Voor de verandering
H et leven is vol veranderingen en dat geldt ook van deze rubriek. Vandaar deze keer ‘de verandering’ centraal. In het najaar van 2009 verscheen een belangrijk boek van dr. Sake Stoppels, universitair docent kerkopbouw aan de VU en niet te verwarren met godsdienstsocioloog dr. Hijme Stoffels, met de titel Voor de verandering. Hierin staat hij uitgebreid stil bij veranderingen in de kerk. Dat is in de praktijk een gevoelig onderwerp. Want waarom moet er zo nodig iets veranderd worden? Is het niet een geruststellende gedachte dat er ten minste één terrein van het leven ongewijzigd blijft?
Kort na het verschijnen van zijn boek had Klaas van der Zwaag een interview met Stoppels in het Reformatorisch Dagblad. Daarin erkent de auteur dat deze houding leeft. Zijn inziens zouden ‘veel ‘geheide’ protestanten van nu ten tijde van de Reformatie niet met deze ‘nieuwlichterij’ zijn meegegaan en roomskatholiek zijn gebleven.’ (…) Kerkmensen kunnen zich ontpoppen tot mensen van de zitplaats, maar zo is het niet begonnen in de kerk en zo is het ook niet bedoeld, aldus de VU-docent. ‘Mensen van de kerk zijn mensen van de Weg, onderweg in de navolging van Jezus Christus. Daar ligt ook het ijkpunt van alle goede verandering.’
In het Nederlands Dagblad (18 december) heeft ds. Marius Noorloos – zelf ook sterk bij gemeenteopbouw betrokken – een gesprek met Stoppels: ‘U wilt kerken helpen om te groeien in de navolging van Christus. Wat betekent dit concreet, want deze kernachtige en globale doelstelling wordt door de kerken toch al eeuwen onderschreven? ’
‘Ja zeker, dat doel is met het bestaan van de kerk gegeven. Maar tegelijk zie ik regelmatig dat er maar weinig bewuste reflectie is op hoe de kerk dat doel dichterbij kan brengen. We doen heel veel in de kerk, soms zelfs veel te veel, maar lang niet altijd vragen we ons af of de dingen die we doen ons werkelijk helpen te groeien in onze verbondenheid met Jezus Christus. Je kunt die groei natuurlijk nooit precies nameten, maar wel kunnen we onszelf vragen stellen bij alles wat we doen. Maar dat gebeurt vaak niet. Bepaalde dingen doen we soms al zo lang dat we er geen vragen meer bij stellen. Je zou bij alles wat we doen in de kerk eens moeten vragen wat we zouden missen als we er mee op zouden houden. Dat kan confronterend zijn, maar daarom juist ook heel heilzaam. We zullen in deze tijd toe moeten naar iets als evangelische efficiëntie. Wat helpt ons werkelijk verder op de weg van de navolging? (…)’
Hoe kunnen uw talrijke aanbevelingen vanwege de vele weerstanden worden omgezet in een haalbaar stappenplan? Kerkenraden hebben steeds vaker te kampen met te veel werk en te weinig medewerkers.
‘Een Brits onderzoek onder groeiende anglicaanse parochies liet zien dat deze parochies gemiddeld genomen niet actiever zijn dan krimpende parochies. Maar wat ze deden, deden ze wel goed. Daarbij hadden ze ook de vrijheid dingen niet te doen. Veranderingsdeskundige Peter Senge noemt dat ‘geplande verwaarlozing’. Dat heeft alles te maken met de ‘evangelische efficiëntie’ van zo-even. We zullen in de kerk moeten leren wat kan en wat niet kan, waartoe we geroepen zijn en wat we mogen laten liggen. President Clinton schijnt ooit van zijn voorganger Reagan het advies gekregen te hebben om, als hij werkelijk iets zou willen bereiken, drie doelen op een papiertje te schrijven en die dag en nacht bij zich te dragen. (…) Als je weet waartegen je ja zegt, weet je ook wat je af moet houden. (…)’
Ook al zouden kerkenraden willen vernieuwen, hoe kunnen deze vernieuwingen duurzaam doorwerken in de gemeente als geheel?
‘Ik geloof in het proefpoldermodel. Met name een kerkenraad is de eerst aangewezen proefpolder. Lukt het de kerkenraad in de eigen kring te doen wat hij graag in de gemeente als geheel ziet gebeuren? Een gemeente kan in de regel niet verder springen dan de polsstok van leidinggevenden lang is. Je kunt veranderingen niet gemeentebreed afdwingen, wel kun je in kleine kring laten zien hoe kostbaar ze kunnen zijn.
U noemt de rol van predikanten/voorgangers cruciaal om de beoogde veranderingen/vernieuwingen te realiseren. Wat is de inhoud van hun rol?
‘Voorgangers hebben een grote verantwoordelijkheid. ‘Wie extra verantwoordelijkheid voor anderen draagt, draagt ook extra verantwoordelijkheid jegens zichzelf ’ schrijft Wil Derkse in zijn Levensregel voor beginners. Dat betekent dat voorgangers verantwoordelijk zijn voor een goed ‘onderhoud’ van het eigen geloofsleven. Ik meen dat zij misschien wel vooral geroepen zijn om verlangen te wekken naar de overgave aan Christus en het gaan van de weg achter Hem aan. En verlangen wekken kun je alleen maar als je zelf dat verlangen kent en er uit leeft. Daarbij gelooft in een God die verlangen wekt en het ook stilt. Hij is uiteindelijk de alfa en de omega, ook van de kerk. Dat geeft de broodnodige ontspanning en die kunnen we ook niet missen in deze tijd.’
Boven het gesprek met Stoppels in het ND staat ‘Verander de kerk, maar niet te snel’. Stoppels heeft het namelijk niet zo op veranderaars die veranderen om te veranderen, of die te snel op hun veranderingsdoel af willen gaan. Ruimte voor wat zou kunnen zijn, vraagt namelijk om liefde voor wat op dit moment voorhanden is. Ook pleit Stoppels ervoor weerstand serieus te nemen. Juist het serieus nemen van weerstand kan ten goede komen aan de plannen. Als iets kwaliteit heeft kan het ook tegen een stootje.
Die noodzaak van (georganiseerde)
tegenspraak wordt ook naar voren gebracht in een heel ander kader. In NRC Handelsblad (19 december) spreekt Folkert Jensma met onderzoeker openbaar bestuur dr. Paul Bordewijk. In zijn boek Rijdende treinen en gepasseerde stations. Over Srebrenica, de kredietcrisis en andere beleidsfiasco’s, beschrijft Bordewijk een aantal grote projecten, zoals de Betuwelijn en onderwijsvernieuwingen, die gerealiseerd worden vanuit een – volgens de schrijver – ‘geforceerde consensus’, een situatie waarin mensen niet durven zeggen dat ze het ergens niet mee eens zijn.
‘Bij spoorwegprojecten zijn het vaak kleine clubjes mensen die elkaar steeds tegenkomen en daarna geen tegenspraak meer dulden. Je ziet vaak dat politici verliefd worden op een project en het uitvoeren om als groot politicus de geschiedenis in te kunnen gaan.’ Jensma: ‘Dat kun je ook leiderschap noemen!’
‘Goed leiderschap is er op gericht alle voors en tegens te overwegen én alle alternatieven af te wegen. (…) Leiderschap moet je niet verheerlijken. Het roept vaak de associatie op met iemand die door ‘roeien en ruiten’ gaat om z’n zin te krijgen. Het soort leider dat Bush junior was. Terwijl iemand als Obama geneigd is om tegenspraak binnen z’n team te stimuleren. Over de strategie in Afghanistan praat hij eerst lang met allerlei mensen en dan hakt hij een knoop door. Dat is participatief leiderschap. Dat leidt tot betere resultaten.’
Nu ligt een verandering in de gemeente niet helemaal op hetzelfde niveau als het Amerikaanse buitenlandse beleid, maar de opmerkingen van Bordewijk zijn zeker van belang voor de vernieuwing van de kerk. Dat die vernieuwing noodzakelijk blijft is de prikkelende stelling van Stoppels in het RD: ‘Om trouw aan de ‘oude zaak’ te zijn, zul je in de kerk steeds weer moeten vernieuwen, wil je de communicatie met de wereld openhouden en de boodschap verstaanbaar houden.’
G. van Meijeren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 2010
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 2010
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's