Bereidt de weg des Heeren
Jesaja 40 verkondigt Gods ingrijpen: Hij komt
‘Bereidt de weg des Heeren.’ Op deze uitdrukking uit Jesaja 40 grijpt Johannes de Doper terug als hij over Christus getuigt: ‘Maak de weg des Heeren recht.’ Het lijkt erop dat Christus onder voorwaarden in onze wereld komt.
In eerste instantie lijkt het niet zo moeilijk om in de woorden van Jesaja en Johannes een boodschap in te horen. Je kunt immers zeggen: zoals dit woord oorspronkelijk stadsbewoners opriep om voor de intocht van een koning hun toegangswegen te egaliseren, zo roept het nu mensen op om zich voor te bereiden op de komst van Christus. De eerste komst in het persoonlijk leven of de wederkomst van Christus. Daarmee wordt dit woord dus een oproep tot bekering: Maak je levensweg in orde voor de Heere, ga geestelijk puinruimen, vul de kuilen van twijfel en haal die bergen zonde neer, opdat de Koning in mag rijden (vgl. Ps. 24).
Afhankelijk
Bij deze veelgehoorde toepassing rijst echter wel de vraag of Christus dus onder voorwaarden komt? Is Zijn komst uiteindelijk afhankelijk van mijn voorbereidend werk? Iets meer theologisch geformuleerd: Moet er eerst bij de mens een landingsplaats zijn gecreëerd? Deze vragen willen niet per se zeggen dat genoemde toepassing niet gemaakt kan worden, maar wel dat het in de prediking van Advent en Kerst nauw luistert.
Laten we eerst kijken hoe deze oproep functioneert in de samenhang van Jesaja 40:1-11. Een gedeelte dat exegetisch wordt bemoeilijkt doordat niet geheel duidelijk is hoe we de diverse uitspraken moeten afbakenen en toeschrijven. De keuzes die ik maak, zullen gaandeweg blijken.
Troost
In het genoemde gedeelte is troost de kernboodschap. Het hoofdstuk zet zelfs in met Gods herhaalde opdracht aan Jesaja om Jeruzalem te troosten: ‘Troost, troost mijn volk!’ Geliefde woorden, door Händel schitterend op muziek gezet in zijn Comfort ye, my people.
Maar Jesaja kan er niets mee. Want wat moet hij zeggen (vs.6a)? Jeruzalem is een desolate puinhoop, die bovendien vrijwel uitgestorven is, nu al haar bewoners naar Babel zijn getransporteerd. Wat kan hij voor troost bieden aan die enkele armen, die nog doormodderen in de ruïnes van een ontwrichte maatschappij?
Je zult toch pastor van Jeruzalem zijn. Eerlijk gezegd herken ik zijn moeite ergens wel. Als ik hoor van tragedies, denk ik soms ook bij mezelf: je zult toch pastor zijn van (het door die vreselijke brand getroffen) Kampen, of pastor (van het door moord getroffen) Urk.
Wat moet je dan zeggen? Jesaja voelt zich uitgepraat. Vooral omdat ook de tempel verwoest is, waarvan de resten hem duidelijk zeggen: ‘God is weg gegaan, omdat de mensen Hem verlaten hebben.’
Daarom is er geen troost meer te bieden, maar is het troosteloos: ‘Alle vlees is als gras. Het gras verdort en de bloem valt af.’ (vs. 6b-7a) Met deze ellende moet Jeruzalem het kennelijk doen. Geknakt en afgemat moet ze maar verder strompelen.
Echte troost
Maar dan neemt God in vers 7b het woord. Daarbij is het vertroostend dat de Heere allereerst Jesaja’s klacht overneemt. Hij spreekt er niet overheen, maar neemt diens wanhoop serieus: ‘Inderdaad, Jesaja, het gras verdort …’ (7b-8a) Vertroosting die deze pastorale inleving mist, is geen troost, omdat ze het lijden niet begrepen heeft.
Maar God heeft meer te zeggen. Want echte troost blijft niet steken in begrip alleen, maar houdt ook evangelie voor. Hier is dat evangelie klip en klaar: ‘Uw God is niet afwezig, want Hij is Jahweh. Hij zal komen. Zie, hier is uw God.’ (vs. 9b-10a) Ons leven kan een godvergeten chaos lijken, maar de Heere wíl er Zijn (r)entree maken. Bereidt daarom de weg des Heeren (vs. 3-4).
Eenzijdig
Daarmee staan we opnieuw bij die spanning. Is Zijn komst voorwaardelijk? Een antwoord hierop vinden we in het kerstgebeuren. Dat mag met recht kerstevangelie heten, juist omdat daar aan geen voorwaarde is voldaan. ‘Ik ben gevonden van hen die naar Mij niet vroegen; Ik ben gevonden van degenen die Mij niet zochten.’ (Jes.65:1) ‘Het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet begrepen.’ (Joh.1:5)
Diezelfde Goddelijke eenzijdigheid merken we ook hier al: ‘De Heere zál komen, met een sterke arm!’ (vs.10a). Evangelie is pas evangelie als het inbreekt.
Dat is daarom zo vertroostend, omdat het ons nooit lukt om alle blokkades uit de weg te ruimen. Ja, met sommige mag je wellicht afrekenen, maar andere kleven je hardnekkig aan. Neem nu alleen de blokkade van de zonde: er is geen mens die wat dat betreft zijn eigen weg bereiden kan. Zodoende kan het alleen tot een Godsontmoeting komen als God van Zijn kant ruim baan maakt en vrijspraak verkóndigt. Het is de grote troost dat dat hier gebeurt: ‘Uw ongerechtigheid is verzoend.’ (vs.2) Waar vrijspraak is, is de schuld voorbij en mag opnieuw begonnen worden. Met die belofte van vernieuwing kan het volk bemoedigd worden: ‘Spreek naar het hart van Jeruzalem’ (vs.2a).
Actief
Eenzelfde, maar rijkere bemoediging ontvangen wij in de komst van Christus: dwars door alle schuld van mij komt Hij om alle barrières van zonde weg te nemen.
Door Hem mogen wij weer ‘Mijn volk’ heten (vs.1). En levend uit Hem mag ons leven zich vernieuwen; tot we uiteindelijk Zijn heerlijkheid ontvangen (vs.5a). En ook al neemt die verzoening alle dagelijkse moeiten natuurlijk niet zomaar weg, ook daarvoor schenkt Zijn komst werkelijke troost: Zijn nabijheid sterkt en zegent (vs.10b) en Zijn herderlijke leiding (vs.11) leidt ons door het lijden heen.
Zo is de komst van Christus vol evangelische troost. Maar nu komt een belangrijk moment. Want zulke troost is niet iets wat je passief kunt ondergaan, maar wat je ook actief aanvaarden en verwerken moet. Je moet het ook willen ontvangen. Vroeger noemde men dat ‘zich getroosten’, waarin doorklinkt dat ook de getrooste zelf actief met de troost moet bezig zijn. Hoe dan? Dat zien we hier: de Heere roept Jeruzalem op om, op haar beurt, die troostwoorden ook weer door te geven: ‘O Sion, wees ook zelf een verkondigster van goede boodschap!’ (vs.9). Is het niet vreemd om een treurende twijfelaar zo’n opdracht te geven?
Het is wellicht wel moeilijk – daarom zegt God ook: ‘Vrees niet’ (vs.9b) – maar het is niet te hoog gegrepen. Wie het evangelie hoort, moet immers ‘zijn hart verheffen’ en boven zichzelf uitstijgen.
Een prachtig beeld voor de overmachtige wijze waarop Christus ons bestaan binnentreedt, is voor mij de brug van Millau. Vakantiegangers naar Zuid-Frankrijk zullen hem wel kennen. Vroeger was daar een beruchte bottleneck in de Route du Soleil: een dal, waar je met kronkelwegen doorheen moest. Wegbereiding hielp daar niet; het was nu eenmaal onverbeterlijk, altijd afzien. Tot daar ‘opeens’, hoog boven de aardse paadjes uit, een nieuwe brug de kloof majestueus overbrugde. Zo treedt Christus ons bestaan machtig binnen.
Viaduct
En wij? Waartoe roept Jesaja 40 ons op? Het lijkt me zeker legitiem om vanuit vers 3 – en het verstaan daarvan door Johannes de Doper – een oproep tot levensheiliging te laten klinken. Zoals we ons in ons toeleven naar de Christusontmoeting aan de avondmaalstafel bezinnen op onze ‘oprechte levenswandel’, zo dienen we ons ook met Advent te bezinnen: ‘Hoe zal ik U ontvangen, hoe wilt U zijn ontmoet?’
Laten we echter niet blijven steken bij die levensheiliging en daarmee bij de mens. En laten we al prekend zeker niet suggereren dat we Christus daarmee als het ware kunnen binnenhalen. Jesaja 40 verkondigt immers nadrukkelijk Gods vrijmachtig ingrijpen: Hij komt! Daarmee komt er minstens zoveel nadruk te liggen op vers 9 als op vers 3, en verschuift ook voor ons het accent. Met andere woorden: wegbereiding betekent allereerst de wegen opgaan om de goede boodschap van Christus’ komst te gaan verkondigen.
Ondanks de blijvende noodzaak van levensheiliging wordt onze blikrichting dus omgedraaid. Nu moet niet allereerst naar binnen, maar naar buiten gekeken worden. Getuig van Zijn ingrijpen en bevrijding en vernieuwing. Getuig van Zijn grote daden, die op stapel staan. Getuig het om je heen, getuig het aan jezelf. Het evangelie van Kerst moet op hoge toon verkondigd worden. Wie dat – geholpen door Gods Geest – weet door te geven, heeft ook troost te bieden voor Nederland op de grens van 2009 en 2010.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's