De ontvlechting voorbij
CBZ roept vragen bij hervormde gemeenten op
Het werk van de hervormde Commissie Bijzondere Zorg (CBZ) zit er na ruim vijf jaar bijna op. Administraties zijn ontvlochten, een pastorie of stuk grond overgedragen en geldbedragen overgemaakt. Intussen zijn er ook vragen ontstaan. Hoe pastoraal bewogen was de cbz?
Nu de hervormde Commissie van Bijzondere Zorg in vijfenvijfitg van de ongeveer zestig gescheurde gemeenten een voorziening vastgesteld heeft, besloot de redactie van De Waarheidsvriend opnieuw aandacht te besteden aan het werk van deze commissie. Daartoe nodigden we ds. H. Harkema en ds. G.C. Klok uit in kort bestek hun visie te geven op het werk en de besluiten van de CBZ. Tevens legden we aan ds. G.J. Wisgerhof, voorzitter van de CBZ, enkele vragen voor. Op grond van hun reacties hebben we de op deze pagina’s geplaatste reportage samengesteld. Met deze toelichting zal voor de lezer duidelijk zijn dat de predikanten niet direct op elkaar reageren.
Sinds de installatie van de commissie per 1 februari 2004 voerde de CBZ in ongeveer honderd plaatsen gesprekken, soms meer dan vijfentwintig keer in een plaats. Tot nu toe vergaderde de commissie bijna zestig keer voltallig en trof vijfenvijftig definitieve voorzieningen voor hersteld hervormde gemeenten. Er zullen er nog zes volgen. Kort na 2004 was er waardering voor de inzet om aan beide kanten van de scheuring kerkelijk leven mogelijk te maken, maar vijf jaar later is er veel onbegrip over de besluiten van de CBZ.
We moeten twee keer betalen, zegt ds. G.C. Klok uit Putten.
Het begin was goed. ‘De commissie moest een voorziening treffen met het oog op het komen tot nieuw kerkelijk leven van betrokkenen’, zegt ds. Klok. ‘Dat vind ik een barmhartig voorstel, de kerk waardig.’
Volgens ds. H. Harkema uit Middelharnis heeft de CBZ ‘goed en opbouwend werk’ gedaan. ‘De bemiddeling leidde er in veel plaatsen toe dat de hervormde gemeenten en de hersteld hervormde gemeenten letterlijk en geestelijk een dak boven het hoofd kregen.’
Ds. Klok: ‘Goed dat er contacten worden gelegd’, hoor je als je her en der in het land een ouderlingkerkrentmeester spreekt. ‘Goed dat de ontvlechting tot stand komt.’ Maar dan worden de gezichten somber. Kort na het aantreden van de CBZ vernam je hersteld hervormde protesten, maar die stemmen hoor je nu niet meer.’
Afkoopsom
Ds. Harkema: ‘De CBZ erkent dat zij zich na de feitelijke kerkscheuring ingesteld zag om te voorkomen dat hersteld hervormde gemeenten naar de rechtbank zouden gaan om kerkelijke goederen van de nog ongedeelde gemeente op te eisen. In plaats van op te komen voor de belangen van de gemeenten in de Protestantse Kerk gaat de CBZ nu in gesprek met zich losmakende gemeenten en tracht door onderhandeling tot een aanvaardbare afkoopsom te komen.’
Ds. Klok: ‘Het lag helemaal in de lijn der verwachting dat de opdracht die de CBZ meekreeg door de hele kerk zou gedragen worden.
Maar dat gebeurde niet en dat is een grondfout die tot zich vandaag de dag wreekt. Wat gebeurde er wel? De gemeenten die al sterk tegen hun wil in werden meegevoerd in een fusieproces dat ze als heilloos ervoeren, moesten en moeten zelf en alleen betalen.
Twee keer wordt hun de rekening van de fusie gepresenteerd. Eerst was er de diepe pijn en verdeeldheid door een niet gewild gebeuren, vervolgens is er de rekening die door de CBZ wordt thuisbezorgd. Het barmhartige besluit van de synode wordt uitgevoerd door enkele gemeenten ook de rekening van de praktische uitvoering te laten betalen. De kerk als geheel kijkt toe.’
Ds. Harkema: ‘Meer dan één hervormde gemeente voelt zich in de steek gelaten door een moeder die zij trouw wilde blijven. Waar anderen de kerk de rug toe keerden, moet nu een kleiner getal getrouwe gemeenteleden de financiële lasten dragen van het onderhoud van historische kerkgebouwen en voor de prediking van Gods Woord en de bediening van de sacramenten daarin. De regeling van de CBZ is te vergelijken met een weduwe die de haar trouw gebleven arme kinderen opdraagt bij te dragen aan het huishouden van de wat meer vermogende kinderen die op zichzelf zijn gaan wonen.’
Ds. G.J. Wisgerhof, voorzitter van de CBZ: ‘Inderdaad is er een omslag in de waardering voor het werk van de CBZ gekomen. Die heeft te maken met de verschillende fasen in het werk van de commissie.
Onze eerste taak was door overleg met kerkenraden en gemeenteleden scheuringen en breuken proberen te voorkomen, maar daar kwam weinig van terecht. Al snel in 2004 werd duidelijk dat posities waren ingenomen en standpunten vastlagen. Er viel niet of nauwelijks te praten met degenen die weigerden mee te gaan in de verenigde kerk. In veel gevallen werden we zelfs niet ontvangen.’
Onwil
‘Toen de breuk zich op 1 mei 2004 voltrok, moest de commissie al haar energie richten op onze tweede opdracht: maatregelen treffen om vaak ernstig gehavende hervormde gemeenten te helpen voort te bestaan binnen de Protestantse Kerk. Sommige gemeenten waren meer dan gehalveerd. In andere vervolgden de predikant en/of de kerkenraadsleden hun weg buiten de Protestantse Kerk. Weer elders konden gemeenteleden niet over het kerkgebouw en de overige bezittingen van de gemeente beschikken, omdat de sleutelposities letterlijk werden ingenomen door hen die weigerden mee te gaan in de verenigde kerk. De commissie werd geconfronteerd met veel verdriet en verwarring, pijn en verslagenheid. In een aantal gevallen zag de commissie zich gedwongen om samen met de hervormde gemeente de hulp van de voorzieningenrechter in te roepen om de belangen van de gemeente binnen de Protestantse Kerk veilig te stellen.
In deze fase was er van hervormde zijde brede waardering voor het werk van de commissie. Mensen voelden zich gesteund en geholpen. In veel gevallen zou het vast en zeker anders met gemeenten zijn afgelopen wanneer de commissie niet te hulp was geschoten.
Daartegenover nam het verzet tegen de commissie aan hersteld hervormde kant alleen maar toe. De gevoelens tegenover de commissie werden daar negatiever, mede omdat door de uitspraken van de rechters duidelijk werd welke gemeente de wettige voortzetting was van de gemeente van voor 1 mei 2004.
Ondertussen begon de commissie ook aan haar derde taak: voorzieningen treffen voor de hersteld hervormden met het oog op het komen tot nieuw kerkelijk leven.
Als een aanzienlijk deel van een gemeente is overgegaan tot vorming van een eigen kerkelijk leven, wordt er volgens de kerkorde een voorziening getroffen. Dit met inachtneming van de omstandigheden ter plaatse en de zorg voor het voortbestaan van de hervormde gemeente. Zo’n voorziening komt ten laste van de hervormde gemeente en kan bestaan uit een geldbedrag, maar er kan ook een pastorie, een kerk of verenigingsgebouw of een stuk grond worden overgedragen.
Tijdens deze derde fase in het werk vond er een omslag in waardering plaats. In sommige hervormde gemeenten constateerden we niet alleen onbegrip, maar ook pertinente onwil om mee te werken aan een voorziening. In deze fase werd de CBZ met meer verzet van hervormde zijde geconfronteerd, terwijl juist aan hersteld hervormde kant voorzichtig het besef doorbrak dat de CBZ ook voor de hersteld hervormde gemeenten iets wilde betekenen.’
Niet meer dan advies
Ds. Harkema: ‘Al sinds 1571 is de grondwet van het gereformeerde kerkrecht dat ‘geen kerk over de andere, geen dienaar over dienaren, geen ouderling over ouderlingen, geen diaken over diakenen voorrang of heerschappij zal uitoefenen, maar veeleer dat elk zich zal wachten voor alle verdenking daarvan of gelegenheid daartoe’. Nooit in haar lange geschiedenis heeft de Nederlandse Hervormde Kerk een commissie ingesteld die zou moeten bemiddelen met hen die het gezag van de synode niet langer wilden erkennen en zich van de Hervormde Kerk zouden losmaken.
De overheid erkende bij alle scheidingen immers het kerkrecht als een vorm van gewoonterecht, dat niet strijdig is met de burgerlijke wetgeving. Kerkgebouwen, goederen en andere eigendommen worden geërfd van het voorgeslacht zonder enige vorm van overdracht. Het eigendomsrecht van een historisch kerkgebouw ligt zelfs alleen maar bij het kadaster vast. Bij de Afscheiding in 1834 en later bij de Doleantie in 1886 en ook bij andere kleinere of grotere afscheidingen, vond geen verdeling van goederen plaats, aangezien de onder de synode blijvende gemeente gezien werd als de wettige eigenaresse van de erfenis van het voorgeslacht.
Bij geen enkele kerkelijke scheuring in het verleden heeft de overheid een hervormde gemeente die onder het gezag van de synode bleef, opgedragen geld of goed aan ‘hen die gingen’ af te dragen. Integendeel, de overheid droeg er zorg voor eventueel ten onrechte meegenomen kerkelijke goederen terug te brengen bij de gemeente die daar recht op had: de gemeente van ‘hen die bleven’.
Nu de Nederlandse rechter onomwonden uitgesproken heeft dat de hervormde gemeenten binnen de Protestantse Kerk in Nederland de wettige voortzetting zijn van de hervormde gemeenten die behoorden tot de Nederlandse Hervormde kerk, mag het overduidelijk zijn dat de door de Protestantse Kerk in Nederland ingestelde commissie nooit een uitspraak kan doen die verder zou kunnen reiken dan een advies. Alle vormen van dwang van bovenaf in de sfeer van eigendomsrecht zijn strijdig met het gereformeerde kerkrecht.’
Bewuste keus
Ds. Klok: ‘Voor 2004 werd keer op keer ook verzekerd dat alle kerkelijke bezittingen zouden meegaan in de nieuw te vormen kerk. Kijk nu eens wat is opgelegd. In veel gevallen moest uiteindelijk heel veel worden overgedragen.’
Ds. Wisgerhof: ‘In tegenstelling tot wat er vroeger gebeurd is, bijvoorbeeld bij Afscheiding en Doleantie, heeft de kerk er nu bewust voor gekozen dat ook aan hen die menen hun weg buiten de Protestantse Kerk te moeten voortzetten, hulp wordt geboden om tot een eigen, nieuw kerkelijk leven te komen. Dat is inderdaad een principieel andere koers dan in het verleden. Monumentale, historische kerkgebouwen dragen we niet in eigendom over. Dat is de hoofdregel die we met de kleine synode hebben afgestemd. Tenzij het beslist niet anders kan, bijvoorbeeld omdat de hervormde gemeente te klein is geworden om zelfstandig voort te bestaan en de gemeente waarmee die kleine gemeente zal worden samengevoegd het kerkgebouw niet in eigendom kan of wil aanvaarden. In een zeer beperkt aantal gevallen – op de vingers van één hand te tellen – is een monumentaal historisch kerkgebouw in eigendom overgedragen aan de hersteld hervormde gemeente; er was geen andere oplossing.
Wanneer de hervormde gemeente zelf gebruik blijft maken van het kerkgebouw, blijft het uiteraard eigendom van de hervormde gemeente. In bepaalde gevallen is aan de hersteld hervormde gemeente voor een bepaalde periode het medegebruik aangeboden tegen een gebruiksvergoeding.
De besluiten van de burgerlijke rechter dat de Protestantse Kerk de wettige voortzetting is van de Nederlandse Hervormde Kerk waren een stevige steun in de rug bij ons werk. Er kwam duidelijkheid. De hersteld hervormden kunnen niets claimen als hun eigendom. Tegelijk bleef de kerkorde recht overeind staan. Daar waar een aanzienlijk deel van de gemeente is weggegaan, treft de CBZ een voorziening. Dit is geen kan-bepaling.
Er staat niet: daar kan de CBZ een voorziening treffen, maar: daar treft de CBZ een voorziening. Die opdracht voeren we naar eer en geweten zo goed mogelijk uit. En daar waar een voorziening wordt aangevochten, verdedigen wij die.’
Niet in eigen kerk
Ds. Klok: ‘Schrijnend is het als in bepaalde gevallen de historische kerk – al dan niet voor veel jaren in erfpacht – werd overgedragen, en de hervormde gemeente die daarna weer wat opkrabbelt, niet meer in de eigen kerk kan.’
Ds. Wisgerhof: ‘Wanneer een hervormde gemeente het kerkgebouw (vooralsnog) niet zelf nodig heeft, wordt het gebouw in erfpacht gegeven aan de herstelde hervormde gemeente voor een periode van vijftig jaar. Bij erfpacht wordt in de notariële akte steeds de bepaling opgenomen dat de hervormde gemeente te allen tijde het recht behoudt om van het kerkgebouw gebruik te maken voor rouw- en trouwdiensten en voor twee diensten op zondag.
Jammer genoeg is dat in Garderen nu nog niet mogelijk. De hervormde gemeente kan een keer per zondag dienst houden in het in erfpacht uitgegeven kerkgebouw. De hersteld hervormde gemeente is niet bereid in overleg een tweede dienst toe te staan. Vandaar dat nadien in andere voorzieningen steeds uitdrukkelijk gebruik van het kerkgebouw voor twee diensten is opgenomen in de voorziening.’
Solidair
Ds. Harkema: ‘Als de synode of de CBZ dan toch van oordeel is dat overdracht van goederen aan hersteld hervormde gemeenten moet plaatsvinden, is het dan terecht dat zij juist de meest zwaar beschadigde gemeenten daarvoor verantwoordelijk stelt? Na de oorlog en na de watersnoodramp riep de synode commissies in het leven die de schade verdeelden onder de meest draagkrachtigen. Bij alle tot nu toe uitgesproken beslissingen van de kleine synode is er van enige vorm van solidariteit tussen de gemeenten binnen de Protestantse Kerk nog niet het minst sprake.
Het blijft bijbels, historisch en juridisch gezien voor velen onmogelijk de CBZ in haar huidige handelswijze te zien als die pastoraal bewogen commissie die in de overgangsbepalingen van de kerkorde genoemd wordt.’
Ds. Wisgerhof: ‘De huidige regeling is indertijd door de synode bij de vaststelling van de overgangsbepalingen zo besloten. De CBZ voert slechts uit. Toch wil ik er wel iets over zeggen. Wanneer onroerende goederen in eigendom of in erfpacht worden overgedragen aan een hersteld hervormde gemeente, kan dit alleen maar ten laste komen van de betrokken hervormde gemeente en niet van de landelijke kerk. Die goederen zijn immers niet het eigendom van de landelijke kerk maar van de plaatselijke gemeente.
Wanneer de overdracht van vermogen voor rekening van de landelijke kerk zou komen, zou dit voor rekening van ons allemaal komen.
De landelijke kerk zijn wij immers allemaal samen. Die kosten zouden dan via het quotum moeten worden omgeslagen over alle gemeenten. Dat zou maximale solidariteit betekenen, hoor ik iemand zeggen. Zeker, maar het is zeer de vraag of daar voldoende draagvlak voor zou zijn. Het verzet tegen de vereniging speelde zich vooral af binnen een bepaald deel van de kerk; een minderheid. Van die minderheid koos vervolgens opnieuw een minderheid ervoor om te breken. Het verzet tegen de vereniging door de jaren heen heeft veel vertraging in het verenigingsproces opgeleverd, en dus ook veel extra kosten. Aan de bezwaarden is ondertussen wel op vele punten tegemoetgekomen.
Tot op het allerlaatste moment heeft de synode handreikingen gedaan, opdat bezwaarden hun plaats binnen de kerk zouden kunnen blijven innemen. Dat werd helaas niet genoeg gevonden. Ik schat in dat het te veel gevraagd zou zijn om nu de kosten van de voorzieningen op alle gemeenten te laten drukken. En niet geheel ten onrechte.
Dat wil niet zeggen dat er geen solidariteit is met gescheurde gemeenten. Juist met het oog op financiële hulp aan die gescheurde gemeenten is een speciale taakgroep gevormd en zijn extra middelen uit de solidariteitskas vrijgemaakt. Verschillende gemeenten hebben daar ook dankbaar gebruik van gemaakt.’
Dictaat
Ds. Klok: ‘Gemeenten verbazen zich over het gebrek aan transparantie in het werken van de CBZ.
Verschillende leden van de commissie noemen verschillende bedragen. Hoe komt het uiteindelijke bedrag tot stand? Het komt als een dictaat. Niemand weet of er richtlijnen zijn en hoe die dan worden toegepast. En het wordt al helemaal niet aannemelijk gemaakt dat dit bedrag nodig is voor het tot nieuw kerkelijk leven komen van hersteld hervormden. De regeling die gemeenten opgelegd krijgen, heeft steeds meer het karakter van genoegdoening.
Ik verneem in het land ook onbegrip voor het feit dat er diaconaal geld moet worden overgedragen.
Een nieuw begonnen gemeente heeft geen verplichtingen, ze kan toch eenvoudig met collecteren beginnen? De werkwijze van de CBZ komt autoritair over. Je moet je gemeente tegen je eigen kerk verdedigen. Het heeft iets van een politiek spel: hoe meer druk je op de commissie kunt uitoefenen, hoe lager het bedrag dat je moet overdragen.’
Ds. Wisgerhof: ‘Het opstellen van een voorziening is maatwerk. Er is geen formule die we overal kunnen hanteren. In de overgangsbepaling bij de kerkorde staat nadrukkelijk dat de voorziening moet worden vastgesteld ‘met inachtneming van de omstandigheden ter plaatse’.
Die omstandigheden zijn zeer verschillend. We kijken uitvoerig naar wat mogelijk en verantwoord is en wat niet. De voorziening wordt niet vastgesteld naar rato van het aantal leden dat vertrokken is. Een voorziening hoeft in beginsel niet meer te omvatten dan wat noodzakelijk is voor het komen tot nieuw kerkelijk leven van de nieuw ontstane kerkgemeenschap. Wat is mogelijk en verantwoord? Waar niets kan worden overgedragen omdat de hervormde gemeente alle financiën zelf hard nodig heeft, wordt niets overgedragen.
Een voorziening moet ook echt iets voorstellen, het is geen zoethoudertje. De rechter die in Utrecht vonniste in de verklaring voor rechtprocedure, sprak uit dat van de Protestantse Kerk verwacht mag worden dat zij zich bij de afwikkeling van de relatie met de hersteld hervormden ‘bijzondere inspanningen getroost’. Die boodschap is duidelijk.
De voorzieningen moeten ook ten opzichte van elkaar consistent zijn. Wij moeten ze tegenover de kleine synode en eventueel ook voor het generale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen of voor een rechter kunnen verdedigen. Naar buiten toe doen we geen mededelingen over bedragen die worden overgedragen. Tegenover de kleine synode leggen we op dat punt wel verantwoording af. De kleine synode krijgt ook inzage in de financiële balans van de hervormde gemeenten per 1 mei 2004.
Wat de hervormde gemeenten betreft moet er gauw te veel worden overgedragen, terwijl de hersteld hervormden het te weinig vinden.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's