zogenaamde sacramenten en over de christelijke vrijheid.
Hij voorziet het boek van een ‘open brief ’ aan Frans I, koning van zijn vaderland. Een meesterlijke apologie, waarin Calvijn het misverstand ontzenuwt dat de reformatorische christenen te vereenzelvigen zouden zijn met revolutionaire geesten die kerk en staat ondermijnen. Wat mij voor ogen stond – schrijft Calvijn aan de koning – is niets anders dan enkele elementaire zaken doorgeven, tot vorming in de ware vroomheid, en om allen die hongeren en dorsten naar Christus, wegwijs te maken in de heilsleer. Ook hier dus dat tweetal: leer en vroomheid. Dat is Calvijn, ten voeten uit. Het typeert ook de blijvende teneur van zijn Institutie in alle (herziene) edities die nog zouden volgen.
Uitgebreid
Al in 1539 verschijnt een tweede druk, nu in Straatsburg, waar de reformator tijdelijk werkzaam is. Dat hij zich in dezelfde periode intensief met de Romeinenbrief bezighoudt, laat zijn sporen na. De stof is nu aanzienlijk uitgebreid. Het betreft niet langer een beknopte uiteenzetting van de geloofsleer, maar een overzicht van bijbelse thema’s ten dienste van aanstaande predikanten.
De zes thema’s zijn er inmiddels zeventien geworden, waaronder hoofdstukken over de drie-eenheid, de rechtvaardiging, de verkiezing en de verhouding van Oude en Nieuwe Testament. In 1541 bezorgt hij zelf een vertaling van het Latijn in het Frans, hetgeen zijn pastorale drijfveer onderstreept om het ‘gewone volk’ te bereiken. In de loop der jaren komt nog een drietal edities van de pers, totdat in 1559 de definitieve versie uitkomt die hem voldoening schenkt. Het werk is gedurende zo’n kwarteeuw uitgegroeid tot een omvang van tachtig hoofdstukken, over vier ‘boeken’ verdeeld. Het oorspronkelijke catechetische schema van wet, geloof, gebed en sacramenten is vervangen door het trinitarische schema van het apostolicum.
Wat hij ermee voorheeft omschrijft hij thans als: hulpmiddel bij het bijbellezen. Hoezeer de Schrift zelf voor hem bron, criterium en doelwit is, blijkt niet alleen uit het voortdurende beroep op bijbelteksten, maar ook uit het uitdrukkelijke advies om zijn boek gedurig naast de Schrift te houden en daarnaar telkens weer terug te keren.
Talloze verwijzingen
Hoe is Calvijn nu tot die forse uitbreiding gekomen? In de eerste plaats door zijn gestage zoektocht in de Bijbel, leesvoer voor zijn ziel en voorbereiding op zijn preken, commentaren en colleges. Daarbij gaat hij – de tweede oorzaak – gretig te rade bij exegeten die hem zijn voorgegaan, eigentijdse, maar vooral ook theologen uit de Vroege Kerk, Augustinus voorop.
Calvijn is niet het type van de biblicist, die denkt aan eigen licht genoeg te hebben en doet alsof hij de eerste is die de Schrift verstaat. Het is tekenend voor Calvijn dat hij zijn sola scriptura-beginsel combineert met een diepe (zij het allerminst slaafse) eerbied voor het katholiek-christelijke erfgoed.
Vandaar de talloze verwijzingen naar de kerkvaders, van wie hij met grenzeloze studiezin (volgens zijn biograaf Beza ten koste van zijn gezondheid!) hele passages in zijn geheugen heeft opgeslagen. In de derde plaats is die uitbreiding het gevolg van de polemiek die hij gaandeweg te voeren krijgt met zijn critici: dopers, libertijnen, socianen en vooral Rome. De leer van het evangelie is hem heilig. Waar hij die weet aangerand, komt hij in verzet. ‘Een hond blaft als zijn meester wordt aangevallen’, vindt hij.
Doel bereikt?
De vraag is of Calvijn in zijn drievoudige opzet is geslaagd: bevordering van de vroomheid, dogmatische instructie, hulp bij het bijbellezen. Naar mijn ervaring absoluut. De bestudering van de Institutie als vroomheidsgeschrift is voor mij al vanaf de studententijd tot zegen geweest. Daar las ik wat bijbelse bevinding inhoudt. Calvijns bevinding is geloofservaring die niet verzinkt in het moeras van eigen gevoelens, maar voor anker gaat in de stabiele beloften van het evangelie.
Wat die bevinding inhoudt? Een zondekennis onder wet en evangelie, die ons niet vergrendelt in een kooi van zelfbeklag, maar uitleidt naar de Gekruisigde, wiens gerechtigheid ons in geloof wordt toegekend. Een heiliging die niet het resultaat van menselijk kunst- en vliegwerk is, maar tegelijk met de rechtvaardiging ontspringt aan de geloofsvereniging met Christus. Een besef van vreemdelingschap, dat ons niet levensvreemd maakt, maar dat bij alle verantwoordelijkheid voor Gods roeping in het heden, ons doet hunkeren naar de hemel.
Daar leerde ik, al in de eerste Institutie-zin, hoe onafscheidelijk godskennis en zelfkennis verstrengeld zijn. Daar vernam ik dat het nimmer gaat om afstandelijke beschouwing van God-op-zich, maar om vertrouwelijke ontmoetingskennis van God-jegens-ons. De hartslag van deze vroomheid is de geloofsverbondenheid met Christus, die in het evangeliegewaad tot ons komt en met Wie de Geest ons samensmeedt in een verborgen, hechte band. Vroomheid is echt voor zover ze zich aan Christus hecht!
Gebinte
Nu de tweede doelstelling: leerstellig onderricht. Naar mijn inzicht wordt ons in de Institutie het gebinte van de gereformeerde leer gepresenteerd. Wie om verheldering verlegen zit aangaande de beslissende dogma’s van drie-eenheid en twee naturenleer, kan in dit leerboek terecht. Wie zoekt naar een treffende benadering van de verhouding tussen Gods voorzienigheid en onze menselijke verantwoordelijkheid, moet de hoofdstukken eens bestuderen die Calvijn daaraan wijdt.
Wie vraagt wat de zin toch is van Calvijns veel gesmade verkiezingsleer, moet eens lezen hoe hij daarin Gods vrijgevige genade gefundeerd weet, en die moet zich door zijn afgeknotte definitie niet laten afschrikken, maar doorlezen tot in de vertroostende passage waarin hij Christus ‘vrijgeeft’ als de spiegel waarin wij onze verkiezing onbedrieglijk aan de weet komen. Laat het je dan ook niet ontgaan hoe Calvijns verkiezingsleer om zo te zeggen het sluitstuk vormt van het onvolprezen (en langste) hoofdstuk over het gebed. Het is de bedelaar voor wie het geheimenis van Gods verkiezing geen geheim blijft.
Lees dan verder over de kerk. Dat is de ruimte waarin God Zijn genadige voorkeur voor het minste en geringste realiseert. De kerk als smidse van de Geest. De kerk als moeder van allen die God tot hun Vader hebben.
Hoofd en hart
En dan de derde doelstelling: leidraad bij het bijbellezen. Wil je Calvijn in dit opzicht ten volle benutten, dan dien je uiteraard zijn commentaren na te slaan.
Maar daar ziet hij doorgaans af van bijbels-theologische en leerstellige uitweidingen. De Institutie voorziet daarin, doordat de grote lijnen worden uitgezet en diepteboringen verricht. Het verrassende en weldadige in de Institutie is dat de leraar die Calvijn is, telkens weer de pastor en de prediker blijkt. Nu eens staat hij docerend op de katheder, dan weer beklimt hij als verkondiger de kansel, om vervolgens als pastor af te dalen naar de vragen van het hart.
Ja, de Institutie is een stichtelijk boek, voor hoofd en hart. Op elke bladzij? Nee, dat is te veel gezegd. Met name in polemische partijen wordt hij zijn gekoesterd ideaal van heldere beknoptheid nog wel eens ontrouw, naar mijn smaak.
Maar wat let ons om daar vluchtig overheen te lezen? De overgrote rest is er niet minder om.
Lees, als het calvinisme je wat waard is (en niet minder, als het problematisch werd).
Lees, als de geloofskennis je lief is.
Lees de Institutie als voedsel voor de vroomheid en als een reisgids door de Schriften, tot verdieping in de heilsleer.
Geen andere actualiteit kan dit drietal evenaren. En ik durf te stellen dat de kunstzinnige vertaling van dr. C.A. de Niet Calvijns levenswerk toegankelijker heeft gemaakt dan ooit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's