De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stil de tijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stil de tijd

7 minuten leestijd

Het lijkt een afgezaagd onderwerp te zijn: ‘we hebben geen tijd’ roepen en dan zoeken naar de achtergronden van die kreet. Toch gaat het om een levensgevoel waar bijna iedereen mee te maken heeft. Druk, druk en nog eens druk.
Schrijfster en filosofe Joke Hermsen wijdde er onlangs een boek aan: Stil de tijd. In het weekblad De Groene Amsterdammer van 6 november biedt ze een uitvoerig fragment uit haar intussen verschenen bundel essays, die als ondertitel meekreeg: Pleidooi voor een langzame toekomst. Ze schrijft:
‘Massaal proberen we te ontsnappen aan het genadeloze regime van de klok. Maar eventuele vrije tijd vullen we direct weer op. De angst voor het nietsdoen ontneemt ons de ruimte voor bezinning en reflectie.’
Druk bezig zijn en een volle agenda hebben is tegenwoordig synoniem met een succesvol bestaan. Als er op een ochtend nauwelijks mails of telefoontjes binnenkomen, slaat de vertwijfeling reeds toe. Rust en nietsdoen zijn geen inspiratiebronnen meer, maar de angstaanjagende voorboden van een tot mislukking gedoemd bestaan in de marges van de maatschappij. De hang naar activiteit en de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen elkaar opvolgen geven velen de indruk de tijd niet meer bij te kunnen benen. ‘Geen tijd hebben’ lijkt dan ook een fundamentele ervaring van deze tijd te zijn.
Maar van wie is de tijd? Op zich lijkt dit een eenvoudige vraag. De tijd is van ons, zou je zeggen, want iedereen mag een poosje meedoen in de tijd. Augustinus, die in de zesde eeuw een van de eerste verhandelingen over de tijd schreef, meende nog dat hij zijn eigen ziel peilde, als hij de tijd peilde. We meten tegenwoordig ongetwijfeld van alles, en met name ons gebrek aan tijd, maar weinigen zullen nog de indruk hebben dat zij hun eigen ziel peilen, als ze weer eens een wanhopige blik op de klok werpen.
Het lijkt erop dat we aan het begin van de 21e eeuw de tijd definitief aan iets buiten ons uitbesteed hebben: aan de carrière, het geld, de samenleving en de economische tredmolen van productie en consumptie. Veel van onze dagelijkse uitdrukkingen en gezegden gaan over tijd. Je kunt er te veel of te weinig van hebben, je kunt hem benutten of uitzitten, je kunt hem verduren, wonden laten helen of hem vooruit zijn. Tijd speelt een hoofdrol in ons leven, maar tegelijkertijd ontsnapt de tijd ons, zodra we de essentie ervan willen benoemen. We kunnen weliswaar de werking van een klok beschrijven, maar we kunnen niet goed de vinger leggen op datgene waarnaar de klok verwijst: tijd. Tijd behoort dan ook tot de grootste raadselen uit ons leven, benadrukken niet alleen filosofen, maar ook hedendaagse natuurwetenschappers. Het enige wat we tegenwoordig met enige zekerheid kunnen vaststellen, is dat we de tijd ervaren als iets dat steeds sneller lijkt te gaan en waarvan we steeds minder lijken te hebben. Onze beleving van de tijd is de afgelopen honderd jaar kortom op tamelijk ingrijpende wijze veranderd. Het is waar dat tegenover die arbeidstijd in de loop van de twintigste eeuw de zwaarbevochten ‘vrije tijd’ is komen te staan. Maar opmerkelijk genoeg wordt ook deze arbeidsloze tijd in toenemende mate aan activiteit besteed: verre reizen, survivaltochten of andere ‘doevakanties’ zijn erg populair. Ook de vrije tijd dient blijkbaar maximaal ‘gevuld’ te worden. Als er ook maar een moment van verveling dreigt, zappen we snel door naar een volgend opwindingsmoment, alsof ‘lege tijd’ ons alleen nog angst inboezemt. Tegelijkertijd ervaren we tijd als iets waarvan we voortdurend te weinig hebben. Hoe meer tijdbesparende machines er ook bij zijn gekomen, hoe minder tijd we voor rust en ontspanning over hebben. Hoe sneller we ons kunnen verplaatsen, hoe minder tijd er is om ergens te verblijven. Hoe groter onze beschikbaarheid via mobiele telefoons, e-mail en internet is geworden, hoe minder tijd we voor elkaar hebben. Dat alles heeft de indruk van de tijd als schaarsteproduct versterkt.

‘Zappen naar een volgend opwindingsmoment’, schrijft Joke Hermsen boven haar verhaal in De Groene Amsterdammer. Ze constateert dat we wel zouden willen onthaasten, rust vinden, consuminderen en vertragen, maar dat het ons niet goed lukt. ‘We zijn al met al behoorlijk ver verwijderd geraakt van de klassieke gedachte dat rust en nietsdoen de grondslagen van een beschaving zijn. Niet voor niets stamt het woord ‘school’ af van het Griekse woord ‘scholè’, dat onder meer rust betekent. Pas in rusttoestand kunnen we tot bezinning en reflectie komen.’
In haar studie maakt Hermsen onderscheid tussen wat ze noemt ‘kloktijd’ en ‘innerlijke tijd’. Ze werkt dat niet uit in wat christenen ‘stille tijd’ noemen. Dat is uiteraard haar goed recht. Het christelijk geloof speelt niet echt een rol in haar meer wijsgerig georiënteerde studie over de beleving van tijd.

In Woord en Dienst van 6 november staat in het kader van de maand voor de spiritualiteit een artikel te lezen waarin aandacht wordt gevraagd voor de beweging Vacare. Ze wil een ‘platform zijn voor meditatief leven in en vanuit de Protestantse Kerk in Nederland. ‘We willen meditatie en meditatief leven bevorderen vanuit een brede, oecumenische visie’, staat te lezen op de website www.pkn.nl/vacare. Ik citeer enkele fragmenten uit het artikel geschreven door ds. Lex Boot uit Harderwijk.

De naam Vacare komt van Vacare Deo, een oude spirituele term voor vrij worden voor het goddelijke, ontvankelijk voor wat de Geest wil doen. Een lege plek bereiden, om je heen en in jezelf, om geconcentreerd aandachtig en open te zijn. Waarin een Aanwezigheid ervaren kan worden, van een God ‘in wie wij leven en bewegen’. Zo krijgen meditatieve vormen als de Lectio Divina met aandacht voor de Schrift, de Ignatiaanse methode, of het contemplatief gebed weer een plek. Als oase in onze volle agenda, en als brood voor op de geestelijke weg.

De Ignatiaanse methode is een bepaalde manier van bijbellezen en Schriftverstaan: als lezer probeer je in het beeld van het bijbelgedeelte te kruipen om dat vervolgens te verbinden met je eigen levensweg. In je verbeelding probeer je dan bijvoorbeeld contact te maken met de Samaritaanse vrouw bij de bron. Ik kan me voorstellen dat lezers denken: is deze manier van meditatief leven en lezen echt nodig? Is een ‘gewone’ bijbelkring niet genoeg of een dagelijks persoonlijk moment van stille tijd? Dan hebben we het wel over kerkelijk meelevende gemeenteleden. Maar ik begrijp dat de beweging Vacare een bredere doelgroep beoogt te bereiken.

Meditatief leven kan een bron worden tot binnenkerkelijke vernieuwing. Maar in de huidige missionaire flow van de Protestantse Kerk in Nederland mag het ook een aanbod zijn aan zovelen aan of over de rand van de kerk. Verlangende mensen die in onze cultuur in allerlei alternatieve centra spirituele voeding zoeken die ze in de kerk maar niet kunnen vinden. Juist nu een blad als Happinez op de tafel van mijn tandarts ligt, zou de kerk iets van de rijkdom van haar meditatieve traditie kunnen uitdelen.
Natuurlijk, er is bijbels-theologische kritiek te leveren op de huidige hang naar spiritualiteit. Op de soms gemakkelijke sfeer van lounge en wellness, op grillige uitwassen van heksen en goeroes op de televisie en noem maar op. Maar een houding van antithese die we in sommige kerken tegenkomen, helpt niet veel verder. Wie zich openstelt om de reiziger in het landschap van deze tijd op dieper niveau te ontmoeten, ziet openingen. Er is een nieuw ontluikend religieus verlangen onder de mensen waar Vacare bij aan wil sluiten.

Hoe het ook zij, stil de tijd of stille tijd, nodig is zeker dat we ervoor waken niet geheel overruled te worden door de drukte van het bestaan. Kan het geen verzoeking zijn om zo door van alles en nog wat in beslag genomen te worden dat God en Zijn Woord niet meer aan bod komen in ons leven? Een eenvoudige vrouw zei me eens: ‘De duivel schrijft onze agenda’s zo vol dat we nooit meer aan het leven met de Heere toekomen.’ Om over na te denken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Stil de tijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's