Zorg gevraagd
Oog voor ouderen [1]
Momenteel zijn 2,3 miljoen Nederlanders 65 jaar en ouder. Dit aantal zal de komende jaren sterk stijgen. De piek wordt verwacht rond 2040. Welke beleidsmatige vragen geeft dat leidinggevenden in de ouderenzorg?
Bijna iedereen van 55 jaar en ouder heeft een chronische ziekte. Zo’n veertig procent van de bevolking heeft daarmee te maken. Dit betekent niet dat er meteen ernstige beperkingen uit voortvloeien. Wel nemen de klachten geleidelijk aan toe. Nu zijn er zo’n 220.000 mensen met dementie. Aangenomen wordt dat dat aantal in 2040 verdubbeld zal zijn.
Een op de drie zal worden opgenomen in een zorginstelling. Nederland telt ongeveer 325 verpleeghuizen, 960 verzorgingshuizen en 210 gecombineerde instellingen, waar in totaal ongeveer 160.000 ouderen worden verzorgd en verpleegd.
Mantelzorgers
De toename van ouderdomsklachten vraagt extra inzet van naasten. Bijna twintig procent van de mantelzorgers is overbelast en vijfenzestig procent is matig belast door de zorg voor dementiepatiënten, zo blijkt uit recent onderzoek. Omdat tweederde van de dementiepatiënten thuis woont, wordt een groot beroep gedaan op mensen in de directe omgeving. Mantelzorgers hebben vooral last van gedrags- en stemmingsproblemen van de patiënt, zoals boosheid, achterdocht, tegendraadsheid, ontremming en lusteloosheid. De patiënten hebben veelal weerstand tegen opname, waardoor de zorg continu nodig is.
Waar mensen het zelf niet kunnen, moet professionele hulp worden ingezet. Nu werkt ruim tien procent van de beroepsbevolking in de zorg. Als de ontwikkelingen ongewijzigd doorgaan, zal dat percentage in 2040 vijfentwintig procent bedragen. Nu al dreigt een tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel.
Uiteraard hebben de genoemde ontwikkelingen ook financiële gevolgen. Als er niets verandert, gaan over vijftien jaar alle extra inkomsten naar de zorg. De groei van zorguitgaven is twee keer zo hoog als de groei van het nationaal inkomen. Als de huidige economische crisis niet snel verbetert, zal het verschil nog groter worden.
Grote vraag
Wie deze ontwikkelingen op zich laat inwerken, kan maar één conclusie trekken: dit kan zo niet verder. De zorg wordt onbetaalbaar en onuitvoerbaar vanwege ontbrekende zorgverleners. De grote vraag waar overheid, verzekeraars, zorgaanbieders en andere organen voor gesteld staan, is hoe de ouderenzorg betaalbaar, uitvoerbaar en kwalitatief verantwoord te houden. Deze kernvraag laat zich in uitwerken in deelvragen, zo niet dilemma’s.
Eén dilemma is dat van kwaliteit versus kostenbeheersing. De noodzaak van bezuinigingen kan met name in de ouderenzorg alleen worden gerealiseerd door de kosten van de inzet van medewerkers fors terug te dringen. Personeel is immers de grootste post op de begroting. Terugdringen van management en ondersteuning is een eerste optie. Ook kun je minder opgeleide, dus goedkopere krachten inzetten of de bezetting zo beperkt mogelijk houden. Je kunt ook kiezen voor goedkopere zorg, bijvoorbeeld door mensen incontinentiemateriaal te geven in plaats van te helpen bij het toiletbezoek, of vloeibare voeding te geven in plaats van te helpen bij het eten. Dat gaat onherroepelijk ten koste van de kwaliteit.
Kiezen we voor investeren in valpreventie of brandoefeningen, of voor welzijnsactiviteiten of geestelijke verzorging? Soms is niet meer uit deze dilemma’s te komen. Zo is een kwalitatief goede thuiszorg niet goed meer te exploiteren voor veel zorgaanbieders. Ze stoten die af of komen in ernstige financiële problemen.
Tweedeling
Een ander dilemma is de keuze tussen solidariteit of individualisering. Die solidariteit is noodzakelijk om een nationaal stelsel van gezondheidszorg in stand te houden dat voor ieder betaalbaar en toegankelijk blijft. De toenemende kosten zetten de solidariteit zwaar onder druk. Er zal meer en meer een beroep worden gedaan op eigen bijdragen. Daarmee komt een tweedeling tussen wie die bepaalde voorzieningen wel en wie ze niet kan betalen steeds dichterbij.
Als derde dilemma zie ik vertrouwen versus controle. Beheersing van uitgaven en toezicht op kwaliteit vragen controle. Controle is alleen mogelijk door je werkzaamheden te registreren en te rapporteren. De activiteiten die daarmee gemoeid zijn, kosten veel geld en tijd. Denk alleen maar aan de werkzaamheden van het Centrum Indicatiestelling Zorg. Dat doet goede dingen, maar je kunt dat ook zien als vorm van georganiseerd en duur betaald wantrouwen omdat men de indicatiestelling niet aan de zorgaanbieders toevertrouwt. Gelukkig denkt de overheid eraan meer toe te vertrouwen aan de zorgaanbieders.
Christelijke zorg
Een vierde dilemma geldt vooral christelijke zorgaanbieders. Zij willen gestalte geven aan bijbels genormeerde zorg. Tegelijk worden ook zij geconfronteerd met cliënten met andere waarden en normen. Je mag hen niet weigeren; je wilt er immers zijn voor heel de bevolking? En met alleen christelijke medewerkers red je het niet. Hoe blijf je dan geloofwaardig als christelijke zorgaanbieder? Dat vraagt het uitdragen en vooral het voorleven van je waarden onder personeel en het beschikbaar stellen van geestelijke verzorging. Hier ligt ook een taak voor de kerken.
Er zou nog veel meer te noemen zijn. Iedereen komt met ouderenzorg in aanraking. Is het niet voor jezelf, dan wel via familie of vrienden. De ouderenzorg is van ons allemaal en dat is positief. Ouderen herinneren ons aan de kwetsbaarheid en eindigheid van het leven.
Imago
Helaas is het imago van de ouderenzorg niet best. Denk aan het spotje dat de SP eens uitzond. Een oudere dame kleedt zich geheel uit, om uit te beelden hoe belabberd het met de zorg gesteld zou zijn. Daarmee werd een politiek doel nagestreefd over de rug van cliënten en medewerkers in de zorg. De suggestie is bovendien onjuist. Uit tevredenheidsonderzoeken blijkt dat cliënten over het geheel genomen behoorlijk tevreden zijn over de zorg. Maar zo’n beeld en andere misstanden die in de media onevenredig veel aandacht krijgen, blijven wel hangen.
En dat is ernstig. De vraag naar ouderenzorg neemt toe, terwijl het draagvlak minder wordt. Ook daar ligt een belangrijke opgave voor beleidsmakers. Hoe kan ik medewerkers interesseren voor dit mooie werk? Want dat is het beslist. Het is een zeer dankbare taak om mensen te helpen die het zelf niet meer kunnen.
De belangrijkste vragen waar leidinggevenden voor gesteld worden, zijn: Wat is mijn visie op (christelijke) zorg? Wie zijn mijn cliënten, wat willen ze van mij en wat wil ik hen bieden? Hoe ga ik het personeel toerusten om dat waar te kunnen maken? Pas als je daar een antwoord op hebt, ben je in staat om je weg te vinden in de eerder geschetste dilemma’s.
Volgende week: ds. H.J. Stoutjesdijk over pastorale omgang met ouderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's