De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Verander!' geeft geen vrucht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Verander!' geeft geen vrucht

4 minuten leestijd

Beste broeder Arjan,

Ook ik kijk met dankbaarheid terug op onze briefwisseling. Ze heeft me extra opgescherpt, met name wat betreft ons Schriftverstaan. Je constatering dat wij op verschillende theologische lijnen zitten is terecht. Dat heeft alles te maken met de vraag: hoe lezen wij de Schrift? En: lezen we werkelijk wat er staat? Ik wil geen enkele verantwoordelijkheid ontlopen, maar ook niet in het wilde weg de Schrift citeren zonder de vraag te stellen: wat staat er nu echt? Het etiket van ‘dode vormengodsdienst’ of ‘merendeel schijnchristenen’ op onze gemeente plakken, dat laat ik liever aan God over. Twee Timotheüs 3 laat echter wel zien dat vormengodsdienst zich keert tegen de door God geroepen dienaren, zoals een Mozes.

Dat je op een ander spoor zit dan het gereformeerde komt nog sterker tot uitdrukking in je visie op Romeinen 7 en 8. Vlees en G(g)eest worden daarin tegen elkaar uitgespeeld.

Maar we mogen niet vergeten dat juist tussen Romeinen 7:5 en 8:13 nog het gedeelte 7:14-26 staat. Aan de ene kant was Paulus voor zijn eerste bekering helemaal vleselijk, aan de andere kant is hij in het geloofsleven ook vleselijk gebleven. Noem het: voortgaande ontdekking.

Jij wilt kennelijk niet accepteren – mij lijkt dat Schriftkritiek – dat Paulus 25 jaar na zijn bekering (!) over zichzelf zegt: ‘Maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde’ (7:14b). Eén met zijn verbondshoofd Adam is hij verkocht onder de zonde. Eén met zijn Verbondshoofd Christus leeft hij vrij van de zonde. Was er dan in 25 jaar niets veranderd? O jawel, maar hij was steeds meer gaan zien dat de wet geestelijk is en dat die alleen geestelijk (namelijk in Christus) vervuld kan worden (7:14a). Dat betekent dat alles wat niet totaal aan Christus gelijk is, zonde is. Niet alleen bepaalde daden, maar heel ons bestaan ‘in Adam’ is zonde.

In Paulus’ leven was het: steeds minder zonden doen' (Rom. 8), steeds groter zondaar worden (Rom. 7). Over het eerste zijn we eens, maar het laatste ontbreekt in de Heart Cry-boodschap. Die voortgaande ontdekking, verbrijzeling, verootmoediging in het geloofsleven krijgt geen plaats. Je verkondigt een heiligmaking die niet rekent met de geestelijkheid van de wet en de radicaliteit van de zonde in ons. Dat is dus geen werkelijke heiligmaking. Jij wilt vrucht doen groeien door heel hard te roepen: ‘Verander! Verander!’, maar in het nieuwe verbond is de grondregel voor de vernieuwing 2 Korinthe 3:18. Door het zien van Christus’ heerlijkheid vernieuwt de Geest ons naar hetzelfde beeld. Dán krijgt Christus gestalte in ons.

De sleutel tot herleving ligt dan ook niet in jouw verchristelijkte wetsprediking, maar in het uitschilderen van Christus’ heerlijkheid. Dat was Paulus’ bediening (2 Kor.4:1) en daarin wens ik hem te volgen. Lees de uitleg van dr. H.F. Kohlbrugge en/of de bijbellezingen van ds. C. den Boer over Romeinen nog eens. Hun boodschap is werkelijk reformatorisch, maar de jouwe staat daar helaas haaks op.

Wanneer ik alle stemmen rond Heart Cry de laatste maanden of het afgelopen jaar hoor, dan merk ik met jou dat er binnen de kerk(en) steeds minder ruimte komt voor je boodschap. In hoeverre ben je dan nog interkerkelijk, vraag ik me af. In je laatste brief wordt steeds duidelijker dat je werk meer buitenkerkelijk dreigt te worden of dat misschien al wel is. Het ontbreken van de belijdenisgeschriften in de grondslag van de stichting is hierbij een duidelijk signaal.

De bewogenheid tot onze kerk is juist voor mij de reden om in dienst van God binnen deze vervallen, zieke kerk het Woord te bedienen. Met als doel: de eer van God. Een herleving zal er komen op het Woord van het kruis.

Wat mij treft in de kerkgeschiedenis is dat een herleving meestal een vrucht is op oordeelsprediking. Te denken valt aan Jonathan Edwards’ preek ‘Zondaars in de handen van een toornend God’, naar aanleiding van Deuteronomium 32:35. Juist wanneer in het zicht op onze rechtvaardige veroordeling de Heiland verkondigd wordt, gaat Hij des te meer schitteren en worden wij verbrijzeld voor Hem. Hiervan heb ik groter verwachting dan van appèlbewegingen buiten de kerk, die na verloop van tijd weer verdwijnen. Het kan ook nog eens zomaar een radicale doperse beweging worden. Jouw visie op Romeinen 7 en 8 lijkt zeer sterk op die van de zestiende-eeuwse Menno Simons (zie zijn Complete Works, 262-263).

Wanneer er daarom bij jou niet alleen een emotionele bewogenheid maar ook een geloofsbewogenheid tot de kerk is, zou ik je dit nog willen meegeven: maak je theologiestudie af en laat je roeping bevestigd worden door Gods roep vanuit een van de vele (!) herderloze gemeenten. De Heere heeft nog veel arbeidsveld en daarom vele Woordgetrouwe dienaren nodig!

Met een hartelijke groet,

Ds. W. Meijer

Kerkenraden die de complete briefwisseling willen bespreken, kunnen hem downloaden via www. gereformeerdebond. nl (> De Waarheidsvriend > verschenen artikelen).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

'Verander!' geeft geen vrucht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's