De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Moerassige bodem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Moerassige bodem

Het geloof verdedigen [3, slot]

7 minuten leestijd

Wie de werkelijkheid wetenschappelijk bestudeert, gaat niet zomaar geloven in een Schepper. Wel ga je je afvra­gen hoe de kosmos tot stand kwam en of er een bedoeling achter zou kunnen steken. Maar niet zelden leidt dat tot speculatie.

Omge­keerd, als je gelooft in God, ben je dankbaar dat je Zijn hand mag ontwaren in de schepping. Het maakt je zeer bescheiden en wars van alle overmoed.

De Britse theoloog Lesslie Newbigin ziet het uitbannen van teleologische aspecten – de ontkenning van zin en doel van de werkelijkheid – als het centrale omslagpunt van de moderne wetenschap. Daarmee is ook de vraag naar de oorsprong van de werkelijk­heid, laat staan naar God, buiten­gesloten. De wetenschap is ook principieel niet in staat zich uit te spreken over normen en waarden. Alleen een hernieuwd inzicht dat er meer bestaat tussen hemel en aarde dan wij met de weten­schap kunnen ontdekken, biedt de wetenschapper een uitweg.

Iets
Het geloof in ‘iets’ schommelt al jaren rond 70 procent van de Nederlandse bevolking. Heel wat mensen, onder wie vooral wetenschappers, beweren dat zij helemaal niet (meer) geloven. Maar Als we niet geloven, wat geloven we dan? Het is de titel van een boekje dat de discussie behelst tussen de Italiaan­se schrijver Umberto Eco en kardinaal Carlo Maria Martini van Milaan. Eco zegt dat hij ongelovig is, Martini gelooft.
Zij behandelen een hoogst actueel thema: je kunt wel zéggen niet te geloven, maar waar haal je dan bijvoorbeeld je normen vandaan, waar is je gedrag op gebaseerd, waarom zou je om andere mensen geven, zo vraagt Martini. Ik voeg toe: wat is de basis voor genegenheid, laat staan liefde van mens tot mens? De vraag dringt zich op waar mensen die niet in God geloven hun handelen dan wel op baseren. Waarom zou je in vrede met andere mensen willen leven als je niet gelooft dat God er is en dit van je vraagt? Is je handelen dan bijvoorbeeld gebaseerd op ‘als ík maar goed ben voor anderen, zijn zij ook goed voor mij’ of op het besef dat geen maatschappij kan bestaan wanneer daarin de wet van de jungle geldt?

Elk mens
Toch is het helemaal niet vreemd wanneer niet-gelovigen en andersgelovigen hetzelfde morele gedrag vertonen als christenen. Paulus schrijft in de Romeinenbrief over degenen die niet geloven: ‘Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zicht­baar in Zijn werken, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneem­baar.’ Elk mens is dus in staat in te zien dat er een ‘eeuwige kracht en goddelijk­heid’ achter de werkelijkheid schuil gaat. De mens is begiftigd met een ingeschapen begrip van goed en kwaad, zijn geweten. Immanuel Kant, de filosoof van het reine Vernunft (de zuivere rede), was daarvan diep onder de indruk, al meende hij dat de mens uiteindelijk slechts verantwoordelijk is jegens zichzelf. Maar als ons verstand is verduisterd en ons geweten bezoedeld, dan moeten wij ons er niet over verbazen dat ook ons zicht op goed en kwaad mistig wordt.

Denkbeeldige wereld
Een christen gelooft dat de morele grondslag hem wordt aangereikt in de Bijbel: de wet van God. Zou het kunnen zijn, zo stelt Newbigin, dat wij al 250 jaar leven in een denkbeeldige wereld, waarin de westerse mens meent dat de wereld van de wetenschap samenvalt met de echte wereld? Hebben we in de Verlichting en de ontwikkelingen daarna niet te veel waarden overboord gezet, in de mening dat wij ons wel aan onze eigen haren (ons verstand) uit het moeras konden trekken? Dat zou best eens het geval kunnen zijn.
Achter alle meningen gaat een waardensysteem schuil. Het al dan niet door een spreker aanhangen van een waardensysteem wordt meestal niet expliciet gemaakt. Dat geldt trouwens ook voor boeken. De meeste auteurs maken hun eigen uitgangspunt niet duidelijk. Daar is eigenlijk een stevige wijsgerige scholing voor nodig, maar de meeste auteurs zijn op zijn best amateurfilosofen en dan nog slechte ook.

Afschaffing van de mens
Het moderne wereldbeeld is ten diepste terug te voeren op het idee dat de mens niet meer is dan een complexe samenstelling van moleculen, gedurende vele miljoenen jaren tot stand gekomen door toeval en alleen maar bepaald door natuurlijke omstandigheden en selectieprocessen. Zo’n gedachte heeft alles te maken met de aanpak van de moderne wetenschap, waarbij slechts naar delen van het geheel wordt gekeken (reductionisme). De moderne wetenschap wordt volgens C.S. Lewis misbruikt door een elite die gelooft in een materialistische verklaring van de werkelijkheid. Alles is ontstaan uit niet-intelli­gente materie, zegt deze elite. Het is een wereldbeschouwing die onze hele maat­schap­pij heeft doordrongen, inclusief ons gedrag, onze gevoelens en zelfs onze ethiek en religie.
Lewis zag al vroeg in dat het reductionisme, wat tot zo’n groot succes heeft geleid in de moderne wetenschap, op den duur ook zal worden toegepast op morele waarden en gevoe­lens. Als immers de menselijke geest kan worden gereduceerd tot zenuwcellen dan zal dit voorspel­bare resultaten hebben: de afschaffing van de mens. ‘De verovering van de natuur door de mens’, aldus Lewis, ‘zal uitmonden in de verovering van de mens door de natuur. Het leek alsof de natuur de handen omhoog stak als teken van overgave, maar het betekende dat die handen omhoog gingen om ons te omknellen.’

Complexer
Wetenschappers zijn onder de indruk van de resultaten van hun wetenschap. En die zijn ook ronduit adembenemend. Door dat succes is de gedachte gaan leven dat alle grote problemen op den duur wel zullen worden opgelost, mits er maar voldoende geld en tijd ter beschikking is.
Die oplossingen blijken heel wat complexer te zijn dan gedacht. Bovendien zadelt die­zelfde wetenschap de wereld op met, naar het blijkt, onoplosbare proble­men op het gebied van energie, vervuiling, voedsel, verkeer, armoede, infectie- en welvaarts­ziekten. Niet voor niets wordt de moderne wetenschapper wel vergeleken met de tovenaarsleerling uit het bekende sprookje. Ondanks de grote vorderingen in wetenschap en techniek hebben wij het toenemen­de gevoel dat de mensheid de problemen niet meer in de hand heeft. De welvaart is groot, maar misdaad en oorlogen zijn niet verdwenen, maar juist omvangrijker geworden en veel mensen worden nog steeds uitgebuit.

Beducht
Als wetenschappers het voor het zeggen hebben, dan mogen wij niet meer inzicht van hen verwachten dan dat wat zij op hun beperkte onderzoeksgebied hebben verworven. Lewis zei daarvan: ‘Ik ben beducht voor de macht van specialisten, omdat zij beweringen doen buiten hun gebied van expertise. Een wetenschappelijke opleiding geeft iemand geen extra gezag over politieke zaken.’ Wetenschappelijke experts kunnen het net zo vaak goed of mis hebben als iedereen, zeker als zij buiten het veld van hun expertise treden. Zij kunnen verblind zijn door hun eigen vooroordelen en hun eigen stokpaardjes berijden.

Moerassig
Apologetiek heeft niet alleen te maken met het verdedigen van het christe­lijk geloof tegenover het atheïsme en de moderne theologie van onze tijd, maar ook met het kunnen aantonen dat alle ongeloof een moerassige basis heeft – de zand­grond waarvan Jezus spreekt. De meeste mensen hebben niet door dat hun iets op de mouw wordt gespeld, iets wat puur op een uit de lucht gegrepen denkbeeld, een geloof, berust; namelijk dat er niets anders zou bestaan dan alleen maar materie.

Bij hedendaagse apologetiek denk ik dus aan twee invalshoeken:
(1) ontmaskeren van wat zich aan ons als surrogaatgoden voordoet en
(2) verdedigen van wat de unieke inhoud van het evangelie is. Dat kan niemand alleen. Daar zullen we zeker in onze tijd de handen voor ineen moeten slaan. Gelukkig zijn er ook op het gebied van de christelijke wetenschaps­beoefening nog steeds verschillende instituten en bewegingen actief. Ik noemde al de Refor­ma­to­ri­sche Wijsbegeerte, maar kan daar gelukkig het getuigenis van vele christen-wetenschap­pers aan universiteiten aan toevoegen. Bij elkaar blijven het kleine Gideonsbenden.
De christelijke gemeente bekleedt in dit alles een sleutelpositie. We zijn niet geroepen tot een comfortabel leven over­goten met een christelijke saus, maar tot onderlinge gemeenschap met een visie voor de wereld. Bovenal dringt ons de liefde tot Jezus Christus, Die in de avond voor Zijn lijden bad om de eenheid van allen die in Hem geloven. Dan zal ook de wereld geloven dat de Vader Hem heeft gezonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Moerassige bodem

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 december 2009

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's