Wat een avonddienst waard is
Praktijk tabernakel en tempel leerzaam voor nu
Er zijn zorgen over de tweede kerkdienst. Experimenten helpen hooguit tijdelijk en kerkenraden zoeken naar een bijbelse grond voor de middagdienst. Met een blik op de praktijk van tabernakel en tempel in Israël krijgen we weer scherp wat onze avonddienst waard is.
D e twee zondagse erediensten die wij kennen zijn terug te leiden op het morgen- en avondoffer uit de tabernakel- en tempeldienst. Deze vormen de bijbelse grond voor onze praktijk. Al in het Nieuwe Testament wordt verwezen naar gebruiken uit de tempeldienst. Lees bijvoorbeeld Johannes 1:17, maar vooral de Hebreeënbrief, die uitgebreid over de tempeldienst schrijft.
De manier waarop wij onze erediensten inkleden, is dus niet willekeurig. Hebreeën vergelijkt Mozes als bouwer van het huis Gods met Jezus Christus, de eigenlijke Bouwmeester. Christus verkreeg meer heerlijkheid dan Mozes, omdat de bouwmeester hoger staat dan het huis. Hebreeën 9 gaat in op wat er in het heilige te zien was.
Model
Het woord bouwmeester komt ook in 1 Korinthe 3 voor; van het bouwwerk is Christus Zelf het fundament. Paulus wijst erop toe te zien hoe hij daarop bouwt, met goud zilver en edelstenen, of met hout, hooi of stro. En dan: ‘Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God – en dat bent u – is heilig.’ Daarom spreken we ook van de kerk als van een lichaam (1Kor.12). Als de Heidelbergse Catechismus vraagt hoe we weten dat Jezus Christus ons tot een volkomen verlossing is geschonken, dan is het antwoord: ‘Uit het Heilig Evangelie, dat God zelf eerst in het paradijs heeft geopenbaard en daarna door de heilige patriarchen en profeten heeft laten verkondigen en door de offeranden en ceremoniën der wet heeft uitgebeeld. En dat dit alles ten laatste door zijn eniggeboren Zoon is vervuld.’ We kunnen er dus vanuit gaan dat de tabernakel- en tempeldienst iets van grote waarde uitbeelden. Dat bewijst ook Stefanus, die vlak voordat hij werd gestenigd sprak over de ‘tent der getuigenis van onze vaderen in de woestijn’. Die tent, met alles wat erbij hoort, heeft model gestaan voor de opbouw van de christelijke eredienst.
Kandelaar
Dan is het goed om te kijken naar de diverse elementen van de eredienst in het Oude Testament. Zo heeft het ons wat te zeggen dat in
het heilige een zevenarmige gouden kandelaar stond, gemaakt uit één klomp goud van ongeveer 68 kilo. Kandelaren zijn gemeenten, leert Openbaring 1. Johannes zag in geestesvervoe-
ring zeven gouden kandelaren die de zeven gemeenten van Klein- Azië uitbeeldden. Te midden daarvan wandelt Jezus Christus, die de kandelaren keurt en verzorgt. De gemeente van Efeze wordt gewaarschuwd de ‘eerste werken’ te blijven doen, anders zal de Heer de kandelaar van zijn plaats weren. De kandelaar heeft zeven lampen, drie links en drie rechts van de stam, die de amandelbloesem uitbeelden. De amandelboom is het beeld van het priesterschap. De bloeiende staf van Aäron (van de amandelboom) werd door God verkozen en de staven van de andere elf stamhoofden van Israël niet (Num.17). Daarom is de zevenarmige kandelaar in het heilige een schaduwbeeld van de gemeente van Christus.
Lampen
De taak van een kandelaar is licht verspreiden. Jezus hield Zijn discipelen voor: ‘U bent het licht van de wereld’ en Hij sprak ook dat Zijn volgelingen hun licht moeten laten schijnen voor de mensen, ‘opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken’. Veel teksten uit de Bijbel gaan over het licht dat van de gemeente moet afstralen (bijv. Joh.1:9).
En dan het geheim dat de waarde van de avonddienst zo groot
maakt. Onze morgen- en avonddienst verschillen van elkaar, omdat tijdens het morgenoffer de kandelaar werd gereinigd en gevuld met olie, maar pas tijdens het avondoffer de lampen
gingen branden (Ex.30:7-8, 1Kron.13:10-11). Daardoor zou de prediking in de avonddienst anders kunnen zijn dan in de morgendienst, vanwege het licht dat dan wordt uitgestraald. Het licht komt van de olie – beeld van de Heilige Geest. Het is ook de vreug-
deolie waar Psalm 45:8 en Jesaja 61:3 van getuigen. Over die olie profeteert ook Psalm 133, die het broederlijk samenwonen ziet als de kostelijke olie op het hoofd van Aäron, neervloeiend tot op de zoom van zijn priesterkleed. ‘Want de Heere gebiedt daar de zegen en het leven tot in eeuwigheid.’
Richting
Zetten we dat beeld over naar onze ochtenddiensten en avonddiensten, dan zou ’s morgens de prediking een meer reinigend en opvoedend karakter kunnen hebben en ’s avonds – het staat in vele beleidsplannen – meer onderwijzend en verdiepend van aard kunnen zijn, dat wil zeggen een verkondiging waarin geleerd en onderwezen wordt. Dan stroomt het licht vanaf de kansel naar iedere gelovige toe, die dat op haar of zijn beurt weer uitdraagt, de wereld in. Het morgen- en avondoffer in het Oude Testament wijzen zo een richting om in de ochtenddienst de verkondiging ‘anders’ te laten zijn dan in de avonddienst.
De avonddienst als leerdienst past hier zeer goed in, en er kan zelfs een nuttige wisselwerking ontstaan tussen morgen- en avonddienst. Nog steeds zijn de argumenten van de Reformatie voor de invoering van de leerdienst actueel. Ik noem er drie: de groei van het persoonlijke geloof, het onderricht en de missionaire roeping. Het ontvangen licht moet doorgegeven worden. Een mogelijkheid is ook dat voor de avonddienst een predikant een serie diensten voor zijn rekening neemt, zodat een onderwerp uitgediept wordt en er een verlangen ontstaat om ook het vervolg te horen. Er kan ook af en toe een avonddienst van bijzondere aard gehouden worden, want jonge mensen hebben vaak speciale verlangens. In het gesprek met elkaar zal het moeten gaan over wat de Schrift leert en wat God van ons vraagt. Dan ontstaat er, naar we mogen hopen, meer wederzijds begrip.
Uitvoerders
Van de voorgangers wordt veel gevraagd. Zij zijn immers de uitvoerders in de liturgische praktijk van de eredienst. Het gebed van de gemeente voor de herder en leraar is nodig en ook de kerkenraad moet biddend rond de predikant staan. Zo zal de gemeente leren God te aanbidden in geest en waarheid. Want God de Vader zoekt zulke aanbidders (Joh.4:23-24).
N.A.J. van Kooten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's