Classis Sneek zoekt preses
Impressie van de protestantse synode [1]
Al anderhalf jaar zoekt de classis Sneek tevergeefs naar een voorzitter. Na de komende wijziging van de kerkorde moet die makkelijker te benoemen zijn. Dat is een van de uitkomsten na drie vergaderdagen van de synode.
Niemand is beschikbaar om preses van de classis Sneek te worden. Een emeritus predikant wil het wel doen, maar is geen lid van de kerkenraad. Maken we hem dan ouderling? Ja, maar dan komt hij in de kerkenraad van zijn opvolger – en dat is niet fijn. Ds. W.B. Beekman uit Koudum, voorzitter van de commissie evaluatie kerkorde, maakte vorige week tijdens de synodevergadering met dit praktijkvoorbeeld duidelijk hoe nodig het is de kerkordelijke mogelijkheden te verruimen met het oog op het functioneren van gemeenten, classes en synode. Zijn commissie pleitte voor ruimte om oud-ambtsdragers naar de ambtelijke vergaderingen af te vaardigen. ‘Let wel, dat is een andere groep mensen dan niet-ambtsdragers. En, deze wijziging zal geen vrijbrief mogen worden voor pluchezitters.’
Minder leden, minder geld
Vijf jaar na de vereniging tot de Protestantse Kerk in Nederland heeft de evaluatie van de kerkorde een actuele spits. Nu is de vraag niet meer of er voldoende elementen uit de hervormde, gereformeerde of lutherse traditie overgenomen zijn, maar gaat het om het functioneren in de praktijk. Die praktijk wordt onder andere gestempeld door een teruggang in ledental en financiële middelen, al merkte oud. P. van den Boogaart (classis Barendrecht) terecht op dat ook de afname van betrokkenheid meespeelt. Voor kerkenraden is het daarom moeilijk voldoende én voldoende deskundige mensen te benoemen.
De commissie evaluatie kerkorde constateerde in haar rapport De kerkorde bij de tijd dat door het kleiner worden van de Protestantse Kerk het moeilijker is om aan alle eisen van organisatie en kwaliteit die de kerkorde stelt te voldoen. De commissie deed uitvoerig navraag bij kerkenraden en alle bovenplaatselijke ambtelijke vergaderingen en colleges. Ook ontving zij reacties van organisaties en individuele kerkleden en ambtsdragers (onder meer een brief van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, waarin ervoor gepleit werd dat de synode zichzelf meer instrumenten verschaft als ambtsdragers zich publiekelijk in strijd met de belijdenis van de kerk uitspreken).
Deze commissie ging op zoek naar verbeteringen die de kwaliteit van het gemeente-zijn bevorderen, de overbelasting verminderen, de regels (rond bv. de perforatie naar een andere gemeente) vereenvoudigen, de flexibiliteit bevorderen en de kosten verlagen. Haar rapport mondde uit in negentien aanbevelingen, onder andere: vermindering van de omvang van de classicale vergaderingen en de synode en afvaardiging van oud-ambtsdragers naar deze vergaderingen mogelijk te maken én ambtelijke vergaderingen een grotere vrijheid geven om hun ambtelijke samenstelling zelf te bepalen.
RAGB
In de bespreking noemde ds. Beekman deze vergadering dé kans om in één keer het kerkelijk leven te overzien en elk baken te verzetten. Dr. R. de Reuver (voorzitter van de Generale Raad van Advies) gaf aan dat de kerkordelijke jas te wijd geworden is en daarom ook twee heilige huisjes ter discussie moeten komen: de zelfstandigheid van wijkgemeenten en de ambtelijke vertegenwoordiging.
Ds. W.G. Sonnenberg (visitator-generaal) adviseerde de band met de gemeenten te bewaken, als oud-ambtsdragers naar de meerdere vergaderingen gaan. Drie moties werden over deze thematiek ingediend.
Oud. A.C. van de Vliert (classis Doetinchem) vroeg aandacht voor mediation, als er sprake is van een kerkelijk conflict.
Diaken B.J. Dijkdrenth (classis Amersfoort) wilde niet alleen de kerkorde, maar het hele fusieproces evalueren.
Ds. L. Plug (classis Gouda) wilde een eventuele samenvoeging van de Generale Raad van Advies en de Raad van Advies voor het Gereformeerd Belijden voorkomen.
Scriba dr. A.J. Plaisier zegde daarop toe dat de RAGB stakeholder zal blijven voor het gereformeerd belijden. ‘Misschien zal deze raad wel een meer pro-actieve rol in de kerk krijgen in plaats van dat hij in de slipstream van de GRA adviezen geeft.’
Slogan uit Delfshaven
Veel synodeleden voelden er weinig voor om oud-ambtsdragers naar classis of synode af te gaan vaardigen. De Rotterdamse ouderling G.G. van Dijk was daarom een uitzondering toen hij de in Delfshaven levende uitdrukking doorgaf: ‘Eens een ambtsdrager, altijd een ambtsdrager.’ ‘Al heb ik mijn ambtsopvatting, we houden elkaar voor de gek als we denken het zonder oud-ambtsdragers te gaan redden. Een ambt dragen is niet iets doen, maar iets zijn – en dat ambt hang je niet na vier jaar aan de wilgen.’ Juist deze stem van oud. Van Dijk hoorden we breed in de kerk, aldus ds. Beekman.
De Generale Commissie zal op basis van het rapport De kerkorde bij de tijd en de bespreking ervan in de synode concrete voorstellen gaan formuleren, die een eerste en tweede bespreking zullen krijgen. Hopelijk heeft de classis Sneek voor die tijd een nieuwe preses. Want, het werk in de kerk moet doorgang hebben.
Seksualiteit
Minder eensgezindheid was er in de synode, toen (opnieuw) over seksualiteit gesproken werd. Wat gebeurt er als dit thema ter sprake komt? De geladen sfeer ten tijde van de vaststelling van de ordinanties 5.3 over het huwelijk en 5.4 over de zegening van relaties van mensen van gelijk geslacht uit de triosynode keert niet terug, maar toch is er rond dit thema altijd spanning en emotie.
Omdat we ervaren dat hier ons verstaan en ons toepassen van Gods Woord in het geding zijn?
Omdat we ervaren uitspraken te doen over de inrichting van het leven van concrete mensen?
Omdat seksualiteit zelf onze diepste emoties raakt?
Seksualiteit is een gave van God. De kerk zoekt er daarom naar dit thema niet in een problematiserende context aan de orde te stellen. De kerkelijke realiteit van de Protestantse Kerk is daarbij tot pijn bij velen zo dat een minderheid belijdt dat seksualiteit plaats dient te hebben binnen het huwelijk als een verbond van man en vrouw.
Handreiking kerkelijk gesprek
De protestantse historie met de bezinning op dit thema kan hier niet opgehaald worden. Het bezwaar van dhr. A.W. de Ronde tegen ord. 5.4 dat niet als gravamen (een bezwaar tegen het belijden van de kerk) werd gezien, het voorstel om een pastorale brief aan de gemeenten te schrijven, het voornemen om de gemeenten twee brieven te sturen, ook een over homoseksualiteit … en nu weer het voorstel om toch één brief over seksualiteit te verzenden.
Dr. A.J. Plaisier gaf vooraf aan dat het ordinantie 5.4 niet ter discussie zal komen. Hij vroeg, ook gezien de plaats die seksualiteit in de jongerencultuur heeft, mandaat voor het moderamen om met een brief te komen. In die brief, aldus dr. R. de Reuver, moest het gaan om een leidinggevend gesprek, ook met het oog op de samenleving.
Oud. mevr. S. Hiebsch (lutherse synode) kwam met een tegenvoorstel. Stuur geen brief naar de gemeenten, want daar zit niemand op te wachten, maar laat de dienstenorganisatie van de kerk de bijbels-theologische vraagstukken zoals die in de breedte van de kerk leven, in kaart brengen en de resultaten ervan verwerken in een handreiking voor het kerkelijk gesprek.
Ds. H. van Solkema (classis Zutphen) wilde de eventueel te versturen brief eerst inzien én vroeg om rekening te houden met gevoelens van onzekerheid bij mensen die op grond van ord. 5.4 al een zegen over hun relatie gekregen hebben. Hij wilde tevens inschakeling van de werkgroep Homoseksualiteit, ambt en kerk’ waarvan hij voorzitter is.
Enthousiasme en pijn
Waar het ene synodelid enthousiast reageert op het bestaan van deze werkgroep, ervaart een ander dit als pijnlijk, niet omdat er geen pastoraal hart voor homofiele gemeenteleden is, wel omdat de Bijbel homoseksualiteit als zonde benoemt. Kan de kerk daar nog uitkomen?
Ds. A. van Lingen (classis Alblasserdam) erkende dat de kerk fundamenteel verdeeld is over hoe seksualiteit moet functioneren, ‘wat de discussie vertroebelt’. Hij pleitte er niettemin voor het thema aan de orde te blijven stellen, nodigde het moderamen daartoe uit, ‘omdat het gaat om een zaak van God, Zijn Woord en wet’.
Ds. mevr. M.D. Vlasblom (classis Enschedé) riep op tot praktische handreikingen, voor jongeren en hun ouders, omdat we in een verseksualiseerde samenleving leven.
Niet minder dan 85 synodeleden steunden het tegenvoorstel van oud. Hiebsch. Er komt dus geen brief over seksualiteit voor de gemeenten. De dienstenorganisatie zal nu de bijbels-theologische en ethische aspecten van dit thema in kaart brengen. We bidden daartoe om horigheid aan het Woord van God, om de Geest die in de waarheid leidt.
Ds. J. Westland stelde dit jaar in de serie Onze omgang met seksualiteit (te vinden op de site gereformeerdebond.nl) dat in de Bijbel een verkeerde omgang met seksualiteit vaak verbonden is met dienst aan de afgoden. Durven we elkaar in het kerkelijk gesprek de vraag te stellen op welke wijze dat vandaag in kerk en samenleving aan de orde zou kunnen zijn?
P.J. Vergunst
Volgende week aandacht voor de bespreking in de synode van de doopgedachtenis, de permanente educatie en de relatie kerk en staat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's