De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het mysterie van Zijn licht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het mysterie van Zijn licht

Kerstpreek Augustinus

7 minuten leestijd

Onze Heer Jezus, die bij de Vader was voordat Hij werd geboren uit een moeder, koos niet alleen de maagd uit wíe Hij zou worden geboren, uit, maar ook de dag waaróp. In hun onzekerheid kiezen mensen wel vaker ergens dagen voor uit: de een om een nieuwe wijngaard aan te leggen, de ander om een huis te bouwen, weer een ander om op reis te gaan, en nog weer een ander om te trouwen. Daarmee hopen ze dan te bereiken dat hun onderneming voorspoedig zal verlopen. Maar wat niemand kan uit kiezen, is zijn geboortedag.
Onze Heer kon ze allebei uitkiezen, zijn moeder én zijn geboortedag: Hij kon ze ook allebei scheppen. Natuurlijk koos Hij die dag niet uit zoals de mensen dat doen, die – volkomen ten onrechte – menen dat hun lot van de stand der sterren afhangt. Door op deze dag te worden geboren is de Heer niet gelukkig geworden, nee, door op deze dag te worden geboren heeft Hij de dag waarop Hij wilde worden geboren, gelukkig gemaakt. De dag van zijn geboorte draagt immers ook het mysterie van zijn licht. De apostel Paulus brengt het als volgt onder woorden: ‘De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten wij ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht. Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag.’ Laten we de Dag herkennen en zelf dag zijn. Want toen we in ongeloof leefden, waren we nacht. En dat ongeloof, dat de hele wereld als een nacht omhult, moet afnemen door de groei van ons geloof. Daarom beginnen de nachten vanaf de geboortedag van onze Heer Jezus Christus korter te worden terwijl de dagen langer worden.
We moeten deze dag dus als een plechtige feestdag beschouwen, broeders en zusters. Niet ter ere van de zon, zoals de ongelovigen dat doen, maar ter ere van Hem die de zon heeft gemaakt. Want wat Woord was, is om omwille van ons onder de zon te kunnen zijn mens geworden. Als mens bevindt het zich namelijk onder de zon, maar in majesteit strekt het zich ver uit boven het heelal, waarin het de zon heeft geschapen. Nu staat het Woord echter ook als mens boven die zon, die als god wordt vereerd door de blinden van geest die de ware zon van gerechtigheid niet zien.

Zonder moeder, zonder vader
Deze dag, christenen, moeten we dus niet vieren als de dag van zijn geboorte als God, maar als die van zijn geboorte als mens. Vandaag is de Heer immers onder ons gekomen. Zo kan Hij die vanuit het onzichtbare zichtbaar is geworden, ons helpen om vanuit het zichtbare het onzichtbare te bereiken. Wij mogen vanuit ons katholieke geloof namelijk niet vergeten dat de Heer tweemaal is geboren: eenmaal als God en eenmaal als mens, de ene keer buiten de tijd, de andere keer binnen de tijd.
Beide geboorten zijn wonderbaarlijk: de ene zonder moeder, de andere zonder vader. Zijn geboorte als mens kunnen we al niet bevatten, hoe moeten we zijn geboorte als God dan beschrijven?
Wie kan zijn geboorte nu helemaal bevatten, zijn geboorte die volkomen ongekend, ongewoon en uniek is op deze wereld? Die, hoe ongelooflijk ook, geloofwaardig is geworden en in de hele wereld – het is niet te geloven – wordt geloofd? Een maagd wordt zwanger, een maagd baart een kind en blijft daarbij maagd! Maar waar het menselijke verstand niet bij kan, dat vat het geloof wel. En waar het menselijke verstand het laat afweten, boekt het geloof vooruitgang. Wie zou immers durven te beweren dat het Woord van God, waardoor alles is gemaakt, zichzelf geen lichaam had kunnen maken, desnoods zonder moeder? Het heeft de eerste mens toch ook zonder vader of moeder gemaakt? (…)

Onmondig en Woord
Laten beide geslachten (…) worden herboren in Hem die vandaag is geboren. Beide geslachten moeten de dag van vandaag vieren. Niet omdat Christus de Heer vandaag pas als Heer begon te bestaan, maar omdat Christus die altijd al bij de Vader was, vandaag het lichaam dat Hij van de moeder had gekregen, het licht heeft doen zien door zijn moeder vruchtbaarheid te schenken, zonder haar haar maagdelijkheid af te nemen.
Ziet u wel, broeders en zusters, Hij wordt ontvangen, Hij wordt geboren en Hij is een onmondig kind.
Wat is dat: een onmondig kind? Een kind wordt onmondig genoemd als het niet kan praten, als het niet kan spreken. Hij is dus een onmondig kind en tegelijk het Woord. Als kind zwijgt Hij, door de engelen onderwijst Hij. Hij wordt aan de herders verkondigd als de Vorst en Herder der herders; en Hij ligt in een voederbak om als voer te dienen voor de gelovige lastdieren. Zo was het immers voorzegd door de profeet Jesaja: ‘Een os herkent zijn eigenaar, een ezel de voederbak van zijn heer.’
Daarom zat Hij op een ezeltje, toen Hij onder luide toejuichingen van de menigte die voor Hem uitliep en achter Hem aankwam, Jeruzalem binnenging.
Ook wij moeten Hem herkennen, op zijn voederbak afgaan, het voer eten en onze Heer en Leidsman op de arm nemen. Dan zullen we onder zijn leiding het hemelse Jeruzalem bereiken. Christus’ geboorte uit een moeder is zwak, maar van de Vader heeft Hij zijn grootse majesteit. Onder de dagen in de tijd heeft Hij nu een dag in de tijd, maar zelf is Hij de eeuwige Dag uit de eeuwige Dag.

Kracht werd zwak
Terecht laten wij ons aanvuren door de woorden van de psalm als door de klanken van de hemelse bazuin, wanneer we horen: ‘Zing voor de Heer een nieuw lied, zing voor de Heer, heel de aarde. Zing voor de Heer, zegen zijn naam.’ Laten we Hem herkennen en laten we de Dag aankondigen die uit de Dag voortkomt en die vandaag als mens is geboren. Zoon-Dag uit Vader-Dag, God uit God, Licht uit Licht. Dat is het heil waarover elders te lezen staat: ‘God, wees ons genadig en zegen ons, laat het licht van Uw gelaat over ons schijnen, dan zal men op aarde uw weg leren kennen, bij alle volken Uw heil.’ De woorden ‘op aarde’ worden herhaald in ‘de volken’, de woorden ‘Uw weg’ in ‘Uw heil’.
Wij herinneren ons dat de Heer heeft gezegd: ‘Ik ben de weg.’ En zojuist, toen het evangelieverhaal werd voorgelezen, hoorden we dat de zalige Simeon, een oude man, een openbaring van God had gekregen, waarin hem te kennen werd gegeven dat hij de dood niet zou proeven voordat hij de Messias van de Heer had gezien. Toen Simeon het onmondige kind Christus in de armen had genomen en de grootheid van het kleintje had erkend, zei hij: ‘Nu laat U, Heer, Uw dienaar in vrede gaan, zoals U hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik het heil gezien dat U bewerkt.’

Laten we dus de Dag aankondigen die uit de Dag voortkomt, het heil dat Hij bewerkt. Laten we aan alle volken zijn heerlijkheid bekend maken, aan alle naties zijn wonderdaden. Hij ligt in een voederbak, maar Hij omvat de wereld. Hij drinkt aan de borst, maar Hij voedt de engelen. Hij wordt in een doek gewikkeld, maar Hij kleedt ons in onsterfelijkheid. Hij wordt gezoogd, maar Hij wordt ook aanbeden. In het nachtverblijf van de stad kan Hij niet terecht, maar in het hart van de gelovigen bouwt Hij zich een tempel. Opdat de zwakheid krachtig werd, is de kracht zwak geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het mysterie van Zijn licht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's