Waar zal ik zijn?
Oog voor ouderen [2]
De geestelijke en pastorale vragen die onder ouderen leven, gelden in principe ieder mens, jong en oud. Er zijn wel praktische verschillen. De ene leeftijdsgroep gaat anders met de vragen om dan de andere.
Jongeren staan anders in het leven dan ouderen. Als je oud geworden bent, komt het einde van het leven sterker op je af dan wanneer je jong bent en je naar menselijke berekening nog een heel leven voor je hebt. Dat wordt ook anders als je als jongere meemaakt dat een leeftijdsgenoot plotseling sterft en je zo bij de vergankelijkheid van je eigen bestaan bepaald wordt. Ik merk dat ook zelf bij mijn werk in verpleeghuis Salem te Ridderkerk.
Ik heb de verantwoordelijkheid om bewoners te begeleiden die in een bepaalde fase van dementering zijn, met alle gevolgen van dien, en ben er voor de hele familie. Ook voor hen die allerlei lichamelijke gebreken hebben, bijvoorbeeld vanwege een doorgemaakt herseninfarct of andere ernstige ziekten, ben ik er als pastor. Daarbij zijn in ons verpleeghuis ook bewoners die palliatieve zorg nodig hebben en bij wie de levensverwachting hooguit drie maanden is.
Vragen
De geestelijke en pastorale vragen waarmee ik als pastor te maken krijg, liggen op een breed terrein. Ze cirkelen aan de ene kant rondom de toe-eigening van het heil, de zekerheid van het geloof, het eeuwige leven en de zaligheid. Hoe krijg ik een rechtvaardig God? Waar zal ik zijn wanneer ik sterf ? Mag en kan ik het er wel voor houden dat God mij in Christus genadig is? Daar moet ik toch uitverkoren voor zijn?
Aan de andere kant is er sprake van een bepaalde onverschilligheid, een soort automatisme en gearriveerdheid op geestelijk gebied. Ik heb altijd netjes geleefd, ieder het zijne gegeven, ik ben altijd een trouw lid van de kerk geweest, aan het Heilig Avondmaal gegaan, en dus … Eigenlijk leven bij deze mensen helemaal geen vragen, maar is er sprake van zekerheden, waarvan wel te vrezen valt dat deze geen bijbelse grond hebben.
Natuurlijk ligt tussen deze beide uitersten een scala aan vragen, voornamelijk naar het waarom van dingen die in het leven gebeurd zijn. Vragen op het terrein van verwerking van verdriet en moeite. Vragen die Gods voorzienig bestel betreffen. Vragen over het niet eens zijn met de weg waarin de HEERE ons en anderen leidt.
Rechte lijn
Hoe ga je als pastor met deze en dergelijke vragen om? Allereerst door de pastorant, degene aan wie je pastorale zorg verleent, serieus te nemen. Per slot van rekening ben ik pastor in de tegenwoordigheid van de goede en enige Herder, Jezus Christus, en bedien ik het pastoraat in Zijn Naam. Ik ben voor Zijn aangezicht werkzaam. Er loopt een directe lijn van pastor en pastorant naar de rechterstoel van Christus. Eenmaal vraagt de HEERE van mij rekenschap of ik pastoraal recht heb gehandeld. Daarvan moet ik mij altijd bewust zijn en blijven.
Ik moet ook altijd eerlijk met mijn
Volgende week: mevr. E.W. Sonnenberg over ouder worden in de praktijk.
pastorant omgaan. Iemand niet naar de mond praten, lettend op zijn omstandigheden. Niet mijn eigen stokpaardjes in het gesprek berijden, maar altijd spreken en handelen overeenkomstig Gods Woord en getuigenis. Ook hiervan geldt: 'zo zij niet zullen spreken naar Gods Woord, zij zullen geen dageraad hebben' (zie Jes. 8:20). Dit spreken vanuit Gods Woord dient echter niet prekerig of dogmatisch over te komen, waarmee ik niets negatiefs wil zeggen van een goede preek of een bijbelse dogmatiek. Maar mijn woorden en betrokkenheid moeten de pastorant het gevoel geven: de pastor begrijpt de vragen van mijn hart, hij staat naast mij.
Maar dat niet alleen. Onder de zegen des HEEREN zal hij of zij door deze wijze van omgaan verder geholpen kunnen worden op zijn reis naar de eeuwigheid, hoe moeilijk die weg ook zou kunnen zijn.
Vluchten
Vanzelfsprekend wil ik hiermee niet gezegd hebben dat het omgaan met vragen van geestelijke en pastorale aard bij ouderen een kwestie zou zijn van een juiste methodiek, al mag je er in de praktijk veel van leren. Per slot van rekening is het de Heilige Geest Die het hart van een mens in nood, ook wanneer hij via hoogte- en dieptepunten aan het einde van zijn leven is gekomen, als een verloren zondaar doet vluchten naar het bloed van Christus en aan Zijn doorboorde voeten naar lichaam en ziel rust doet vinden.
Wanneer de HEERE de genade die Hij aan een oudere schenkt, ook laat zien aan de pastor, die soms dagelijks met hem omgaat, is dat een bijzondere zegen. Bovenal, wanneer de HEERE de pastor in diezelfde genade doet delen, want ook hij is van diezelfde genade volkomen afhankelijk en bij hem leven dezelfde geestelijke en pastorale vragen, is diens blijdschap vervuld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's