De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gevoed met Christus Zelf

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gevoed met Christus Zelf

Geloofsgroei en de prediking [2, slot]

7 minuten leestijd

Ik ben bekeerd en wil groeien in het geloof, maar ik hoor daar in de prediking weinig over, hoor je soms. Maar wat is geloofsgroei? En welke rol heeft de prediking daarbij? Is er ook een moment dat je de bekering achter de rug hebt?

Apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars zijn hemelvaartsgeschenken van de verhoogde Christus, schrijft de apostel Paulus (Ef. 4). We zagen al dat zij de gelovigen moeten toerusten tot dienstbetoon en hen moeten leiden tot de volle kennis van Christus. Er moet dus door de prediking geestelijk leiding gegeven worden.
Wat mag de gemeente van deze prediking verwachten? Dat Christus in Zijn Persoon en ambten, in Zijn volheid verkondigd wordt. En dat Zijn gemeente leert een ‘gelovig gebruik van Hem te maken’. Worden wij door de prediking dieper in Christus gefundeerd en zo steeds afhankelijker van Zijn genade en van de leiding van Zijn Geest? Of gaan wij ons als christenen steeds beter, sterker en mondiger voelen?
Paulus zegt dat in ons geen goed woont en dat daarom zijn leven Christus is. Onze bekwaamheid, onze vrucht, onze geloofsgroei is uit Hem alleen. Daarom roept hij ons op om de dingen die boven zijn te zoeken en te bedenken waar Christus is. (Kol. 3:1-4).

Doop en avondmaal
Om ons deze dingen radicaal te leren is het nodig dat de prediking ons ook onderwijst in de betekenis en de noodzaak van het gebruik van de sacramenten. De Heere Jezus heeft deze immers ingesteld om het zwakke en aangevochten geloof te versterken. En Zijn Geest wil ze gebruiken om de geloofsgroei te bevorderen.
Veel christenen ervaren stilstand of achteruitgang in hun geloofsleven. Zij komen niet verder. Zij worden dagelijks geconfronteerd met de kracht van hun eigen zondige ik en van de zonde die in hen woont. Paulus’ onderwijs over de Heilige Doop uit Romeinen 6 is in dit verband onmisbaar. Willen we hoe langer hoe meer uit Christus en de kracht van Zijn opstanding leven, dan moet de prediking ons leren wat het betekent om met Christus gestorven en begraven te zijn, ‘opdat gelijk Christus opgewekt is tot (of door) de heerlijkheid van de Vader, alzo ook wij in nieuwheid van leven wandelen zouden’ (vs.3, 4). Luther tekent hierbij aan dat de doop ons tot dit sterven (of: tot dit gestorven en begraven zijn met Christus) en daardoorheen tot het leven (met Hem) wil voeren.

Nieuw leven
Door het Heilig Avondmaal wil Christus door Zijn Geest dit nieuwe leven met Hem in ons onderhouden en voeden. Het lijkt mij van vitaal belang dat in de prediking uitlegt wat het betekent dat wij midden in de dood liggen en daarom het leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, zoals het avondmaalsformulier zegt.
Volgens Calvijn is het een ‘opmerkelijk gezegde dat de gelovigen ‘buiten zichzelf’ leven, dat is in Christus. Dit kan niet geschieden of zij moeten ware, zelfstandige gemeenschap met Hem hebben.’ Christus leeft in ons op twee manieren, gaat hij verder. ‘Het ene leven is als Hij ons door Zijn Geest regeert en al onze handelingen beweegt. Het andere dat Hij ons met deelgenootschap aan Zijn rechtvaardigheid begiftigt, opdat wij in Hem voor God aangenaam zijn, omdat we dat in onszelf niet kunnen. Het eerste leven dient tot wedergeboorte (in ruime zin); het andere tot de genadige aanneming tot rechtvaardigheid. ’
De gemeente zou er zeer bij gebaat zijn wanneer zij in de prediking onderwijs zou ontvangen in de betekenis van dit gevoed worden met Christus Zelf. Een prediking die de gemeente steeds weer activeert tot een nieuw leven en allerlei missionaire activiteiten, maar ondertussen verzuimt om leiding te geven aan dit leven met Christus Zelf, zal op den duur de wrange vrucht van afval oogsten.

Bekering
Wat betekent bekering in verband met het groeien in het geloof ? Of hebben de gelovigen deze achter de rug? Ik begin met de laatste vraag. Een gelovige is nooit ‘gearriveerd’. Bekering is nodig en gaat door tot het eind van ons leven. Calvijn heeft gelijk als hij het christelijke leven samenvat als één weg van bekering of boete doen. Hij zegt: ‘Het is een ware ommekeer van ons leven naar God. Zij vloeit voort uit een oprechte en ernstige vrees (eerbiedige liefde) voor God. En zij bestaat uit de doding van ons vlees en van de oude mens en in een levendmaking door de Geest. Mensen, die naar hun eigen begeerten leefden (om die te bevredigen) beginnen het woord van God te gehoorzamen.’ Zowel de doding van de oude mens als de levendmaking door de Geest ontvangen wij altijd in de gemeenschap met Christus. Deze vernieuwing door de Geest van Christus komt niet in één ogenblik tot stand, op één dag of binnen één jaar. Deze oefening duurt ons leven lang. De prediking van Christus en de apostelen bevat altijd deze oproep: ‘Bekeert u (en gelooft het Evangelie).’

Achteruitgang
Het is opvallend dat in het Nieuwe Testament naast geloofsgroei ook sprake is van achteruitgang (‘verachtering’) in de genade. De brief aan de Hebreeën, de brief van Jakobus en de tweede brief van Petrus zijn in dit opzicht illustratief. De apostel Jakobus signaleert dat de gemeente, die hij aanspreekt met ‘geliefde broeders’, overspelig gedrag vertoont. Zijn toon wordt dan uiterst scherp: ‘Overspelers en overspeleressen, weet u niet dat de vriendschap der wereld, vijandschap is tegen God? ’ (hfdst.4). Hij verwijt de gemeente van God dat zij opnieuw haar hart verpand heeft aan het uitleven van haar zondige begeerten van de oude mens (‘wellusten’). Het streven naar en bevredigen van deze hartstochten leidt tot onderlinge jaloezie, rivaliteit en partijstrijd in de gemeente, ja zelfs tot ‘oorlogen en vechterijen’. (Wie denkt onwillekeurig niet aan wat gebeurd is voor, tijdens en na het SoW-proces in sommige gemeenten van Christus?!)
Jakobus roept de gelovigen daarom op tot bekering. Hij wijst de gemeente zelfs een uitvoerige bekeringsweg aan (4:5-10). De Geest van Christus overtuigt in dit hoofdstuk door de prediking van de geboden (de wet van Christus) de gemeente van zonde. En dezelfde Geest vertroost de gemeente met deze vaste belofte: ‘Vernedert u voor de HEERE en Hij zal u verhogen.’

Voortdurend
In de Hebreeënbrief bindt de Heilige Geest de gelovigen op het hart om het bloed van Christus niet onrein te achten en de Geest der genade geen smaadheid aan te doen. Hij roept hen op om te volharden in de loopbaan van het geloof (alle lijden om Jezus’ wil verdragend), ziende op Jezus, de overste Leidsman en Voleinder van het geloof.
Dit alles betekent dat de gemeente voortdurend voor Gods aangezicht geroepen moet worden met de vraag of er geloofsgroei in de kennis en genade van Christus of juist achteruitgang in de genade is. Ook bij verachtering kan sprake zijn van een proces, dat doorgaat. (Zie ook Rom.2:4, 5 en Jak.1:14, 15.) Het einde hiervan is vreselijk.

Bron
Jakobus en Paulus maken in hun brieven duidelijk dat de verkeerde begeerten (‘wellusten’) uitgerukt, afgelegd en in de kracht van de Geest gedood moeten worden. Jakobus zegt niet expliciet dat de Geest van Christus ons dit geeft door een nauw, afhankelijk leven met Christus, Die wij mogen gebruiken tot rechtvaardiging en tot heiliging. De schrijver van de Hebreeënbrief en Paulus noemen Christus wel expliciet als dé Bron van het nieuwe leven. Zij vermanen hun gemeenten om het oude leven te ontvluchten en te jagen (sportterm!) naar de heiligmaking, zonder welke niemand de HEERE zien zal (zie 1 Tim.6:11, 12 en Hebr. 12:14-17).

De Heilige Geest, Die namens de Vader en de Zoon in ons wonen en werken wil om ons aan het beeld van Christus gelijkvormig te maken, ijvert dus voor onze bekering. Hij heeft ons verzekerd in de Heilige Doop dat Hij die dagelijkse vernieuwing ook in ons werken wil, totdat wij ten slotte in het eeuwige leven onbevlekt voor de Vader gesteld zullen worden. Deze Geest heeft hetzelfde doel voor ogen als de Vader en de Zoon. Paulus verwoordt het zo (1 Thess. 5:23, 24): ‘en de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest en ziel en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onze HEERE Jezus Christus. Hij, Die u roept is getrouw, Die het ook doen zal.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gevoed met Christus Zelf

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's