De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

7 minuten leestijd

Alister McGrath Een open geheim. Natuurlijke theologie als brandpunt van geloof, kunst en wetenschap. Uitg. Kok, Kampen; 440 blz.; € 39, 90.John Exalto en Fred van Lieburg (red.) Spoken op het kerkhof. Verkenningen van protestantse vertelcultuur. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 160 blz.; € 18, -.

Alister McGrath Een open geheim. Natuurlijke theologie als brandpunt van geloof, kunst en wetenschap. Uitg. Kok, Kampen; 440 blz.; € 39, 90.

Alister McGrath, hoogleraar in Oxford, is geen onbekende in theologisch Nederland. Verschillende interviews maakten hem bij

een breed lezerspubliek bekend. Diverse boeken van zijn hand werden al in het Nederlands vertaald. Deze boeken vinden een gunstig onthaal in de gereformeerde gezindte. De vraag is of het boek dat nu in Nederlandse vertaling verschenen is en de

natuurlijke theologie tot thema heeft, dit gunstige onthaal van McGrath’ theologie rechtvaardigt.

Om te beginnen heeft de gereformeerde theologie het niet zo begrepen op natuurlijke theologie. Want natuurlijke theologie is gebaseerd op de overtuiging dat we op eigen kracht een heel eind kunnen komen met het vinden en leren kennen van God. Ook al heeft zo’n theologie meestal als doel om de redelijkheid van het geloof te laten zien en om zodoende zoekende mensen een handje te helpen om voor het christelijk geloof te kiezen, toch blijft de natuurlijke theologie verdacht. Wij moeten het van het Woord hebben en het wil er bij gereformeerd denkende mensen niet zomaar in dat dit geloof als een algemene waarheid, waarvan iedereen de redelijkheid kan inzien, aan de man gebracht kan worden. Maar is dit de intentie van McGrath? Dat is de vraag.

Wij zouden hem onrecht doen als we zijn ontwerp van een natuurlijke theologie op deze manier zouden wegzetten. McGrath wil een nieuwe benadering geven van een natuurlijke theologie. Het nieuwe is dat hij niet een natuurlijke theologie zonder geloof wil, maar vanuit het geloof en op basis van het geloof. Daarmee wordt de natuurlijke theologie op z’n kop gezet. Want als de natuurlijke theologie het geloof als uitgangspunt kiest, dan is het geen natuurlijke theologie meer. Is het dan wel zinvol om van natuurlijke theologie te blijven spreken? Biedt McGrath niet gewoon een christelijke cultuurtheologie? Of kan hij zijn boek niet beter aanduiden als een apologetische theologie? Want het is zijn bedoeling om theologie in gesprek te brengen met kunst en wetenschap. Dat staat al in de ondertitel van het boek: ‘natuurlijke theologie als brandpunt van geloof, kunst en wetenschap’. Dus McGrath wil niet theologiseren in een achteraf kamertje, maar op het podium van de hedendaagse cultuur.

McGrath keert zich tegen de natuurlijke theologie van de Verlichting, omdat die veel te rationalistisch is. De Verlichting overschatte de mogelijkheden van de rede en zij had ook een veel te simpele opvatting over de natuur. Natuur is niet te scheiden van de cultuur. Mensen plakken als het ware op de natuur tal van betekenissen en interpretaties. De natuur als zodanig bestaat niet. Dus dit zou een reden temeer kunnen zijn om definitief niet meer te spreken over natuurlijke theologie. Want als je dat doet: welke natuur bedoel je dan? Toch laat McGrath de term natuurlijke theologie niet los. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met wat hij over zijn eigen project schrijft, namelijk dat de natuurlijke wereld het intrinsieke (!) vermogen heeft om de dingen van God te laten zien of te openbaren. Hij verduidelijkt dat als volgt: het gaat er niet om door de natuur heen iets van God te zien, maar het goddelijke is in de natuur ingebed. De natuur is geen opstapje om iets van Gods grootheid op te vangen, maar zij zelf laat het goddelijke zien. De schepping verwijst niet slechts naar God, maar God laat zichzelf daarin vinden.

Het zal waar zijn dat McGrath zijn kritiek op de Verlichting heel serieus bedoelt, en dat hij inderdaad niet zo overtuigd is van de mogelijkheden van de rede. Toch lijkt zijn aanpak heel rationalistisch. Dat zit naar mijn overtuiging in het feit dat aan de ene kant de rede een stapje terug moet doen, maar dat intussen het geloof een redelijk instrument wordt. De redelijkheid van McGrath mag dan een andere redelijkheid zijn dan van de Verlichting, dat neemt niet weg dat McGrath een rationeel verhaal houdt. Het komt erop neer dat als je op redelijke gronden voor het geloof kiest, je zult merken dat je met dat redelijke geloof een heel eind kunt komen om God en zelfs Christus in de natuur te ontdekken en te ontmoeten. De natuur heeft immers het intrinsieke vermogen om God aan ons te tonen.

Binnen dit theologische kader spreekt McGrath over de menswording van Christus. De menswording is geen vernedering, het is de voltooiing van de schepping, dus van datgene wat in de natuur aanwezig is. De menswording maakt expliciet wat al impliciet met de schepping gegeven is. Binnen het kader van dit denken is het lastig om de menswording van Christus te zien als een vernedering en als een opmaat voor het kruis. Het woord kruis komt opvallend genoeg in het register van trefwoorden niet voor en speelt ook inhoudelijk geen rol.

De natuurlijke theologie van McGrath start vanuit het geloof. Daarmee lijken de gereformeerde ergernissen ten aanzien van de natuurlijke theologie onterecht en de bezwaren daartegen weggenomen. Maar het blijkt toch dat het zwaartepunt van zijn natuurlijke theologie niet in het geloof ligt, maar in de natuur. Vandaar dat McGrath dicht bij het gedachtegoed van de Verlichting staat. Bovendien blijven er veel open vragen. De gebrokenheid van de schepping wordt in een handomdraai afgedaan. Als het gaat over de gebrokenheid van de schepping en de rampen die zich voordoen – zoals de tsunami van 2004 – dan schrijft McGrath dat zijn christelijke natuurlijke theologie het vermogen bezit om met dit soort spanningen om te gaan en om die te verwerken. Maar hoe kan een theologie zulke aangrijpende en hartverscheurende gebeurtenissen ooit ‘verwerken’? Ze kan hoogstens proberen stamelend iets te zeggen, zoals Paulus dat doet in Romeinen 8 als hij spreekt over het zuchten van de schepping. Dat McGrath’s natuurlijke theologie zo uitpakt heeft ongetwijfeld te maken het feit dat hij voor het kruis geen aandacht heeft.

A. Prosman, Hoogeveen

John Exalto en Fred van Lieburg (red.) Spoken op het kerkhof. Verkenningen van protestantse vertelcultuur. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 160 blz.; € 18, -.

‘Een arme, vrome weduwe moest ooit haar

enige koe verkopen, om haar schulden te betalen. Voordat de koe wordt opgehaald, bidt ze tot God. Direct daarop komt haar zoontje de kamer in gerend met twee gele geldstukken die zojuist door een mol uit de grond omhoog gewoeld zijn.’ In de loop van verschillende eeuwen is dit soort verha-

len doorverteld en uitgebreid, ooit bij het haardvuur en via scheurkalenders, in onze tijd ook via internet.

Het zeventiende Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme na 1800 is aan dit nog vrijwel onontgonnen gebied gewijd. In zeven opstellen worden diverse volksverhalen geanalyseerd en wordt duidelijk dat ‘de vertelcultuur dienstbaar is aan de sociale samenhang, het morele zelfverstaan en de identiteitspolitiek van een religieuze minderheid’. Concreet: in kringen waar liefde tot de Statenvertaling heerst, wordt graag verhaald hoe de revisoren aan de Statenvertaling in 1635 Leiden niet verlieten, toen de pest er heerste; terwijl ze ‘dikwijls op één dag honderd lijken zagen wegvoeren, volbrachten ze hun werk met een heilige opgeruimdheid des gemoeds’. Dit verhaal dient dan als onderstreping van de zegen die God aan de vertaling gaf.

Boeiend is het hoofdstuk over de Ulrumse boer Klaas Kuipenga, die in het jaar van de Afscheiding uitsprak dat ‘als ik ook maar één zucht tot mijne zaligheid moest toebrengen, dan was het voor eeuwig verloren’. Bart Wallet laat in deze bijdrage zien hoe ieder Kuipenga naar eigen ideaal modelleert en hoe zijn woorden stand houden als een keurmerk voor goede gereformeerde theologie. Ik vroeg me in deze bijdrage wel af of de auteur oud-GB-voorzitter prof. J. Severijn terecht typeert als vertegenwoordiger van het neocalvinisme binnen de Nederlandse Hervormde Kerk.

Deze bundel verkenningen is een goede eerste aanzet tot kennismaking met een boeiend onderzoeksveld.

P.J. Vergunst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 2010

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 2010

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's