De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk op een laag pitje

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk op een laag pitje

De tussengeneratie [1]

6 minuten leestijd

Kerkelijk Nederland heeft zorgen over de middengeneratie. Bij deze mensen van tussen 25 en 45 jaar staat de betrokkenheid bij de gemeente (even? ) op een laag pitje. Ze zijn druk met het leven zelf.

Wat is er aan de hand? In zekere zin lijkt het probleem van het gat van de kerk, zoals de leegte van de middengeneratie wordt genoemd, op problemen die ook allerlei verenigingen en organisaties door de veranderde maatschappelijke omstandigheden momenteel ervaren. Ik ben bijvoorbeeld ook lid van een kleindierenvereniging, Nut en Sport geheten. Daarvan ontvang ik elke keer een verontrustend schrijven dat er wel oudere leden en jeugdleden zijn, maar dat de vitale tussengeneratie geen tijd meer beschikbaar stelt voor bestuurswerkzaamheden en allerlei vrijwilligerswerk, waardoor het elk jaar weer de vraag is of de kleindierenshow nog kan doorgaan. De kerk is ook een maatschappelijke organisatie. Gedeelde smart is halve smart.
Toch voelen we allemaal aan dat het iets gecompliceerder ligt als het over de kerk gaat. Het zal me oprecht spijten wanneer mijn kleindierenvereniging Nut en Sport wordt opgeheven, maar er zijn uiteindelijk ergere dingen. Dat kun je van de kerk zo niet zeggen, naar mijn overtuiging. De kerk is immers niet alleen een maatschappelijke organisatie, die in verenigingsverband aan religie doet.
Overeenkomstig haar zelfverstaan is de kerk tegelijk nog iets heel anders. Ze is het lichaam van Christus, waartoe je gaat behoren door geloof en doop.

Belerend
Jezus zelf gebruikte hiervoor het beeld van de wijnstok en de ranken (Joh.15). Hij spreekt in deze metafoor ook over de mogelijkheid een dode rank te worden, die in het vuur geworpen wordt. Hoe je je dat precies moet voorstellen doet er niet toe, de metafoor is ernstig genoeg. Ze geeft aan de thematiek van het gat van de kerk een urgentie, waar ik me niet aan kan onttrekken maar die juist naar de doelgroep toe moeilijk te communiceren valt. Het werkt niet goed wanneer je tegen mensen van wie de band met de kerk steeds losser wordt, zegt dat ze het risico lopen dode ranken te worden. In de meeste gevallen zal dit te belerend en te dreigend overkomen. Tegelijk besef ik dat het Nieuwe Testament in dit opzicht belerender en dreigender is dan hen en mij vandaag lief is. Ik houd deze urgentie dus wel goed in mijn achterhoofd, maar vertaal die voorlopig vooral naar mijzelf toe als een krachtige aansporing alles op alles te zetten mensen te blijven behouden voor het lichaam van Christus.

Verkruimeld
Van het gat van de kerk zijn verschillende definities in omloop. Ik dacht eerst dat het vooral ging om de leeftijdsgroep tussen 25 en 45 jaar, de mensen die met een opeenstapeling van plichten zitten. Dat geldt zeker tweeverdieners, die moeten werken voor een hoge hypotheek, een kinderwens hebben en tegelijk carrière moeten maken voor hun toekomstperspectief.
Ik kwam echter ook een meer algemene definitie tegen: het gaat om de mensen die op de een of andere manier tijdelijk een time-out nemen. De oorzaak kan ook bij hen de socio-stress zijn, maar evengoed zou het te maken kunnen hebben met een sluimerende of acute geloofscrisis. Dit laatste, deze sluimerende of acute geloofscrisis, vind ik een behoorlijk complicerende factor in het gesprek over het gat van de kerk. Deze geloofscrisis is namelijk alom aanwezig in het westerse christendom. Uiteindelijk heeft deze crisis te maken met het geloof in God.
Ik zou er daarom voor willen pleiten steeds heel goed te luisteren naar degenen die zeggen dat ze even niet zo actief willen zijn. Wat bedoelen ze echt? Het is mij nogal vaak overkomen dat iemand begon met te zeggen dat hij het voorlopig te druk had, maar dat in de loop van het gesprek bleek dat het geloof dat hij een aantal jaren beleden had, intussen verkruimeld was tussen de molenstenen van vragen en nieuwe levenservaringen.

Dochter van 35
Dan ben ik tegelijk bij het belang van het pastoraat aan juist deze groep. Sommige voorvallen uit je pastoraat blijven je altijd bij. Zo herinner ik me dat we in mijn tweede gemeente het pastoraat onder 70+’ers intensiveerden. Op een gegeven moment stond ik binnen het halfjaar weer bij een vitale zeventiger aan de deur. Ze zei: ‘Ik wil u wel binnenlaten, maar eerlijk gezegd vraag ik me af: Waar zijn jullie toch mee bezig? Ik kom net bij mijn dochter van 35 vandaan. Ze komt steeds minder in de kerk en het is moeilijk als moeder daarover te praten. Ga alstublieft naar haar toe, want wij redden ons wel.’
Dit voorval werd het uitgangspunt voor een gesprek in de kerkenraad. Doen we het inderdaad wel goed? Wij bezoeken ouderen en mensen in grenssituaties. Als er verder weinig aan de hand lijkt, is er meestal geen diepgaand contact. Het reguliere huisbezoek, voor zover dat nog gedaan wordt, functioneert vaak ook niet als het moment voor een diepgaand gesprek. Het is vaak te formeel. Een en ander resulteerde in nieuw beleid. Voor het bezoek aan ouderen werd een medewerker aangetrokken. Zelf ging ik me richten op jongere gezinnen en nieuw ingekomenen. Groothuisbezoeken werden opgezet, met thema’s als: ‘Heb je de kerk nodig om te geloven?’ Ik zette een kring rond geloofs- en levensvragen op voor twintigers die geen belijdenis hadden gedaan.
Ik heb hier zelf veel van geleerd en ben er anders door gaan preken. Ik ontdekte hoe geseculariseerd mijn gemeenteleden waren en hoe een binnenkerkelijke taal over hun hoofden heenging. Ik ontdekte het levensgrote gevaar waarin we verkeren en waarvoor Jezus al waarschuwde toen Hij zei: ‘Wat zou het een mens baten als hij de hele wereld zou winnen en schade lijden aan zijn ziel?’ (Matth.16:26). Ik ontdekte ook dat wanneer vertrouwde geloofsvoorstellingen wegvallen en zelfs God een vraag geworden is, dit nog niet hoeft te betekenen dat mensen geen zoekers meer zijn.

Niet bang
Kortom, het werd mijn ontdekking dat in onze huidige geseculariseerde tijd de grens tussen pastoraat en missionair werk heel dun is geworden. Het doet mensen goed, merkte ik steeds weer, over hun levensgang, het geloof uit hun kindertijd en wat er later van geworden is, te praten met iemand die niet bang is voor de vragen, die ook zelf het een en ander heeft doorleefd en bedacht. Wanneer dat een predikant is, krijgen ze vertrouwen in hem en luisteren vanaf dat moment ook heel anders naar de preken. Ineens pikken ze er dingen uit op die ze anders niet opgepikt zouden hebben.
Ik pleit daarom voor een intensief contact tussen de predikant en de mensen die feitelijk al of anders potentieel tot het gat van de kerk behoren. Mijn ervaring is ook dat de predikant die zich richt op de geloofs- en levensvragen van deze groep, tegelijk voor ouderen en trouwe kerkgangers iets te zeggen heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De kerk op een laag pitje

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's