Hem dienen zonder vrees
Zacharias bezingt komst van Gods heil in wereld
Zacharias zingt: ‘… dat wij, verlost uit de hand van onze vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees’. Waarom benoemt hij dit, vervuld met de Heilige Geest, in zijn lofzang? Verdwijnt de vrees bij de komst van Christus?
De regel uit de lofzang van Zacharias bepaalt ons bij de aanwezigheid van angst en vrees in ons leven. Vrees is er op veel manieren en in veel omstandigheden. Welk mens weet er niet van? Maar wat voor vrees bedoelt Zacharias? Het opmerkelijke is dat hij daar niet over spreekt. In de grondtekst staat het zomaar vooraan in de zin: ‘Zonder vrees … Hem dienen.’ Het gaat Zacharias kennelijk niet om een bepaalde soort angst of vrees, maar om vrees in algemeen.
Wat kan er niet een veelheid van zaken genoemd worden die vrees veroorzaken. Te denken is aan mensen die je bedreigen en tekort doen. Wat kan er daardoor in relaties van huwelijk en gezin, van bedrijf en school, een angst en vrees bij mensen worden opgewekt. Angst kan er zijn voor ernstige ziekte, voor een afbraakproces, voor pijn. Vrees kan er zijn voor de dood: wat is er daarna?
Waar ga ik heen? Ga ik niet verloren? Angst kan er zijn tegenover God: wil Hij er voor mij hier en nu zijn? Kan ik werkelijk met Hem leven, zodat Hij mij ziet en kent?
Vrees kan er zijn voor maatschappelijke ontwikkelingen: blijft er in ons land ruimte om te leven naar Gods geboden? Angst ook voor de kerk: waar loopt het op uit na de geloofsafval van velen? Dan is ook nog de angst te noemen die zich voordoet als een geliefde is heen gegaan, of een relatie verbroken is: hoe kan een mens zich dan losgelaten en bevreesd voelen in de wereld.
Drie lofzangen
Angst en vrees vormen een veel voorkomend en soms overweldigend verschijnsel. Dat maakt het zo bijzonder dat Zacharias in zijn lofzang spreekt over een leven zonder vrees, een vreesloos leven, een bestaan zonder angst. We voelen de rijkdom ervan aan.
Heimwee kan in je naar boven komen om zo te mogen leven. Maar de werkelijkheid biedt overvloedig materiaal om telkens angst en vrees te ervaren. Hoe moeten we Zacharias dan verstaan?
Het is van groot belang om te bedenken dat deze zin staat in een van de drie nieuwtestamentische lofzangen: die van Maria, Zacharias en Simeon. We kunnen deze drie lofzangen benoemen als de toegevoegde afsluiting van het psalmboek. In de Psalmen hebben we het heilige gebedenboek, het zangboek van het geloof. Daarin wordt ook uitgezien naar de komst van de Verlosser, zoals in Psalm 2 en 72.
De drie lofzangen bezingen dat de Verlosser is gekomen en dat Gods heil werkelijkheid is geworden, midden in onze wereld. Met de geboorte van Jezus in Bethlehem.
Deze drie lofzangen zijn dan ook van kolossaal belang naast het psalmboek. Zij zijn de bevestiging van het psalmboek, dat God Zijn heil werkelijk en tastbaar in onze wereld heeft binnen gebracht.
Het is niet voor niets dat bijvoorbeeld in de kerk van Engeland en in de kloosters deze lofzang een dagelijkse plek in de eredienst hebben gekregen. Hierbij is de Lofzang van Zacharias vastgesteld voor de ochtenddienst. Ieder ochtend beginnen met de lofzang dat Gods heil werkelijk in onze wereld is binnengekomen, in het Christuskind.
Onder de voeten
Dat heeft veel te zeggen voor de woorden ‘zonder vrees’ van Zacharias. Die vreesloosheid is dus geheel verbonden aan de binnenkomst van Gods heil in onze wereld. Zo zingt Zacharias. De vreesloosheid is gebonden aan de persoon van Christus, in Wie God Zijn genade, vergeving, heil de wereld inbrengt. Waar Christus binnenkomt, moet de vrees vertrekken.
De lofzang noemt ook de reden hiervan: ‘verlost uit de hand van onze vijanden’. Christus heeft in Zijn geboorte, kruislijden, opstanding en hemelvaart de macht verkregen over alles en allen. De dood, de boze, de zonde, ziekten, noden, gevaren, ontwikkelingen in eigen land en kerk, de toekomst: alles ligt onder Zijn voeten. En door alles onder de voeten van Christus te zien, mag de angst worden losgelaten. Dat betekent (op de mooie wijze van redeneren van Wilhelmus à Brakel) dat wie een leven zonder angst zoekt, geen leven zonder angst moet zoeken, maar Chrístus. Dan vind je in Hem een leven zonder angst.
Dagelijkse oefening
Omdat het vertrek van de vrees gebonden is aan Christus, en dus aan het geloof, is de ervaring van deze vreesloosheid altijd ten dele. Want een mens blijft in de wereld omgeven van angstwekkende en vreeswekkende zaken. En telkens dringt de angst zich aan je op. Het is een dagelijkse oefening om alles wat je tegenkomt en waar je voor vreest zo te zien, dat je de Heere Christus er boven ziet. Het is een oefening om niet te leven naar wat je voelt en tast, maar naar de blik van het geloof: Christus in Zijn grootheid die al je vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd.
Al is de ervaring van vreesloosheid ten dele, toch kan ze tot grote hoogte komen. Als we denken aan christenen die in huwelijk of gezin veel angstaanjagende dingen meemaken en toch doorgaan om zonder angst in liefde en trouw te dienen. Of aan jongeren die zitten in een klas waar neergekeken wordt op het geloof en toch vrijmoedig als christen durven te leven en te spreken. Ook kan op een sterfbed de hoop zo rijk worden, dat iemand zonder vrees naar het einde kijkt. Om nog maar niet te spreken over martelaren die zonder angst de dood tegemoet gaan, tot op deze dag. Hier staan we voor bijzondere versterkingen van het geloof door de Heilige Geest, waarin we de lofzang van Zacharias op rijke wijze in vervulling zien gaan.
God dienen
Er is nog een tweede kant aan de doorbraak van het heil van God. Zacharias zingt niet alleen over het vertrek van de vrees, maar ook over het dienen van God: ‘om Hem te dienen zonder vrees’. Bij het heil in Christus hoort een leven waarin God wordt gediend. Dat dienen slaat niet alleen op ambtsdragers, maar op iedere christen. Het is een wijden van heel je leven aan God.
Dat je je werk doet als voor God. Dat je Zijn eer zoekt. Dat je alles opdraagt in je gebed.
Hoe haaks staat dit op wat de mens wil. Namelijk zelfstandig zijn, jezelf zijn, jezelf volgen. Toch kan Gods heil niet buiten dit dienen om. God kan nu eenmaal een mens niet gelukkig maken buiten Hemzelf om. Alleen in God is goedheid, heiligheid, eeuwigheid, licht en leven. Alleen als Hij het middelpunt van ons leven is, kan ons leven tot zijn bestemming komen en kunnen we gelukkig worden. Zoals een boom pas tot bloei komt als de wortels ervan in de grond zijn gezet. Zo moet een mens met de wortels van zijn leven in God zijn vastigheid ontvangen, wil hij tot bloei komen.
Zacharias bezingt dat het Christuskind dit zal bewerken. Het zal mensen brengen in een leven van dienst aan God. Een dienen zonder vrees. Dat betekent ook: een dienen niet uit vrees. Geen dienen uit angst voor straf, maar een dienen uit liefde tot deze God die zo overvloedig Zijn liefde ons heeft bewezen. De dienst die de Heere Jezus geeft en leert is een liefdedienst.
Vreze des Heeren
Nu kan iemand toch wat bevreemd aankijken tegen de zin: God dienen zonder vrees. Want hoe vaak is in de Bijbel niet sprake van de vreze Gods? Daarmee is toch de goede verering van God aangeduid? Inderdaad. Moeten we dan denken dat de vreze Gods iets is voor het Oude Testament, en dat in het Nieuwe Testament sprake is van liefhebben van God?
Zeker niet. Want ook in het Oude Testament is sprake van liefhebben van God. En ook in het Nieuwe Testament is sprake van de Heere vrezen. Wel zien we een verschil in vertrouwdheid. In het Oude Testament lezen we bij de wetgeving op de Sinaï over donder en bliksem, wat het volk diep verschrikt. In het Nieuwe Testament lezen we hoe Christus Zijn gelovigen leert om God als Vader aan te roepen. Daarin ligt meer nabijheid, vertrouwdheid. Deze vertrouwde en nabije omgang is het geschenk dat Christus Zijn gelovigen toedeelt. Maar de vreze Gods, de eerbied, is er ondertussen niet minder op geworden. Want God is niet minder heilig geworden, of minder majesteitelijk, of minder toornend over de zonde. Integendeel.
Nu God Zijn liefde zo rijk openbaart, is Hij zelfs nog meer te vrezen als we Hem blijven afwijzen (Hebr. 10:29, 31). Nee, het dienen zonder vrees betekent niet het laten vervallen van de vreze des Heeren, maar deze eerbied wil een plaats krijgen binnen de nabije omgang met God als Vader.
In Christus word ik tot een vertrouwde omgang met God als Vader gebracht en de angst voor God wordt in de verzoening met Hem weggenomen. Hij doet Zijn aangezicht vriendelijk over mij lichten. Maar in die vertrouwdheid wil de vreze des Heeren de volle plaats hebben. Jezus leert ons ook bidden: 'onze Vader die in de hémelen zijt.' Zo heeft Hij ons de nabijheid geschonken in verbondenheid met de vreze Gods. Zo wordt het: een eerbied als van een kind. Een eerbied in de rust en vrede van de verzoening. Daarom leert de lofzang van Zacharias niet om de vreze des Heeren minder te achten.
Integendeel, die is en blijft juist de kern van het dienen van God. Het is immers juist de echte vreze Gods, die de vrees voor alle andere dingen wegdrijft. Vroeger zeiden mensen wel: wie God vreest, hoeft verder niets te vrezen, maar wie God niet vreest, moet voor vele andere dingen bang zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's