Kerk moet terug naar kern
De tussengeneratie [2, slot]
Het zogeheten ‘gat van de kerk’ – de middengeneratie bij wie de kerk op een laag pitje staat – hangt samen met een diepgaande geloofscrisis in ons seculiere westerse christendom. Deze crisis draait om de vraag of we de God van de Bijbel ook middenin het seculiere leven kunnen ervaren.
In zijn brieven vanuit de gevangenis is de Duitse theoloog en predikant Dietrich Bonhoeffer al uitvoerig met deze vragen bezig geweest. Hij fulmineert tegen een gestalte van het christelijk geloof die God vooral aan de randen van het bestaan ziet functioneren, in ziekte lijden en dood, daar waar wij het zelf niet meer kunnen. God wordt dan de ‘gaatjesopvuller’ zegt Bonhoeffer, en naarmate ziekte, lijden en dood worden teruggedrongen verliest Hij ook aan betekenis. Hij voert in dit verband een pleidooi voor een herwaardering van het Oude Testament, omdat daar juist God ontmoet wordt middenin het gewone leven, met al zijn grandeur en misère.
Vragen
Dit is een bijzonder belangrijke gedachte voor de thematiek van het gat van de kerk. De leeftijdscategorie die wij hiermee aanduiden stelt ons in geconcentreerde vorm de vragen die ten diepste ons allen aangaan: hoe wandel je met God in het leven van elke dag? Wat heeft Hij te maken met mijn ambities en teleurstellingen, mijn dilemma’s en mijn verwachtingen, mijn schuldgevoelens en mijn hoop, kortom, met alle menselijke ervaringen waar juist mensen in de kracht van hun leven door gefascineerd en verschrikt worden? Hoe verhoudt Hij zich tot onze moderne verworvenheden als autonomie, emancipatie, vrijheid? Is Hij de grote concurrent van deze verworvenheden of hebben we Hem juist nodig om te midden van deze verworvenheden onze menselijkheid te kunnen bewaren?
Ik duid deze vragen slechts kort aan, maar ik ben ervan overtuigd dat het om deze dingen gaat. Ik ben er ook van overtuigd dat als deze dingen in de kerk op een toegankelijke en herkenbare manier aan de orde komen, mensen geboeid raken en weer het gevoel krijgen dat Bijbel en christelijk geloof niet verouderd zijn.
Alleen als opstapje
Bij de IZB, vereniging binnen de Protestantse Kerk voor zending in Nederland, zijn we van deze dingen steeds meer overtuigd geraakt.
Daarom hebben we het centrum voor contextuele en missionaire verkondiging Areopagus opgericht. In dat kader lees en hoor ik veel preken uit verschillende hoeken van onze kerk. Op grond hiervan is mijn indruk dat hier nog een wereld te winnen valt. De meeste predikanten houden een tamelijk gesloten, binnenkerkelijk verhaal en laten de heftige vragen van het leven nauwelijks toe of alleen als opstapje, niet als wezenlijk gesprekspunt in de ontmoeting met de teksten van de Schrift. We kunnen hen dat nauwelijks kwalijk nemen, want ze hebben ook niet geleerd hoe dat moet.
Wanneer we met predikanten een oefening doen: vertel wat in je preek staat zo dat je randkerkelijke buurman een gevoel van relevantie krijgt, dan wordt dat ervaren als een grote en ook nieuwe opgave.
Dat betekent naar mijn overtuiging dat we als kerk hier nog maar aan het begin staan van een nieuwe missionaire weg. Het gaan van deze weg zal tevens vruchtbaar zijn voor de trouwe kerkgangers, omdat voor hen de relevantie van geloven vaak ook onder een laag stof ligt.
Braamstruik
Mijn pleidooi is niet de weerbarstige bijbelteksten zo aan te passen dat ieder ermee uit de voeten kan.
Juist dan heb je uiteindelijk niets meer te zeggen. Mijn pleidooi is juist het oorspronkelijke ‘vreemde’ van de teksten weer zo op te sporen dat een vermoeden van relevantie ontstaat.
Laat ik een voorbeeld noemen: de verschijning van God aan Mozes bij de brandende braamstruik (Ex.3). Mozes trekt veertig jaar met zijn schapen door de woestijn.
Al die tijd merkt hij niets meer van de God van recht in Wie hij eens geloofde, die zijn onderdrukte volk zou bevrijden. Hier ligt de identificatie voor mensen die in de kracht van hun leven weinig meer van God merken nadat de dromen en idealen uit een voorgaande tijd gebotst zijn op de realiteit van het bestaan.
Op een dag overkomt hem echter een Godservaring. Aan ons de uitnodiging het voor mogelijk te houden dat de Afwezige weer de Aanwezige kan worden. Je moet daar dan wel alert op zijn. Je kunt bij een brandende braamstruik, die niet direct in as weg smeult ook denken: Ik bel de brandweer. Je kunt in het seculiere bestaan elk gevoel voor het heilige en de verschijning van de Heilige in ons midden verliezen. Dat zou bijzonder jammer zijn.
Wanneer je je ervoor openstelt is er zelfs een stem te horen, wie weet in de verkondiging in de kerk.
Er zijn immers nogal wat mensen, vroeger en nu, die daar die stem hebben gehoord. Die stem zegt: Ik was er toen jij er niets van merkte, Ik ben er nu, het is geen zinsbegoocheling, Ik zal er zijn, wanneer je met Mijn bevel en belofte op pad gaat, je niet neerlegt bij het onvermijdelijke, maar tegen de stroom in de weg gaat van de vrijheid.
Activiteitencentrum
Met dit voorbeeld ben ik gelijk bij mijn laatste punt gekomen: de mensen die het gat in de kerk vertegenwoordigen moeten niet aangespoord worden vooral weer actief te zijn, maar moeten geholpen worden weer ontvankelijk te worden.
Wanneer ik het programmaboekje van gemeenten lees, roepen deze bij mij eerder het beeld op van een activiteitencentrum of een kazerne in plaats van een oase. Wanneer ik een druk bezette dertiger zou zijn, zou ik dat helemaal niet aantrekkelijk vinden. Ik ben al zo druk en dan is daar de kerk, die vooral uitstraalt dat daar veel gebeurt en moet gebeuren.
Zo’n activiteitencentrum is de kerk in vroeger tijden meestal ook niet geweest. Het is typisch de gestalte, die in de naoorlogse jaren is ontstaan, de tijd dat we er opnieuw tegenaan gingen, in de maatschappij en dus ook in de kerk. In de tijd daarvoor was dat anders. Mensen moesten de hele week hard werken, tijd voor veel andere activiteiten hadden ze niet. Alleen de zondag was de dag van de onthaasting.
Dan gingen ze, meestal lopend, naar de kerk, waar ze in een andere wereld terechtkwamen, de wereld van God. Daar zongen protestanten in de oude psalmberijming: ‘Hier wordt de rust geschonken.’
Daar vierden rooms-katholieken de eucharistie, telkens weer de ervaring dat iets van de Eeuwige en de eeuwige rust jouw tijdelijke, veelal zware bestaan binnenkwam. Protestanten en katholieken kwamen in de kerk voor de Godsontmoeting, ze beleefden er iets van het ‘eeuwig gaat voor ogenblik’.
Terug naar essentie
Die tijd ligt in die vormen achter ons. Maar de essentie moeten we vandaag weer terugkrijgen. De kerk is de plaats van de Godsontmoeting, onze brandende braamstruik. Daar doen we onze schoenen van de voeten, want de plaats waarop we staan is heilige grond.
Daar worden we stil. Daar is stilte, ook in de liturgie. Daar is de verkondiging, die bemiddeling is tussen de wereld van God en ons bestaan. Daar is de viering van de maaltijd, waar we een voorsmaak krijgen van Gods toekomst. En verder is er zo min mogelijk drukte en franje.
In de week is deze kerk ook open om er zomaar even binnen te gaan, een moment stil te zijn, te bidden, te mediteren over een enkele tekst of een kaars aan te steken. Voor wie daar behoefte aan heeft, is er in de week ook de mogelijkheid zich in kleine kring te verdiepen in de Bijbel of samen met broeders en zusters contact te hebben in een gemeenschappelijke beleving van het geloof door middel van gebed, omzien naar elkaar of dienstbetoon aan de wereld.
Dit alles is uitnodigend bedoeld, maar niet verplicht. Elke gedachte dat de kerk de zoveelste club is waar een heleboel moet, zullen we uitbannen. De kerk is de plaats van de ontmoeting met God, die onze ziel zo broodnodig heeft. Die God stuurt ons vervolgens weer de wereld in, waar we opgeladen met Zijn kracht anders zullen leven dan zonder deze ontmoeting en deze kracht. Het geloof moet niet verkerkelijkt worden in de zin dat we druk worden met de kerk en de kerk moet niet worden verwereldlijkt, in de zin dat daar opnieuw een volle agenda wacht, met veel drukte.
Vermoeden
Ik denk dat we op dit punt en ook op de andere punten die ik noemde een bekering nodig hebben. Het probleem van het gat van de kerk is een probleem voor de mensen die het betreft. Ze dreigen door allerlei omstandigheden het geloof te verliezen. Maar dat probleem kunnen wij niet rechtsreeks oplossen.
Wat wij kunnen, is ons opnieuw zo concentreren op het eigenlijke van kerk zijn dat mensen een vermoeden krijgen dat bij ons iets wordt geboden dat je nergens anders vindt: rust voor je ziel. Het is wel opmerkelijk dat de leeftijdscategorie 25-45 jaar niet alleen met materiële dingen bezig is. Het blad Happinez, dat pretendeert recepten aan te bieden voor de ziel, heeft tienduizenden abonnees, van wie zeer velen juist in deze leeftijdscategorie. Het zou toch vreemd zijn wanneer geen van die zoekers naar innerlijk geluk de kerk als vindplaats zou ontdekken. Als dat zo zou zijn, dan doen we misschien toch iets verkeerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's