De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eervol en schamel tegelijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eervol en schamel tegelijk

Geboren in de stad van David, gelegd in een kribbe

7 minuten leestijd

De evangelist Lukas verhaalt dat de Zaligmaker geboren is de stad van David. Daarmee wordt het glorieuze, het koninklijke van de Christus aangeduid. Tegelijk wordt Zijn vernederende en schamele ontvangst duidelijk: ‘En legde Hem neer in de kribbe.’

Hoe verhouden deze twee facetten zich tot elkaar? Zijn ze niet met elkaar in tegenspraak? Hier komen we iets van de weerbarstigheid van het evangelie op het spoor: De Koning der koningen neergelegd in de diepste vernedering. Dat moet de Jood wel een ergernis en de Griek een dwaasheid zijn.
Als ergens de waarheid openbaar komt van Paulus’ woord: ‘De natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden’ (1 Kor. 2:14), dan juist rondom kribbe en kruis. Geestelijk onderscheiden kan alleen indien de Geest der waarheid in ons woont. Die Geest, Die door Christus van de Vader gezonden is en Die in al de waarheid leiden zal.
Maar ook dit: de schijnbare spanning in het kerstevangelie is alleen te duiden als wij de uitlegkundige sleutel van de Reformatie hanteren: sacra scriptura sui ipsius interpres est, de Heilige Schrift is haar eigen uitlegger.

Eén worden
Wat zegt de Schrift? Is Zijn koningschap en Zijn komst in de diepste vernedering met elkaar in tegenspraak? Nee, verre van dat. Want de wijze waarop Hij komt in deze wereld, heeft immers alles te maken met wat er van ons geworden is. God begint daar waar de mens zichzelf heeft gebracht. De mens heeft zichzelf door zijn moedwillige val in Adam beroofd van de glans die God hem gegeven had. Paulus zegt daarom onomwonden dat van elk mens geldt: gezondigd, en daarom dervend de heerlijkheid Gods.
Wil deze Christus koning zijn van zo’n slavenvolk, dan zal Hij eerst één met dat volk moeten worden. Zijn komst in de diepste vernedering staat niet haaks op Zijn koningschap, maar bevestigt het juist. Dat is voor de christen een enorme vertroosting. Niet de mens hoeft naar boven te reiken, maar God gaat Zich neerbuigen. De Koning zoekt Zijn volk op waar het zichzelf gebracht heeft. Om dat volk vervolgens voor te gaan in de strijd en te bevrijden uit het diensthuis der zonde.
Sterker nog: de Schrift wijst ons duidelijk op de plaatsvervanging. Paulus zegt ons in 2 Korinthe 8:9: ‘Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.’ Daar spreekt ook onze belijdenis over.
In zondag 15 van onze Heidelberger wordt ons de vraag gesteld wat het woordje ‘geleden’ uit artikel 4 van de apostolische geloofsbelijdenis betekent. Daarbij komt het thema van de plaatsvervanging duidelijk naar voren en wordt het ook op Zijn komst in Bethlehem betrokken: ‘Hij heeft aan lichaam en ziel, de ganse tijd Zijns levens op de aarde, maar inzonderheid aan het einde Zijns levens, de toorn Gods tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht gedragen, opdat Hij met Zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verloste, en ons Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven verwierve.’

Aansporing
Maar dat is niet het enige. Niet alleen moet de Koning daar zijn waar het volk is, om het voor te kunnen gaan, ja zelfs hun plaats in te kunnen nemen, maar ook geldt dat Zijn vernedering eraan moet bijdragen dat wij Hem dienen zouden zonder vrees (Lofzang van Zacharias). Met name Calvijn vraagt daar aandacht voor. In zijn verklaring van Zacharia 9:9, waar de verhevenheid van de komende Koning en Zijn nederige gestalte in één adem wordt genoemd – 'Ziet, uw Koning zal komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel' – merkt Calvijn op ‘dat God ons in deze weg gebiedt de ogen op te heffen naar de hemel, om zo te komen tot de ware kennis van het koningschap van Christus, en er vast van overtuigd te zijn dat wij moeten hopen op gerechtigheid en behoud. Waarom? Omdat Hij niets met Zich meebrengt, dat de mensen schrik zal aanjagen, maar als onaanzienlijke en geringe zal komen.’
Zijn komst in deze wereld te midden van alle schamelheid en armoede is daarom een sterke aansporing om tot Hem te naderen. Niet alleen wijzen uit het Oosten hebben toegang, maar evenzeer eenvoudige herders worden aangespoord te komen, en dat tot een plaats die hen niet zozeer vervulde met huiver, maar die hen veeleer vertrouwd was, en hen op hun gemak stelde.

Al voorzegd
Voor ons ligt er ook geen ongerijmdheid in Zijn koningschap en nederige gestalte omdat de profeten dit eeuwen daarvoor immers al hadden voorzegd. Daarbij hoeven wij niet alleen aan het zojuist geciteerde te denken – Zacharia 9:9 – ook Jesaja heeft Hem in die gestalte gezien. In het bekende 53e hoofdstuk zegt Jesaja: ‘Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.’
Dat was trouwens niet voor het eerst dat de profeet Jesaja Hem zo te zien kreeg. Het onooglijke en onmogelijke van Zijn komst op aarde had Jesaja met deze woorden al uitgetekend: ‘Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen.’ (11:1)
Daarom zijn de armoedige en schamele omstandigheden waaronder de Christus in deze wereld komt, eerder een bevestiging van Zijn koningschap, dan een ontkenning daarvan.

Werkelijke victorie
Als wij dat te zien krijgen, dan wordt Zijn schamelheid voor ons glansrijk en heilrijk. Een glans die nog versterkt wordt door Zijn geboorteplaats: weliswaar onder een schamel dak, maar toch ook binnen een koninklijk Bethlehem. Is dat ook niet om ons in het zwakke en aangevochten geloof tegemoet te treden? God heeft Zijn Zoon geboren doen worden in de koningsstad. De Schrift laat er geen misverstand over bestaan van welk gehalte deze Koning is. De profeet Micha heeft het al mogen voorzien: ‘En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.’ (5:1) Daar, in de velden van Efratha, ligt de oorsprong van Hem, Die een Heerser of een Leidsman zal zijn en die zeggen kon, ‘eer Abraham was, ben Ik’, van Hem ‘Wiens rijk geen einde zal hebben’.
Dat heeft ook David mogen profeteren in Psalm 72. Het rijk van de Messias zal allesomvattend zijn. Geen einde wat de reikwijdte betreft: ‘Hij zal heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.’ Maar ook geen einde wat de tijd betreft. ‘Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden.’ Hij, de Zoon van koning David, wordt geboren in de stad van koning David!
Nee, tussen Zijn koninklijk gehalte en Zijn aardse gestalte is geen tegenspraak. Integendeel. Hij bedient Zich niet van een hemelse overmacht om de wereld tot overgave te dwingen. Zijn overwinning wordt gevonden in Zijn vernedering. In de ogenschijnlijke ontluistering bij kribbe en kruis ligt de werkelijke victorie.

Sterven
Dit geldt de Christus niet alleen, maar in navolging van Hem ook de christen. Daar is victorie waar Hij gestalte krijgt in ons hart. In de weg van sterven met Christus en sterven aan jezelf, wordt het echte leven gevonden. Het brengt veel mensen vandaag de dag in verwarring. Maar leert ook Zijn komst in deze wereld niet dat er geen kroon is zonder kribbe en kruis? Velen willen de schijnbare tegenstelling opheffen. Heden ten dage wordt al te gemakkelijk en al te snel de nadruk gelegd op de kroon van de christen. Kribbe en kruis worden of geromantiseerd of geneutraliseerd omdat het ziet op dat wat ons ten diepste niet ligt. De komst van Gods Zoon in het menselijk vlees predikt ons geen overwinningsleven, maar juist een levenslange strijd.
Hoe wordt deze Koning gediend? Laten wij het de Koning Zelf maar zeggen: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op, en volge Mij.’ Zie op Hem, Die ‘de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen heeft, en de mensen gelijk geworden is’. Komt laten wij aanbidden díe Koning.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Eervol en schamel tegelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's