BOEKBESPREKINGEN
M.G.J. Duijvendak e.a.: Geschiedenis van Groningen, deel I, II en III. Uitg. Waanders, Zwolle; ca. 400 blz. en € 35,00 per deel. Pieter van Ojen, Alexander Pleizier, Paul van Trigt (red.): Geef mij maar Amsterdam. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam; 192 blz.; € 17,50.
M.G.J. Duijvendak e.a.:
Geschiedenis van Groningen, deel I, II en III.
Uitg. Waanders, Zwolle; ca. 400 blz. en € 35,00 per deel.
In 1976 verscheen Historie van Groningen. De nu verschenen Geschiedenis van Groningen, in drie delen en daarmee ook veel uitgebreider, wil een opvolger zijn. Feiten zijn feiten, maar beoordeling van feiten kan op grond van nader onderzoek veranderen. De afgelopen kwart eeuw heeft, mede door opgravingen, een flinke oogst aan nieuw materiaal opgeleverd. De geschiedenis geeft ons een bezinning op ‘de landschappelijke, culturele, staatkundige, economische en sociale ontwikkelingen’, schrijft Max van den Berg, commissaris van de koningin in de provincie Groningen in een Woord vooraf. Is er ook nog religie, of valt dat onder cultuur? kan men dan vragen. Welnu, vooral de eerste twee delen (Prehistorie-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd) zijn doortrokken van kerk en geloof. In één zinnetje in het eerste deel wordt dat afdoende vermeld: ‘De bemoeienis van leken met kerk en geestelijkheid was groot in een maatschappij waarin geloof en kerk volledig in het dagelijkse leven waren geïntegreerd.’
In deel I komen zo de verschillende kersteningsfasen aan de orde, met respectievelijk de komst van missionarissen in de achtste eeuw, de bouw van lokale kerken en de vorming van parochies in de elfde en twaalfde eeuw en de stichting van kloosters en romano-gothische kerken in de dertiende eeuw.
Aan die drie fasen is een heel hoofdstuk gewijd.
De tweede fase heet ‘dieptekerstening’, omdat toen christelijke waarden en normen zich gingen wortelen in de samenleving.
In de derde fase vormden de kloosters een nieuwe machtsfactor. Verder komen de Friese kruistochten aan de orde, maar ook de heiligenverering en de wonderverhalen. Veel aandacht wordt gegeven aan de Moderne Devotie in de vijftiende eeuw, als voorloper van de hervorming, die zich naar uit de beschrijving blijkt geleidelijk en ook gematigd ging voltrekken.
In deel II over De Nieuwe Tijd, beginnend rond 1500, komt expliciet de protestantisering aan de orde, die wordt getypeerd als ‘ondogmatisch’. ‘De katholieke kerk zou in de komende eeuw haar honderden jaren oude positie als enige vertegenwoordiger in Noord- en grote delen van West-Europa verliezen. In haar plaats traden daar uiteindelijk de verschillende kerken die ten gevolge van de Reformatie ontstonden.’ Verschillende kerken, verschillende stromingen, dat wel. Ook de wederdopers komen voor het voetlicht en ook de Joden. Ook het piëtisme, dat volgens de auteurs ook de basis legde voor scheuringen en scheidingen in de negentiende eeuw, had in het Groninger land een voedingsbodem. Schrijnend is de paragraaf over het beruchte sodomieproces. Op 24 september 1773 vond op de gerichtsplaats Zuidhorn de terechtstelling plaats van 21 personen, die waren veroordeeld vanwege homoseksuele handelingen. ‘Doodstraf door wurging waarna verbranding volgde.’ Predikanten hadden in het hele land tot strenge vonnissen opgeroepen om ‘Gods rechtveerdige toorn’ af te wenden.
De eerste twee delen bevatten tal van illustraties, waaronder vele afbeeldingen van geestelijken, kerken, kloosters en andere religieuze instituten.
Deel III, de nieuwste tijd, onze tijd, start rond 1800. Dit deel toont al een ander beeld, zowel in de tekst als in de illustraties. Het sociale leven raakt al meer en meer los van kerk en geloof. De samenleving wordt gedifferentieerder. De sociale kwestie, met schrijnende armoede en de tegenstelling tussen rijk en arm dient zich aan. De verschillende politieke stromingen, inclusief de verzuiling, maar ook de opkomst van een communistische stroming komen aan de orde. Wat het kerkelijke leven betreft krijgt uiteraard de Afscheiding, met de Ulrumse predikant Hendrik de Cock aandacht, tegen de achtergrond ook van de vrijzinnige Groninger richting aan de theologische faculteit. Een hoofdstuktitel als '“De breuke Sions” en de kerkelijke verwikkelingen’ spreekt voor zich. Opvallend is overigens dat de Afscheiding breder in beeld is dan de latere Doleantie, die eigenlijk vooral wordt belicht vanuit de christelijke, c.q gereformeerde organisaties. Naarmate men dieper in dit derde deel komt wordt de eigen tijd steeds meer herkenbaar, ook in de oorlogsjaren en de jaren van wederopbouw daarna.
Ik kan van dit rijke werk slechts enkele momenten aanstippen, waarbij ik vooral aandacht gaf aan de kerkelijke lijn. Maar het boek is ook een mer à boire – letterlijk: een zee om leeg te drinken – als het gaat over de thema’s die Max van den Berg in zijn Woord vooraf noemt. De uitgave is fraai, de toegankelijkheid groot. Elk van de drie delen is voorzien van uitgebreide en gedetailleerde literatuurverwijzing. Kortom, een boek om avonden mee door te brengen en dat als naslagwerk een prominente plaats mag hebben. De drie delen zijn ook afzonderlijk verkrijgbaar.
J. van der Graaf, Huizen
Pieter van Ojen, Alexander Pleizier, Paul van Trigt (red.):
Geef mij maar Amsterdam. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam; 192 blz.; € 17,50.
Studenten hebben de tijd om te experimenteren, om door onderling debat hun visie te vormen. De samenstelling van de bundel die ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Amsterdamse CSFR-dispuut met de wonderlijke naam – Am. St.E.Lo.DA.M.E.N.S.E. – verscheen, is ook een oefening – een oefening om (bijbels en maatschappelijk/sociologisch) zicht te krijgen op de stad in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder. Het resultaat is een mengeling tussen bijdragen van eigen (oud-)leden en van politici, theologen, letterkundigen als Job Cohen, James Kennedy en Elsbeth Etty. De oogst is meer een veelheid van stemmen dan een eenduidige visie.
Op basis van de biografie van de auteur is de strekking van zijn of haar betoog bijna te voorspellen. Elsbeth Etty ervoer haar jeugd als beklemmend, want in het gezin moest je het veilig en gezellig vinden, zodat de stad voor haar bevrijding bracht. C.S.L. Janse wil de betekenis van wonen in de stad door christenen niet overschatten en ontkent de vraag niet of het verantwoord is door een vlucht naar randgemeenten de grote stad prijs te geven. James Kennedy signaleert echter dat men in Amerika en Nederland opnieuw is gaan begrijpen dat de stad de plaats is waar christenen kunnen en moeten wonen. En dan dr. E.P. Meijering, die vorig jaar met zijn pamflet Het roer moet om kritisch naar de naoorlogse geschiedenis van de protestantse kerken keek. Hij schrijft: ‘Het is in onze tijd wellicht geen slechte keuze om als kerken te kiezen voor de strategie van ‘overleven’ in de hoop op betere tijden. Kan het platteland hierin een rol van betekenis spelen?’ Daar zal Stefan Paas het weer mee oneens zijn: ‘De nood van de stad vraagt om mensen die zich inzetten voor de redding van anderen.’ Hij zette zich daarom in voor de revitalisering van kwijnende gemeenten, maar moet het daarbij doen met de stevige uitspraak van Janse dat we ‘wel moeten constateren dat er vaak zoveel concessies gedaan worden aan de moderne cultuur dat de benaming gereformeerd maar beter achterwege kan blijven.’
Is het niet mooi dat te midden van de worsteling om bijbels zicht op de stad en onze verantwoordelijkheid voor haar inwoners, er een halve eeuw een studentenvereniging als de CSFR is, een gemeenschap die studenten helpt bij de vorming van hun persoonlijke en academische leven? God zegene alle christenstudenten, in de branding van deze tijd.
P.J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's