De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Genade en volharding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Genade en volharding

Dordt en de Remonstrantie [4, slot]

5 minuten leestijd

Wat staat er op het spel in het vijfde, laatste hoofdstuk van de Dordtse Leerregels? Het komt er op aan of we op de goede weg zijn en daarop volhouden.

H et is mogelijk dat een mens volhoudt op een verkeerde weg. Als je echter op de goede weg bent, kun je daar weer vanaf raken? Kun je dan nog verloren gaan? In de leer van de volharding van de heiligen, waarover dit hoofdstuk belijdt, staat ten diepste de eer van de HEERE en de opbouw van de hoorders van het Evangelie op het spel. Daar eindigt namelijk zowel het vijfde hoofdstuk mee (V, 15) als het ‘Besluit’ helemaal aan het eind. In de praktijk: het gaat de opstellers van de Dordtse Leerregels om onze vaste gang op de eeuwige weg (Psalm 139).

Zekerheid en gevoel

Om zeker te gaan, is zekerheid nodig. In de Dordtse Leerregels wordt, verspreid over heel het geschrift, elf keer het woord ‘zeker’ gebruikt. De Dordtse Leerregels richten zich al in hoofdstuk I, 16 heel pastoraal tot ‘degenen die het vaste (of: zekere) vertrouwen van het hart nog niet krachtig in zich voelen’.

Om bij het laatstgenoemde woord, ‘voelen’, aan te sluiten: een belangrijke woordgroep in alle hoofdstukken van de Dordtse Leerregels zijn het Latijnse werkwoord sentio en het zelfstandig naamwoord sensus. Samen worden ze in heel de leerregels zestien keer gebruikt. In de oudere vertalingen is dit weergegeven met ‘(ge)voel(en)’. In de nieuwste vertaling, in de Belijdenisgeschriften van de Protestantse Kerk in Nederland (2009) is gekozen voor ‘besef ’. Bij het ware geloof hoort ook gevoel of besef – zowel in de zin van kennis als in de zin van emotie. Kohlbrugge heeft het in een preek over Romeinen 6:6a over ‘de zalige bewustheid (…) dat onze oude mens medegekruisigd is’. Het geloof steunt op Gods ‘beloften’ (V, 10) (zes keer genoemd) en komt voort uit het ‘getuigenis’ (zeventien keer genoemd) ‘van de Heilige Geest’ in het hart van de gelovigen (V, 10). Ook bezigt men het woord ‘troost’ zes maal in het eerste en laatste hoofdstuk.

Zekerheid van verkiezing

Ben ik een uitverkorene? Ben ik wel Uw beminde? Ben ik op de goede, eeuwige, smalle weg? En zal ik het volhouden? Haal ik de eindstreep? Een nog belangrijker vraag: wie is God voor mij? In de verwerping van dwalingen in hoofdstuk I van de Dordtse Leerregels verwerpt men het onderscheid tussen een ‘onvolkomen en niet-beslissende verkiezing’, afhankelijk van pas begonnen geloof en geloof dat een tijd lang duurt én een ‘volkomen en beslis­ sende verkiezing’ (I, 5) op grond van vooruitgeziene volharding. Evenzo wijst men een veranderlijke verkiezing af met de woorden: ‘Met deze grove dwaling maken zij God veranderlijk en stoten de troost omver van de godzaligen’ (I, 6). Het is ‘ongerijmd om te stellen dat er een onzekere zekerheid is’! (I, 7) We kunnen denken aan Psalm 89 – helemaal toepasselijk naast de Dordtse Leerregels –in het bijzonder de woorden (vers 14, berijmd): ’k Zal nooit herroepen ’tgeen Ik eenmaal heb gesproken; ’tgeen uit Mijn lippen ging, blijft vast en onverbroken.

Spanningsveld

De Dordtse Leerregels bewaren de bijbelse spanning tussen de oproep tot (en de werkelijkheid van) bekering (zie onder meer I, 3, 16; II, 5-6; III-IV, 9-12; V, 7) én de belofte van onweerstaanbare genade en uiteindelijke volharding. Er wordt afstand genomen van: ‘traagheid, zorgeloosheid, lichtvaardigheid, hoogmoed, loszinnige taal’ (I, 13), ‘zorgeloosheid’ (III-IV, 9, 15), ‘hoogmoed en zorgeloosheid’ (V, 12), ‘lichtzinnigheid en veronachtzaming van de godzaligheid’ (V, 13), enzovoort.

Naar aanleiding van 400 jaar Remonstrantie brengt de serie ‘Dordt en de Remonstrantie’ naar voren wat de verschillende hoofdstukken van de Dordtse leerregels belijden en hoe essentieel deze voor de gereformeerde theologie zijn. Vandaag tot slot hoofdstuk 5: Van de volharding der heiligen.

Volharden in de gemeenschap

Is deze leer een specialiteit van de gereformeerde gezindte? Nee, ze is wel genoemd ‘de schat van Christus’ bruid’ (V, 15). Augustinus schreef al een werk ‘over de gave van de volharding’. En in notulen van een vergadering voor de Alpha-cursus in mijn omgeving lees ik: ‘[…] heet iedereen welkom en haalt het stukje aan uit de Bijbel waarin staat over zaad dat in goede grond gezaaid wordt/valt. We moeten vrucht dragen in volharding. God vraagt volharding van ons in deze tijd, deze eindtijd. Dat we kunnen volharden is een kwestie van Gods genade, pure genade!’

Marieke, een vrouw van begin veertig, schrijft in het boek Leuke meiden die nog bidden voor het eten (p.47, 50) onder andere over het bemoedigende van Gods beloften in de doop verzegeld. Ze vervolgt dan: ‘Het geloof geeft mij ook hoop. De wetenschap dat God met mij en die bij mij horen begaan is en het beste voor heeft, is een goed gevoel. Het geeft mij hoop om door te gaan ook wanneer dat soms best moeilijk is. Geloof, hoop en liefde zijn voor mij één in God, maar de grootste van deze is voor mij de liefde. (…) De kerk heeft voor mij veel waarde. Eigenlijk zie ik de kerk als een soort bron waar je kunt komen om je te ‘laven’. Bij die bron vind ik kracht om door te gaan met geloven en het geloof uit te dragen naar mijn kinderen en anderen.’

Eindigen in God

In die kerk wordt ook gezongen, begonnen en geëindigd in God, met een ‘Halleluja’, zoals dr. W. Verboom schrijft boven zijn uitleg van V, 12- 15 in Van hart tot hart (2009). Denk aan Romeinen 8:29-30 (HSV): ‘Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.’

We zingen mee met Psalm 89 vers 7 (berijmd): Hoe zalig is het volk dat naar Uw klanken hoort! Zij wand’len, HEER, in ‘t licht van ‘t Godd’lijk aanschijn voort; zij zullen in Uw Naam zich al den dag verblijden; Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in ‘t lijden; Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen, maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.’

J. Brouwer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Genade en volharding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's