Reizen, dienen en waken
Meditatie: Lukas 12:35
Rond de jaarwisseling blikken we als vanzelf terug. We weten wat het jaar 2009 ons heeft gebracht, met alle gevoelens die dat oproept. Maar het verstrijken van een jaar bepaalt ons er vooral bij dat de grote dag weldra aanbreekt, het einde van de tijd.
'Laat uw lenden omgord zijn en de lampen brandend.'
De Heere Christus heeft er nooit een geheim van gemaakt dat Hij Die kwam in schamelheid terugkomt met heerlijkheid. Hoe we Hem dan zullen ontvangen? Hoe Hij wil zijn ontmoet? Juist tal van gelijkenissen bedoelen op deze vragen antwoord te geven. Ook de gelijkenissen die worden ingeluid met het appèlwoord ‘Laat uw lenden omgord zijn en de lampen brandend.’ Als we deze beeldspraak omzetten in spreektaal, klinkt ons een indringende oproep tegen. Een klemmend appèl, dat is samen te vatten in drie veelzeggende werkwoorden: reizen, dienen en waken.
Reizen betekent je niet settelen. Je niet gearriveerd maar juist onderweg weten. De rust is elders. De rust die overblijft voor het volk van God (Hebr. 4:9). Het in Jezus’ dagen veel gedragen lang afhangende overkleed belemmerde de gang. Je kon niet goed uit de voeten. Een gordel, een riem, bood uitkomst. Je kon alvorens op reis te gaan het uiteinde van de mantel zelfs omhooghalen en tussen de gordel stoppen. Het overkleed hinderde je niet langer om de nodige stappen te zetten. Je was reisvaardig.
In Christus
Denk maar aan hoe het volk Israël eens het Pascha vierde. In de nacht van de uittocht uit Egypte. Het begin van de voettocht naar het beloofde land. Het middel omgord, schoenen aan de voeten en een staf in de hand (Ex.12:11). Je reisvaardig weten.
In Christus reisvaardig. Ja, want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus (1 Kor. 5:7). De levendmakende Geest, Die de Heere ons door Zijn dood verwierf, doet ons de dingen zoeken die boven zijn, waar Hij is, zittend aan de rechterhand van God, en vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. We schieten niet al meer wortel in het hier en nu. We cirkelen evenmin wat in een zelfde kringetje rond. We strekken ons juist van dag tot dag en van jaar tot jaar hoopvol uit naar de volkomenheid van Gods Koninkrijk.
De tekenen der tijden, signalen van de eindtijd, logen er ook dit bijna voorbije jaar niet om. We geven er acht op en weten ons te meer op weg naar het grote einde, dat een werkelijk nieuw begin betekent.
Eén Die dient
Of? Eerlijk is eerlijk. Laten we ons op de drempel van Oud en Nieuw voor de HEERE verootmoedigen. Laten we Hem om Zijn genade aanroepen: ‘Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten. En zie of bij mij een schadelijke weg is; en leid mij op de eeuwige weg.’ Zo wordt ons levenspad een heilsweg. Onze levensloop een pelgrimsreis, een christenreis. Onze lenden zijn omgord.
Maar met de lenden omgord was je oudtijds niet alleen reisvaardig, ook dienstvaardig. In wat volgt op de tekst (vs.37) worden ‘zich omgorden’ en ‘dienen’ als in een adem genoemd. Onwillekeurig denk je aan de voetwassing. De Heere Jezus omgordde zich met een linnen doek om de voeten van de discipelen te wassen. Om dienstwerk, slavenwerk zelfs, te verrichten. Om de minste te zijn. ‘Ik – zei Hij – ben in uw midden als Een Die dient’.
En wij? Wij, die tot onszelf inkeren nu er weer een jaar ten einde loopt. Dien(d)en wij elkaar in Christus’ naam door de liefde? Volg(d)en wij Zijn voetstappen na? In Christus dienstvaardig. Zo immers wil Hij zijn ontmoet. Zo en niet anders (vs.45, 46).
Waken en bidden
Laat het licht maar aan, houd de lampen maar brandend. Hij staat immers te komen. En er valt in Zijn naam nog veel werk te verrichten. Dienstwerk, door Hem ons opgedragen. De lampen niet alvast maar doven, als zat de diensttijd er op. Integendeel. Het einde van alle dingen mag dan nabij zijn, dat wil niet zeggen dat we tot de laatsten behoren, die het licht uitdoen. Werkzaam en waakzaam zien we uit naar Hem, Die zei: ‘Ja, Ik kom spoedig.’ Hoe lang de nacht ook mag duren (vs.38), we geven de hoop niet op. We weten op Wie het wachten is.
Anderen valt op: daar brandt nog licht. Waar? In het huis van de christelijke gemeente. Waar mensen Hem kennen en dienen, Die het Licht der wereld is. Waar mensen Hem metterdaad belijden en verwachten als Heere en Meester. Waar de lenden omgord zijn en de lampen brandend. Waar mensen waken en bidden:
'Houd ons gemoed voor U bereid, Opdat het blij Uw komst verbeidt.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 december 2009
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's