BOEKBESPREKING
Dr. C. Blom Zonder grond onder de voeten. Een theologische analyse van het boek Job en Genesis 1-4 vanuit het perspectief van het kwaad in de schepping. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 320 blz.; € 26, 90.
Is alle lijden een gevolg van de zonde? Staat het kwaad alleen op rekening van de verantwoordelijkheid van de mens? Kun je spreken over het bittere raadsel van de goede schepping? Het zijn vragen
die niet alleen in de dogmatiek spelen, maar direct ook hun weerslag hebben in de pastorale omgang met de lijdende medemens. De klassieke theologie gaat uit van een vol-
maakte schepping waarop de zondeval volgde – met als gevolg de gebrokenheid van het leven in een geteisterde schepping – en God door het werk van Christus Zijn verloren schepping herschept. Tegen de volgorde ‘goede schepping-zondeval’ is in de theologie van de twintigste eeuw niet zelden bezwaar gemaakt. Sommigen spraken over de tragische dimensie van het bestaan. Volgens prof.dr. H. Berkhof is de schepping onaf. Prof.dr. A. van de Beek interpreteert de goedheid van de schepping als de goedheid van het kruis.
Dr. C. Blom, leerling van Van de Beek, zijn promotor, zoekt in dit vragencomplex een weg aan de hand van een bijbels-theologische analyse van het boek Job en de eerste vier hoofdstukken van Genesis. Daarbij is hij regelmatig in gesprek met systematische theologen. Vaak is tegen de moderne theologie als bezwaar ingebracht dat zij vanuit een kritische visie de Bijbel zou lezen. Dat bezwaar is niet altijd ten onrechte. Het boeiende en uitdagende van deze dissertatie is dat de auteur niets liever wil dan de Bijbel laten uitspreken en zijn vraag aan het adres van hen die de klassieke visie verdedigen is: Leest u wel goed wat er staat?
Ruim honderd bladzijden zijn gewijd aan het boek Job. Het lijden van Job is niet zijn schuld. Het is Gods tegenstander die God uitdaagt met de vraag of Job God om niet vreest. De vrienden van Job trekken een rechte lijn van de schuld naar het lijden en het kwaad. Job verzet zich daartegen. Hij wil een rechtszaak aanspannen tegen God. Terwijl de vrienden over God spreken, is Job in gesprek met God. De rechtszaak komt er niet. Job buigt voor de majesteit van God, die hem te sterk is. Maar God neemt Job wel in bescherming. Terecht heeft hij Hem ter verantwoording geroepen. In navolging van dr. Van de Beek legt de auteur het gegeven dat Job alles dubbel terugkrijgt uit als een erkenning van Godswege dat God hem onrecht heeft aangedaan. Dus, zo concludeert Blom, erkent God dat ook Hij verantwoordelijk is voor het kwaad dat Hem treft.
Van Job gaat de schrijver dan naar de eerste hoofdstukken van het boek Genesis. In een minutieuze uitleg bouwt Blom stap voor stap zijn betoog op. Genesis 1 beschrijft geen schepping die vrij is van kwaad, maar een schepping die Gods soevereiniteit toont en die goed is voor mens en dier om te leven. God stelt grenzen aan de chaos. Hij verwijdert ze niet uit de schepping maar wijst ze hun begrensde plek. Er is dus van meet af aan sprake van kwaad. De mens is in deze ambivalente wereld geplaatst als een broos en kwetsbaar wezen. Hij is stof. Dat doet ons, aldus Blom, afvragen of hij de kracht had een andere weg te gaan dan die hij volgens Genesis 3 gegaan is. In de tuin is immers ruimte voor de slang die wantrouwen zaait. Zowel in Genesis 3 als in hoofdstuk 4 plaatst God de mens in een situatie waarin de mens voor de opdracht staat het goede te doen en te luisteren naar Gods stem. Het zijn zomaar een paar aandachtpunten uit dit inhoudsrijke boek.
Zijn de kritische vragen die Blom stelt aan het adres van de klassieke interpretatie terecht? Ik moet zeggen dat de auteur mij uitdaagt. Slogans als ‘waren er geen zonden dan waren er geen wonden’ kunnen al te gemakkelijk overkomen. Ik schrijf deze recensie ruim een week na de aardbeving op Sumatra. Wie de beelden van de verwoesting ziet – en het is een van de vele calamiteiten – zal zich er wel voor hoeden om hier al te gemakkelijke uitspraken te doen. Een stichtelijk cliché is nog wat anders dan grondige bijbelse bezinning. Een goede schepping is niet per definitie een ideale schepping. De mens kon kiezen voor het kwade.
De kracht van dit boek vind ik de uitvoerige bespreking van de bijbelse gegevens. De auteur verrast ons zowel in zijn lezing van Job als van Genesis 1 tot en met 4 met fraaie detailexegeses. Wie over het boek Job of over de eerste hoofdstukken van Genesis preekt doet er goed aan deze dissertatie te raadplegen. Al was het maar om zich door de tegendraadse uitleg van Blom kritisch te laten bevragen.
Toch roept zijn studie bij alle waardering ook vragen op. Ik formuleer er enkele. Is het methodisch juist Genesis 1 tot en met 4 te lezen vanuit het boek Job? Gaat het in de hoofdstukken over de schepping in Job over de goede schepping of de gevallen schepping? En hoe zou die lezing er uitgezien hebben als de auteur bijvoorbeeld zijn uitgangspunt genomen had in de Romeinenbrief? De schrijver verwijt de klassieke dogmatiek in het spoor van de vrienden van Job te gaan: lijden als straf op de zonde. Ik zal niet ontkennen dat er in de praktijk zo wel gesproken wordt. Maar in Job gaat het om het lijden dat een individu treft in een geteisterde wereld, in Genesis 1 tot en met 3 over de val van de mensheid, de breuk in de mensheidsgeschiedenis. Spreken over kwaad en lijden als gevolg van de breuk is nog wat anders dan het zien als de schuld van een mens.
Ook over allerlei details, zoals de uitleg van Job 42:6 en het slot, is te discussiëren. Kun je echt volhouden dat het element van de boete in 42:6 ontbreekt? Dat de mens stof is, wijst volgens de auteur op zijn zwakheid. Dat lijkt me terecht, maar mag je dat zo interpreteren dat de mens er voor een deel weinig aan doen kon dat hij van God afviel? Prachtige dingen worden door Blom gezegd over de twee bomen. Vooral de verbinding van leven en gehoorzaamheid aan de Thora is uitermate inzichtelijk. Het is de vraag of je kunt stellen dat de situatie van Genesis 2:25 te vergelijken is met die van een klein kind dat zich nog niet bewust is van zichzelf en geen weet heeft van eigen naaktheid. Het is jammer dat Blom voorbijgaat aan de uitvoerige bespreking van dit gedeelte door dr. B.J. Oosterhoff in diens boek over Genesis 2 en 3
De vragen die Blom stelt aan de klassieke uitleg dienen wat mij betreft serieus genomen te worden. Omgekeerd vraag ik mij af of de auteur in zijn visie niet te veel wil verklaren. Ik kan Genesis 1 tot en met 4 niet anders lezen dan als de geschiedenis van schepping en val, waarbij juist in het licht van de goede schepping de zonde volledig voor rekening van de mens komt. Waar komt het kwaad vandaan? Dat is en blijft een raadsel. Dat het kwaad niet buiten God omgaat, is wat anders dan God mede verantwoordelijk maken voor het kwaad. Is er in de visie van Blom nog sprake van een radicale breuk tussen God en mens en dreigt – onbedoeld – bij hem de mens toch niet ten dele slachtoffer te worden?
A. Noordegraaf, Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 2010
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 2010
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's