Altijd uitzien naar zondag
Ds. Schaafsma: Ding lijkt hier voor mens te gaan
Elke predikant zou drie tot zes maanden ergens overzee stage moeten lopen, zegt ds. L. Schaafsma, die met zijn vrouw na tien jaar Afrika en daarvoor zes jaar Canada terug in Nederland is. ‘Je eigen tradities worden snel de norm.’
Het echtpaar Schaafsma is blij na zestien jaar weer dichtbij hun zeven kinderen te zijn – alleen hun oudste zoon woont met zijn gezin ver weg: bij de Eskimo’s op de Canadese Noordpool. ‘Tegelijk missen we Afrika. De zendingsjaren hebben veel met ons gedaan.’
Ds. Schaafsma heeft de wereldkerk van binnenuit leren kennen. In de Hervormde Kerk van Amerika (RCA) was hij behalve gemeentepredikant ook kerkvisitator en later voorzitter van de classis Ontario, in Malawi predikant van de Presbyteriaanse Kerk van Centraal Afrika (CCAP) en directeur van een interkerkelijke theologische afstands-opleiding op hbo-niveau.
‘Onze 1200 studenten kwamen uit 25 verschillende denominaties. Die uit pinkstergemeenten kwamen met vragen over de werking van Gods Geest in het Oude Testament en tongentaal. Baptisten en methodisten vroegen of God onder het Oude Testament net zo werkt als in het Nieuwe. Daarbij ben ik steeds meer gaan ervaren dat de gereformeerde verbondsvisie een gouden greep is. De Heere God heeft mij er persoonlijk geweldig in bevestigd dat gereformeerde theologie Schriftuurlijke theologie is. Ik heb er ook veel vrucht op mogen zien.’
Aan boom geschud
‘Door al die jaren heen wordt er wel aan je boom geschud. Je leert in een andere omgeving en cultuur de hoofdzaken vast te houden en de bijzaken te laten vallen. Die bijzaken kunnen dan ineens ballast worden, die je hinderen bij je eigenlijke opdracht: het evangelie prediken. In Canada zongen wij de psalters ritmisch, want zo hoor je die Angelsaksische melodieën nu eenmaal te zingen, anders is het geen gehoor. In Malawi zongen we alleen gezangen, want andere liederen ontbraken, hooguit vijf psalmen. Ik heb de Psalmen lief, want je zingt de Schrift, al moet je wel zo eerlijk zijn om te zeggen dat de berijming van 1773 te wensen overlaat.
Hoofdzaak door de jaren heen bleef voor mij de prediking van de vernederde en verheerlijkte Christus. We keken als gezin altijd weer naar de zondag uit. De gekruisigde en opgestane Koning is in mijn leven meer dan ooit tevoren centraal komen te staan. Ik heb ervaren dat de Heilige Geest talen en culturen overbrugt. Je moet dan wel ten volle bereid zijn die taal te leren en je bloot te stellen aan de cultuur. Waarom zou de ene cultuur en taal superieur zijn over de andere? Zending is geen kerkelijk imperialisme, maar uitbreiding van Gods Koninkrijk. Anders preek je met een provinciale boodschap over de hoofden heen.’
Reclame
‘Nederland is gedurende onze afwezigheid snel vooruitgegaan in wetenschap, techniek en welvaart.
Anderzijds vinden wij dat veel mensen verzakelijkt en materialistisch zijn. Ze lijken meer betrokken op dingen dan op mensen. Wij walgen bijvoorbeeld van de reclame, die mensen wijsmaakt dat ze gelukkig worden door dingen te kopen. Er schijnt hier in Nederland weinig tijd voor elkaar te zijn, voor persoonlijk contact. Misschien komt dat ook wel omdat wij in Malawi juist veel tijd aan groeten en persoonlijk contact moesten besteden, omdat dat daar nu eenmaal in de cultuur zit.
Het is mij een grote vreugde weer overal in de kerk in Nederland het evangelie te preken. Wij hebben al die zestien jaar het kerkelijk leven in Nederland nauwelijks gevolgd, omdat het ons onmogelijk bleek om kerkelijk in twee werelden te leven. We constateren met dankbaarheid dat de Heere God doorgaat met jonge mensen te roepen tot het bijzondere ambt van dienaar des Woords. Daarin merk je Gods trouw aan Zijn verbond, laten we Hem daarvoor prijzen.
Wij hebben vanzelf helemaal het gebeuren van mei 2004 gemist: zowel de vereniging van de drie kerken in de Protestantse Kerk als de scheuring, waarvan het verdriet nog in veel harten leeft. Dit laatste kan ik goed merken nu ik overal rondpreek. Je ziet de lege plekken en in sommige gemeenten zelfs veel lege banken.
Toch ben ik zelf diep overtuigd predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. De kerk is alleen daar waar het Woord zuiver gepreekt wordt, daar werkt de Heilige Geest. Daarom mogen we zelf niet weggaan, want de kerk behoort aan Christus en is geen vereniging van mensen die het allemaal roerend met elkaar eens zijn. Christus heeft ons de belofte gegeven 'dat de poorten der hel Zijn gemeente niet zullen overweldigen.’
Zuiging
‘In de afgelopen zestien jaar lijkt de kerkgang te zijn afgenomen. De kerkverlating heeft kennelijk toegeslagen. Veel meer winkels zijn op zondag open. Veel kerkmensen bieden geen weerstand meer aan de zuiging van het materialisme. De verwereldlijking trekt door alle gemeenten.
Ik ervaar ook dat in veel gemeenten de tweede dienst onder druk staat. In het licht van de Schrift vind ik dat te betreuren. Je bent zes dagen in de week al druk met werk en school. Die eerste dag is waardevol, want ze zet niet alleen een stempel op alle andere dagen, maar je mag als gezin ook bezig zijn in de dingen van Gods Koninkrijk. Een Malawische vrouw, die op uitnodiging een paar weken in een gemeente in Schotland had doorgebracht, zei tegen mij: ‘Dominee, ik hoop dat onze overheid nooit zal toestaan dat sportevenementen op zondag gehouden worden, want dat is het einde van de kerk. Dat heb ik duidelijk in Schotland geleerd.’
Vraag stellen
‘Veranderingen in de liturgie zijn voor mij niet bedreigend meer en ik heb geleerd dat ze niet per se veranderingen behoeven te betekenen in de boodschap. We mogen ons misschien de vraag wel eens stellen waarom we wel nieuwe modieuze kleren, meubelen, auto’s, computers enzovoort kopen, terwijl we in de kerk krampachtig vasthouden aan de status quo.
Alles moet blijven zoals het is. Als de kerkdienst een soort levend museum wordt, is er mijns inziens iets grondig mis. Wel moeten we zo nuchter zijn dat een veranderde liturgie nog geen opwekking is.
De prediking van het Woord moet prioriteit houden of krijgen in ons kerkelijke leven. Er moet gezag uitgaan van de bediening van het Woord en de zalving van de Heilige Geest. Voor dat gezag zullen ook onze jongeren vallen. Laat de liefde van Christus ons dringen.
We moeten ons de gereformeerde theologie niet laten afnemen. De belijdenissen van de Vroege Kerk en die van de Reformatie moeten in de prediking resoneren. Laten we waken en bidden dat we het gereformeerde erfgoed levend houden. Laten we er helemaal voor gaan door hetzelfde te zeggen als Calvijn, maar in de taal van vandaag.’
Eigen plaats
‘We zullen zending moeten bedrijven in ons eigen dorp, stad en land. Wat gaat er van ons uit? Als we zelf de Heere Jezus kennen, dan willen we toch ook anderen naar Hem leiden? Wat is Hij ons anders waard? Dat is niet alleen een taak van de predikant, de kerkenraad of evangelisatiecommissie – zending is gave en opgave voor elk belijdend lid.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's