Van 65 naar 67
Opnieuw oog krijgen voor voorrecht van arbeid
De regering presenteerde haar plannen om de AOW-leeftijd in 2020 naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar te verhogen. Wat betekenen die twee jaar? Welke opstelling kiest een christen én voor zichzelf én in gesprekken met medemensen, christen en niet-christen?
Het is niet mijn bedoeling voor wie dan ook tot een oordeel te komen. Evenmin om daarmee een positief of negatief woord te geven op de plannen van de regering. Wel wil ik een aantal overwegingen bieden, die ieder bij zijn of haar oordeelsvorming kan laten meewegen.
Ieder mens zal vanuit zijn eigen levenssituatie met het gegeven van de verhoging van de AOW-leeftijd bezig zijn. Zelf behoor ik tot de generatie die Psalm 90 als ‘zeer sterk’ typeert. Dat betekent dat ik naar het arbeidsproces en de beëindiging daarvan vanaf een lange afstand kijk.
Teleurstelling
Hoewel de officiële leeftijd om met pensioen te gaan nu 65 jaar is, zijn er verschillende beroepen waarin het mogelijk is om eerder uit het arbeidsproces te stappen. Voor deze categorie medemensen zal het ongetwijfeld een forse teleurstelling zijn dat ze niet voor hun 65e kunnen stoppen maar tot hun 67e moeten doorwerken. Zij hadden gerekend, als God hun het leven gaf, op een aantal jaren van rust of van een heel andere invulling van hun leven dan nu mogelijk zal zijn. Hun levensbalans komt er anders, misschien wel heel anders uit te zien.
Er zijn zware beroepen. Laten we daar niet lichtvaardig over denken. De regeringsplannen wegen des te meer als de jaren van werken zwaar zijn geweest. Er zijn ook in de christelijke gemeente mensen, jongeren, die door hun werk zo in beslag worden genomen dat ze nauwelijks nog vrije tijd over houden om er iets bij te doen, bijvoorbeeld in de kerk of in samenlevingsverbanden. Er zijn onderlinge verschillen, maar laten we niet lichtvaardig spreken over het werk van anderen als we niet van nabij weten hoe zwaar dat valt, ook al in jonge jaren. Er wordt van tal van werknemers veel gevraagd en verwacht. Dat voor mensen met een lichamelijk of geestelijk zware baan in de goede jaren van hun leven de AOW-leeftijd met twee jaar wordt verhoogd, is geen kleinigheid.
Niet halt houden
Ik wil het vraagstuk ook vanuit de situatie van deze mensen benaderen. Op zichzelf genomen is het mogelijk dat je vrede hebt met deze leeftijdsverhoging. Commentaren van deze strekking zijn er voor radio en televisie en in de pers te horen of te lezen geweest.
Maar er is ook een categorie medeburgers bij wie deze plannen hard aankomen. En dat niet zozeer omdat ze een aantal jaren vrije tijd verliezen, omdat ze langer moeten doorwerken dan ze gedurende hun werkzame jaren dachten. Maar wel omdat het werk hun zwaar valt. Ze hijgen naar de dag van hun pensioen. Bij deze groep mensen stuiten de plannen niet alleen op een gevoel van diepe teleurstelling, maar ook op verzet. Toch zullen we als samenleving daarbij niet halt kunnen houden, om dan de plannen maar af te blazen.
Luxe
Ik zou op twee feiten willen wijzen. Allereerst dat de AOW-leeftijd 65 jaar is geworden en lange tijd gebleven, heeft vergeleken met de jaren voor de invoering ervan iets van een luxe. Velen zullen deze stelling hartgrondig zullen weerspreken. Zij beschouwen de situatie van de laatste jaren als een verkregen recht. Niemand is zo maar bereid verkregen rechten op te geven.
Alleen, het moet wel betaalbaar blijven. Het moet ook blijken mogelijk te zijn op deze voet door te gaan. Berekening maakt duidelijk dat dit niet het geval is. Als er nu niet ingegrepen wordt, zit een volgende generatie met lasten die niet te dragen zijn. Die zullen kinderen en vooral kleinkinderen zwaarder treffen dan nu het geval is. Uitstel van ingrijpen betekent zware lasten voor volgende generaties.
Het is een zaak van verantwoordelijkheid om kinderen en kleinkinderen de verzwaring van lasten te besparen door nu al een deel van die lasten op ons te nemen. Het lijkt mij een zaak van verantwoordelijkheid tegenover een jongere, en vooral tegenover de jongste generatie, hoe pijnlijk die ingreep ook zal zijn.
Daar komt een tweede factor bij. Hebben wij de laatste decennia wel beseft wat een weelde het – vergeleken met de generaties van voor de oorlog – was dat de AOW bij 65 jaar inging? Voor 1950 was er nog geen sprake van AOW. Hebben we er wel bij stilgestaan dat dit vergeleken met veel vroeger een enorm voorrecht was, een geweldige verbetering van de levensbalans?
Samenhang
Nu echter blijkt dat dit op den duur niet langer haalbaar, want onbetaalbaar is, zullen we de tering naar de nering moeten zetten, om een echt Hollandse uitdrukking te gebruiken. Hollandse nuchterheid noopt daartoe. Scherper gezegd, verantwoordelijkheid jegens God en medemensen maakt dat noodzakelijk.
Is het toevallig dat deze plannen in discussie komen in de tijd van de financieel-economische crisis die we beleven? Is er misschien toch een samenhang tussen dit politieke feit en de verschijnselen waar onze economie onder gebukt gaat?
Het is zaak dat wij als christenen onze verantwoordelijkheid verstaan. Dat doen we niet als we de ogen sluiten voor de feiten en het onmogelijke willen continueren ten koste van volgende generaties.
Dat in noodsituaties noodmaatregelen getroffen moeten worden, doet aan de aanvaarding van onontkoombare maatregelen niets af. Misschien moeten we opnieuw oog krijgen voor het voorrecht dat arbeid een taak is die God ons mensen oplegt.
W.H. Velema
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 2010
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 2010
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's