De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gebed om dankbaarheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gebed om dankbaarheid

Leer ons bidden

4 minuten leestijd

Dit gebed is van de hand van Johann Arndt (1555-1621). Hij wordt gerekend tot de belangrijkste lutherse theologen van na de Reformatie. Door zijn werk loopt een mystieke draad. Verwonderlijk is dan ook niet dat hij gezien wordt als voorloper van het Duitse piëtisme. Veel van zijn gebeden zijn verzameld in zijn geschrift Paradies-Gärtlein – ooit in het Nederlands vertaald onder de titel Paradijshofken –, dat tezamen met zijn Vier boeken van het ware christendom tot de meest invloedrijke stichtelijke literatuur gerekend mag worden.
Zijn gebed om christelijke dankbaarheid is geen specifiek dankdaggebed. Het gaat ons echter wel voor in de gestalte van de ootmoed. De vrucht van de dankbaarheid gedijt immers niet op de akker van ons hart. Vanuit dit besef wordt er door ons nochtans echt gedankt en kan het gebed van Arndt dienen als preludium.

Genadige, goede en zeer weldadige God en Vader, hoe groot is Uw genade! Hoe goed is Uw milde Vaderhart! Hoe groot zijn de weldaden die Gij ons bewijst: Uw liefde, Uw goedheid, Uw barmhartigheid!

Ik klaag mijzelf aan en belijd U dat mijn hart van nature zo onverstandig, zo honds en bot is, dat ik nooit van harte erkend heb Uw weldaden van schepping en onderhouding, van verlossing en heiliging. Ik heb u nooit van harte daarvoor gedankt, U nooit de verschuldigde eer gegeven.

Ach, ik beken en belijd dat ik veel te gering ben voor al Uw barmhartigheid, die Gij mij vanaf de moederschoot bewezen hebt. Ik erken dat ik Uw geringste weldaad niet waardig ben, maar veelmeer dat ik schuldig ben en Uw toorn en ongenade waardig.

Nochtans hebt Gij mij, onwaardige, Uw grote barmhartigheid getoond, uit louter genade en goedheid. Ik heb het niet verdiend, kan het ook niet verdienen en zal het tot in alle eeuwigheid niet kunnen verdienen. Wat ik van alle kanten ben, is Uw genade. U zou wegens mijn ondankbaarheid wel macht hebben al Uw gaven, de lichamelijke en de geestelijke, terug te nemen, want zij behoren U toe. Ach, vergeef mij zulke grote ondankbaarheid en wend van mij af de straf waarmee Gij dreigt: dat het kwaad van het huis van de ondankbare niet zal wijken. Geef mij een verstandig, dankbaar hart, opdat ik erkennen mag dat Gij zijt de bron en oorsprong van alle goede en volkomen gaven, en dat ik zonder U niets meer dan een dode, levenloze schaduw ben, in al mijn doen.

Hoe hartelijk hebben alle heiligen U gedankt en gezegd: ‘Het is goed dat men de Heere love en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste.' En: ‘Ik zal U met vrijwilligheid offeren; ik zal Uw Naam, o Heere, loven, want Hij is goed.' Loof de Heere, mijn ziel, en vergeet niet wat Hij u goeds gedaan heeft. Geef dat ik alles met een dankbaar hart uit Uw hand ontvang en Uw gaven uit de schatten van Uw genade en barmhartigheid aanneem; dat ik ook leer erkennen dat Gij alleen Uw goederen en gaven voor mij bewaart, en niet ikzelf; dat ik U ook daarom bid, liefheb, eer en prijs; dat ik alles wat Gij mij geeft gebruik tot lof en roem van Uw Naam, en niet mijzelf maar U de eer in alle dingen geef. Want dat is de dankbaarheid en de gerechtigheid die ik U schuldig ben, want alles is het Uwe. En dat is de waarheid dat ik dat erken en prijs. En zo Gij iets goeds door mij werkt, geef dat ik het U en niet mijzelf toeschrijf, en dat ik zeg, wanneer ik alles gedaan heb: Ik ben een onnutte dienstknecht, een onwaardig werktuig van Uw genade. Niet ik, maar Uw genade, die in mij is, doet alles door mij.

Geef mij ook dat ik dankbaar ben jegens degenen door wie Gij mij weldoet en dat ik hen om Uwentwil liefheb en eer, en hen door Uw genade dien en van Uw goederen weldoe en voor hen bid. Ja, dat ik ook om Uwentwil mijn vijanden liefheb en hun goed doe.

Laat de ondankbaarheid, die de allerschandelijkste zonde is, in mij geen wortel schieten, opdat mij de vloek niet treffe. Maar laat de edele deugd van de dankbaarheid, die een moeder is van vele zegeningen, altijd bij mij blijven, opdat ik met een vrolijk hart en geweten U met alle heilige engelen in eeuwigheid voor al Uw weldaden love en prijze, door Christus, onze Heere. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gebed om dankbaarheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's