Alleen Bijbel heeft antwoord
Het geloof verdedigen [2]
Een krachtig verdediger in de moderne tijd is C.S. Lewis. We mogen hopen dat er steeds mensen zullen zijn zoals hij: op zoek naar de bron van ons kennen en voorvragen stellend bij de hedendaagse cultuur en wetenschap.
Al in de begintijd van de christelijke kerk voelden gelovigen de noodzaak tot het apologetisch getuigenis. Verschillende kerkvaders hebben het christelijk geloof verdedigd bij de Romeinse overheid. Veel later geeft Blaise Pascal, de zeventiende-eeuwse, veel te vroeg gestorven christelijke denker, in zijn Pensées een verdediging van het geloof.
Van hem zijn de volgende, nog altijd geldende uitspraken van belang als we erover nadenken hoe ons geloof te verdedigen:
‘Het is verwonderlijk dat geen enkele bijbelschrijver zich ooit bediend heeft van de natuur om God te bewijzen. Allen wijzen op de weg van het geloof.’ En:
‘Alleen met het hart, onze kern en ons diepste zijn, kunnen we contact met God hebben.’ En:
‘Als God bestaat is Hij ongrijpbaar; ons verstand is niet bij machte om Hem te bevatten.’
Stevige vragen
Christenen zouden, net als C.S. Lewis, stevige vragen mogen stellen bij zaken als:
Als er een big bang was, wat of wie zat daar dan achter?
Waarom is er orde en wetmatigheid in de werkelijkheid en niet alleen maar chaos?
Als de natuurconstanten zo fijn op elkaar zijn afgestemd om het leven op aarde mogelijk te maken, wie bedacht ze dan?
Als alle leven uit een eerste cel voortkomt, wie zorgde er dan voor dat er überhaupt een complexe cel kon ontstaan?
Als cellen essentieel zijn voor alle leven, wie bedacht dan de informatie, zoals vastgelegd in de structuur van het DNA?
Het zijn wijsgerige en ten diepste religieuze vragen naar de eerste oorzaak van de kosmos. Pascal liet zien dat we onze zoektocht weliswaar in de geschapen werkelijkheid kunnen beginnen, maar dat de antwoorden er alleen komen als de Bijbel opengaat. Als wij geloven dat de God van de Bijbel identiek is aan de Architect achter de werkelijkheid, dan vallen de schellen ons letterlijk van de ogen en zien wij de resultaten van Zijn scheppen miljardvoudig voor ons. Het is bij dit soort overwegingen geruststellend te weten dat zowel christenen als ongelovigen verkeren in dezelfde, door God geschapen werkelijkheid. Dit te beseffen haalt alle kramp weg uit het apologetisch getuigenis.
Niet concreet genoeg
Drs. W. Dekker, studiesecretaris van de IZB, schreef in een artikel voor Theologia Reformata over het christelijk getuigenis:
‘De vragen: waarom geloven in God, hoe weten we dat Hij geen product is van onze fantasie, wie is God, de vragen van de prolegomena [dogmatische voorvragen], moeten nadrukkelijk aan de orde komen.’
Ik ben het daar zeer mee eens. De vraag wie Hij was stelde Jezus Zelf aan zijn leerlingen. Het is de kernvraag sinds Zijn verschijning in de geschiedenis van de mensheid.
Op het gesprek met hedendaagse ongelovigen moeten we ons terdege voorbereiden. De discussies van dit jaar over schepping en evolutie munten niet uit door goede voorbereiding en grondige kennis. Daar is in onze gecompliceerde tijd hulp bij nodig. Voor het onderzoeken van de vooronderstellingen van menselijk denken kan men te rade gaan bij de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte, die hieraan grondig aandacht besteedt. Veel christgelovigen hebben er geen weet van wat voor goud we met deze wijsbegeerte in handen hebben.
Ik denk dat de ‘goegemeente’, die elke zondag trouw ter kerke gaat, nog te weinig besef heeft van de zuigkracht van de afgoden van onze tijd. We worden erdoor omspoeld en hebben ons onbewust geleidelijk aangepast.
Helaas worden vanaf de preekstoel de afgoden niet concreet genoeg aangewezen. Trouwens, hoort de gemeente wel het verschil tussen een voluit bijbelse prediking, waarin Jezus Christus wordt verkondigd, en een preek waarbij je alleen maar met een goed gevoel de kerk uit gaat? Kan de gemeente de geesten wel onderscheiden?
Zouden binnen kerkelijke gemeenten niet veel meer Gideonsbenden (denktanks) moeten worden gevormd van gemeenteleden, die de voorhoede naar buiten vormen? Er zijn voorbeelden daarvan in ons land en daarbuiten. Ik denk bijvoorbeeld aan Tim Keller’s Redeemer Church. Als je zijn preken beluistert, dan valt op dat er bijna geen keer voorbij gaat dat hij geen analyse geeft van een stukje moderne cultuur of refereert aan C.S. Lewis of John Stott. Apologeten van hun formaat zijn zeldzaam.
Moderne wetenschap
Lewis vroeg zich af hoe het toch komt dat God helemaal verdwenen is uit de moderne cultuur. Een kind snapt toch al dat alles een oorzaak heeft: atomen zijn er niet zonder elementaire bouwstenen (waar komen die trouwens vandaan?), het heelal is er niet zonder een eerste begin (wie of wat heeft dat veroorzaakt?). Lewis dacht na over de unieke verschijning van de mens te midden van miljarden levensvormen. Hij is er niet zomaar of toevallig, maar elk mens staat met een doel in het leven. Dit staat in schrille tegenstelling tot wat sommige wetenschappers daarvan vinden. Ik las van een bekende Nobelprijswinnaar de uitspraak: ‘Al uw vreugde en verdriet, uw herinneringen en plannen, uw identiteit en vrije wil, behelzen in feite niet meer dan het gedrag van een onmetelijke hoeveelheid zenuwcellen en hun bijbehorende moleculen.’
De moderne wetenschap heeft de plaats van de religie ingenomen
Haar priesters menen ex cathedra uitspraken te kunnen doen over oorsprong en zin van de werkelijkheid. Mensen vertrouwen op de menselijke rede. Het geloof in het menselijk verstand wordt in talloze geschriften beleden. Wie iets anders gelooft wordt fel bestreden.
Dawkins
Ik denk daarbij aan het laatste boek van Richard Dawkins God als Misvatting. Het vertrouwen op het verstand gaat gepaard met verdediging van de menselijke autonomie en een streven naar zo groot mogelijke zelfbeschikking. Waarden en normen worden aan hetzelfde verstand ontleend; buiten dat is er immers niets om op terug te vallen.
Alister McGrath, van origine moleculair bioloog en nu theoloog in Londen, is een van de weinigen die met Dawkins op zijn eigen terrein de strijd aanbindt. McGrath stelt zowel Dawkins’ ongefundeerde keuze voor het atheïsme als zijn onkunde van het christelijk geloof scherp aan de kaak. Waar Dawkins als bioloog wetenschappelijk voorzichtig formuleert, maakt hij als atheïst rare sprongen om zijn standpunt aan de man te brengen, in redeneringen vol simplificaties.
Los van zijn venijnige uithalen naar ieder die (nog) gelooft, is Dawkins’ grootste misser mijns inziens dat hij meent door kennis van aspecten van de werkelijkheid de hele werkelijkheid te kunnen verklaren.
Er klopt niets van zijn uitspraak dat ‘de wetenschap ons een verklaring biedt hoe complexiteit uit eenvoud ontstaat’. Het is juist andersom: in onze wetenschap analyseren we de werkelijkheid door slechts naar aspecten te kijken. Hoe uit al die onderdelen een geheel ontstaat, is steeds weer verrassend.
In de ban
Zo bont als in zijn laatste boek heeft Dawkins het nog niet eerder gemaakt, want hij raadt in feite alle wetenschappen aan om maar de zienswijze van zijn evolutionisme over te nemen. Hij verwijt christenen dat hun geloof geen wetenschappelijke basis heeft (daarin heeft hij trouwens groot gelijk), maar is zelf evenmin in staat zijn eigen vooronderstellingen op enigerlei wijze te onderbouwen. Mensen als hij zijn in de ban van wat sciëntisme wordt genoemd, een levensvisie waarbij er buiten de langs wetenschappelijke weg verkregen kennis geen betrouwbare kennis bestaat. Het bestaan van God is voor hem een onmogelijke gedachte. Alles is materieel verklaarbaar, ook menselijk gedrag, inclusief hoe hij denkt over normen en waarden. Het leven is naar zijn mening volkomen zinloos.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's