Oproep tot compassie
‘Behandel de ander zoals jezelf behandeld wilt worden.’ Deze eenvoudige basisregel, ook terug te vinden in de Bergrede, ligt ten grondslag aan het Handvest voor Compassie. Op 12 november werd het wereldwijd ondertekend op 175 bijeenkomsten in 32 landen door leiders van alle religies. In ons land zette rabbijn Abraham Soetendorp er zijn handtekening onder tijdens een bijeenkomst in de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam.
Zo’n oproep verschijnt niet zonder reden. In de voortdurende spanning tussen religies en etnische groepen komt steeds vaker de ongeruste vraag op tafel: hoe lang houden we het in de wereld nog met elkaar uit. VolZin, opinieblad voor geloof en samenleving, meldt in het nummer van 13 november dat het idee voor dit handvest komt van de Britse ex-non en bestsellerauteur Karen Armstrong. Ze is een jaar met de voorbereidingen bezig geweest en kreeg respons van wel honderd partners uit de hele wereld. ‘Oost en West hebben zich aangesloten, van de grootmoefti van Egypte tot Tariq Ramadan en jullie rabbijn Soetendorp. Het handvest is door een groep vooraanstaande denkers geschreven, niet alleen door mij.’ Uitdagend cynisch merkt Bert van der Kruk, die een gesprek met Armstrong heeft, op over het handvest: papier is geduldig. Armstrong reageert en ik citeer een deel uit dit gesprek:
‘Het is niet alleen papier, overigens niet meer dan driehonderd woorden. Het handvest is een oproep tot actie. Er zijn allerlei debatten en manifestaties, er is een kunstexpositie, een essaywedstrijd, een muur van compassie etcetera. Het is een oproep om aan het goede voor alle mensen te werken, met veel energie, altijd, dichtbij, ver weg; om in het publieke leven geen kwaad te spreken van elkaar, niet over je ex-vrouw, maar ook niet over een land waarmee we in oorlog zijn. Zoiets kan niet, kwaadspreken is een ontkenning van onze menselijkheid. Ik hoop dat mensen zich empowered weten en gevoelig worden voor taal zonder mededogen. Maar ik wil ook dat er compassieclubs komen op scholen en universiteiten.’
Waarom is dat zo hard nodig?
‘Het handvest gaat uit van de gouden regel die in het hart van elke moraal en alle religie te vinden is: behandel de ander zoals jezelf behandeld wenst te worden. Ik geloof ernstig dat we een zeer gewelddadige toekomst tegemoet gaan als we die gouden regel niet toepassen, op mensen om ons heen, maar ook op volken en naties. We leven in een eeuw waarin kleine, ontevreden groepen over een vernietigingskracht beschikken die voorheen was voorbehouden aan nazi-staten. Nine eleven zal met terugwerkende kracht een ruzie tijdens een zondagsschoolpicknick zijn vergeleken met datgene wat zal komen. Tenzij we gaan handelen volgens de gouden regel. We zullen ons moeten verdiepen in elkaar, wereldwijd. We moeten een intellectuele inspanning leveren. En dus niet alleen maar vertrouwen op een krantenartikel of tv-programma en daarna meteen zeggen: dit is mijn kijk op de islam.’
Geert Wilders zal u ongetwijfeld naïviteit verwijten.
‘Hij is niet de enige. Maar ik vind het angstaanjagend dat hij de islam steeds afschildert als een slechte godsdienst. Het maakt duidelijk dat we niks hebben geleerd van de Hitlerjaren, van de verschrikkingen van de nazi-kampen. Wilders is een soort fascist; het fascisme is niet dood. En zijn boodschap gaat rechtstreeks de moslimwereld in. Iedereen kent hem daar. Zijn geluid is het enige dat ze horen uit het Westen, afgezien van dat mij en een paar andere eenzame zielen. Omgekeerd krijgen allerlei liberale moslims hier in het Westen nauwelijks perstijd. De grootmoefti van Egypte, een van de belangrijkste hervormers in de islam, werkt hard aan de emancipatie van vrouwen – je hoort hem nooit! Ook andere hervormers, uit Iran, Pakistan, de Verenigde Staten – geen enkele steun.
Jullie journalisten vragen mij altijd: waar zijn de liberale moslims, waarom zeggen ze niks? Soms denk ik dat ik op een andere planeet leef, want ze zijn er volop: ik lees elke dag hun e-mails en websites.’
In een volgende aflevering van VolZin (27 november) besteedt Jurjen Beumer in de rubriek Woord/Beeld aandacht aan de beroemde Franse pater Abbé Pierre (1912-2007) en de door hem gestichte Emmaüsbeweging. Over compassie gesproken: jarenlang zette hij zich in voor de Parijse daklozen en bezitslozen. Beumer vertelt: In de zeer strenge winter van 1954 zullen, als er niks gebeurt, honderden mensen op straat omkomen van de kou. Onder de bezielende leiding van Abbé Pierre wordt dit voorkomen. Hij komt op de radio, staat op de voorpagina’s van alle kranten. Hotels bieden zich aan, metrostations blijven open, tonnen goederen worden bezorgd, miljoenen francs stromen binnen. ‘Als een vlo prikt Abbé Pierre in de billen van de machthebbers en hij weerstaat ze.’ En wat vertelt de Parijse pater dan?
Het onwaarschijnlijke leven dat ik nu vijftien jaar leid, een leven om gek van te worden, een leven om helemaal leeg te worden, een leven om helemaal leeg te lopen – ik voel dat met de dag beter aan – als ik het volgehouden heb, als ik niet uitgedroogd ben, als ik ’t kon volhouden, en als ik ’t nog kan, dan heb ik dat hieraan te danken, dat ik jarenlang, in al die jaren doorgebracht in het klooster, zoveel uren kreeg om te bidden. In dit bidden, in dit geduld oefenen, zit iets dat zich diep in ons binnenste vast prent. Je weet wel dat het koren niet harder groeit door er aan te trekken, voor alles is tijd nodig, regen, zon, koude, sneeuw, warmte. En dan, als het seizoen is aangebroken, dan staat er koren op de akker, en het goede brood op tafel.
Abbé Pierre is het levende symbool geworden van iemand die zich inzet voor de mens aan de achterkant van de samenleving, met name daklozen en gekwetste mensen. Mensen die niets hebben, en van Abbé Pierre terug hebben gekregen wat hen was afgepakt, hun menselijke waardigheid. Op hoge leeftijd schrijft hij: ‘Als je één hand naar de armen hebt uitgestoken, dan vind je Gods hand in je andere hand. Sindsdien weet ik dat de dood een lang uitgestelde afspraak met een vriend is. Het wachten wordt beloond.’
Wie kennis neemt van Abbé Pierre’s spirituele daadkracht ontdekt een geweldige inspiratiebron om de inzet voor de mens in nood vol te houden. Zelf zou ik zonder deze voorbeelden verdrinken in een chaos van ellende en onmacht.
Langs de weg van elk leven staan mensen. Het is geen weg door de woestijn. Het is een weg te midden van talloze mensen die je passeert, meestal zonder dat je hun verborgen rijkdom ziet. Soms pluk je, God zij dank, onverwacht een vrucht. En je weet, weer God zij dank, dat meer dan één persoon, ook al ken je hem of haar niet, jou op zijn beurt als een bloem zal plukken. Totdat de tijd komt dat God zijn bloem plukt, voordat deze te veel is verwelkt.
Compassie preken en compassie beoefenen vallen helaas lang niet altijd samen. Ook in onze samenleving klinken stemmen van compassie voor de onderkant. Maar wie bewijst daadwerkelijk barmhartigheid aan zijn naaste? Intussen is het wel onderdeel van de navolging van Christus. Christenen kunnen zich toch nooit op hun gemak voelen in kringen waar hun naasten worden afgeserveerd omdat ze anders geloven of anders leven of er anders uitzien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's