De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Levenslicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Levenslicht

Kerstverhaal

7 minuten leestijd

'Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen.' Jesaja. 9:1

Ik blies de kaarsen in de kerstbakjes uit, trok de stekker van de kerstster voor het raam uit het stopcontact en ging samen met Arnoud naar boven. Het was tijd om naar bed te gaan. We keken allebei nog even om de hoek bij ons dochtertje en kropen toen onder de deken. Ik sloot mijn ogen en dacht aan morgen, Eerste Kerstdag.

De duisternis was intens zwart, verstoken van enig licht en drukte op mijn lichaam als een loden mantel. Ontsteld bracht ik mijn hand naar mijn gezicht, maar ik zag niets, ik draaide mijn hoofd om een lichtpuntje te ontdekken, maar er was niets.
Mijn ademhaling versnelde. Dit duister moest een nachtmerrie zijn en ik wilde wakker worden. Ik kneep mezelf in mijn arm. Toen dat niet hielp begon ik te springen. Daarna klapte ik in mijn handen, draaide met mijn armen en stampte met mijn voeten in de hoop dat ik zou ontwaken.
Ik begon moe te worden en werd bang. Mijn benen verloren hun kracht en ik zakte neer. Ik liet mijn handen tastend over een grillige, rotsachtige grond glijden. Geschrokken trok ik mijn vingers terug toen ik een netel fel voelde prikken.
Ik was een blinde in een vijandige wereld.
Na enkele minuten in angstige besluitloosheid stond ik op en zette enkele stappen in mijn nieuwe wereld, in mijn nachtmerrie.
Het waren de wankele stappen van een baby die leert lopen. Aarzelend en voorzichtig, maar zonder het gevoel van euforie en opwinding dat een klein kind heeft. Er was alleen maar angst, voor het onbekende, voor de duisternis.
Ik struikelde en viel, bezeerde mijn knieën en handen. Hijgend bleef ik even zitten. Toen bracht ik mijn schrijnende handen naar mijn gezicht en rook de metalige geur van bloed. Voorzichtig bracht ik mijn vinger naar mijn linkerhandpalm. Ik voelde een steentje, verankerd in mijn vel, en haalde het eruit. De pijn brandde, maar maakte me er tegelijkertijd van bewust dat ik leefde. Ik ging met moeite weer staan en strekte mijn handen als een blinde voor me uit.

Ik moest hier uit zien te komen. Pas toen ik daar hulpeloos stond, gebukt onder het gewicht van mijn omgeving, kwam het in me op om te schreeuwen. Ik opende mijn mond, haalde diep adem en schreeuwde rauwe kreten tot mijn keel er pijn van deed.
Vreemd genoeg droeg mijn stem niet ver. Het leek alsof het geluid direct werd geabsorbeerd door de donkere mantel die om me heen hing. Nog vreemder was het dat iemand daarom leek te gniffelen. ‘Is er iemand?’ vroeg ik, na enkele stille en angstige seconden.
Niemand gaf antwoord en ik aarzelde tussen nog een keer vragen of nog een keer schreeuwen, toen ik weer gelach meende te horen. ‘Wie is daar?’ Mijn stem droeg niet ver, maar ik was ervan overtuigd dat die ander me kon horen.
Gelach klonk achter me en ik draaide me om, in de richting van het geluid. Ik zette een paar stappen en luisterde of ik iets hoorde wat me bij degene kon brengen die hier ook was.
Zelfs al was het iemand die me uitlachte, het was tenminste iemand. Ik was hier niet alleen. ‘Laat me je vinden.’
Opnieuw een zacht geluid. Ik stond stil en hield mijn adem in, in een poging het nogmaals te horen. De lach klonk niet als die van iemand die plezier had. Het klonk eerder gemeen. Doods. En in tegenstelling tot mijn stem, die verdween in het duister, leek dit geluid te blijven bestaan, zich zelfs verder te verspreiden en te resoneren tegen vormen die ik niet kon zien.
Toch wilde ik om een reden die ik zelf niet goed begreep, de persoon achter de lach zien, want het was mijn enige houvast in deze angstaanjagende werkelijkheid.
Ik besloot niets meer te zeggen, maar de bron van het geluid te zoeken, door iedere keer een paar stappen te zetten als ik iets hoorde.
Ik hield mijn adem in en voelde kippenvel op mijn hele lichaam terwijl ik wachtte. Deze plek was afschrikwekkend en onaards. Ik dacht aan mijn thuis, de plek waar ik gelukkig was, waar ik een familie, een gezin had. Geliefden om vast te houden en mee te praten. Ik probeerde me Arnoud voor de geest te halen, maar hoe harder ik probeerde, hoe hardnekkiger de duistere randen van mijn omgeving zich over mijn herinnering uitstrekten. Ik schreeuwde en wilde de graaiende vingers wegduwen, maar dat was onmogelijk. Machteloos keek ik toe hoe het beeld van mijn lief vervaagde en uiteindelijk verdween.

‘NEE!’ Mijn machteloze vuist in de lucht. Ik voelde me verloren, Ik was iets kwijtgeraakt, al wist ik niet wat. Nieuw gegrinnik.
‘Doe me dit niet aan!’ Plotseling bedacht ik dat de figuur achter het geluid misschien wel de oorzaak was van deze plaats, dat hij het was die de duisternis in stand hield en ervoor zorgde dat mijn herinnering was verdwenen. Ik durfde niet eens te denken aan mijn drie weken oude dochter, maar juist doordat ik dat toch deed, kwam haar gezicht me voor ogen en machteloos moest ik toekijken hoe ook hier hebberige vingers kwamen en haar beeltenis wegvaagden.

‘O God, nee!’ Ik huiverde en zakte door mijn knieën op de grond. Mijn handen voor mijn gezicht geslagen.
Een tinkeling. Vanuit mijn ooghoek zag ik iets, een klein lichtpuntje, alsof gedurende een enkele seconde de schellen van mijn ogen vielen en de duisternis van mijn lichaam werd getild.
Ik keek op, maar het was verdwenen in het donker. Opgeslokt, zoals alles. Ik had het me vast verbeeld.
De kille kou trok vanuit de bodem in mijn lijf en verspreidde zich snel door mijn lichaam. Ik stelde me voor hoe de zwarte vingers die mijn herinneringen hadden gestolen, zich ook over mij uitstrekten en mij langzaam wegvaagden. Er was geen hoop in deze wereld, waar iedere gedachte aan leven werd opgeslokt.

Een nieuwe herinnering kwam in me op en ik klampte me eraan vast, probeerde de gedachte vast te grijpen, zodat ik die zo lang mogelijk bij me kon houden voordat ook dit me werd afgenomen. Ik fluisterde, en huiverde, vouwde mijn handen en begon te bidden. Ik kneep mijn ogen strak dicht, om deze angstige wereld buiten te sluiten, terwijl ik in gedachten de woorden reciteerde die me zo dierbaar waren en ik tegelijkertijd angstig afwachtte tot ook dit zou verdwijnen.
Toen gebeurde er iets bijzonders. Het was alsof de omgeving zich van me terugtrok. Mijn ademhaling werd lichter en het gewicht werd van mijn lichaam gehaald. Ik hief mijn ogen op naar de hemel, waar hoop nu gloorde, en sprak Zijn naam hardop uit.
In tegenstelling tot mijn eerdere geschreeuw, werd mijn stemgeluid niet geabsorbeerd. Het gegrinnik bleef uit. Het licht verspreidde zich sneller dan ik me kon voorstellen.
De stem die mij even daarvoor nog kwelde, werd erdoor opgejaagd en verdween uit mijn herinnering. De hemel opende zich en ik voelde de stralen. Ik strekte mijn armen, draaide rond en koesterde me in de warmte van het licht.

Kerstochtend. De mooiste dag van het jaar. Ik opende mijn ogen en zag hoe de kerstverlichting uit de straat onze slaapkamer verlichtte. Het was kerstochtend en ik wist dat het niet draaide om de klokken en de kerststerren.

Ik zond een dankgebed omhoog, omdat het licht in de wereld was gekomen. Levenslicht.

'In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is. In het Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen.' Johannes. 1:1-5

'Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.' Johannes 1:14a

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Levenslicht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's