De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Sprekende reisgenoten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sprekende reisgenoten

Dr.ir. Van der Graaf schrijft nog eens 25 portretten

6 minuten leestijd

In 2004 verscheen van dr.ir. J. van der Graaf het boek ‘Ze hadden wat te zeggen’, met 25 portretten van mensen die zijn pad kruisten. Inmiddels ligt ‘Ook zij hadden wat te zeggen’ in de boekwinkel.

D e in totaal vijftig reisgenoten die de voormalig algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond beschrijft, lieten niet na indruk op hem maken. Waren de meesten uit de eerste bundel al geruime tijd overleden, de miniaturen in de ‘nalezing’ betreffen mensen die nog niet zo lang geleden wegvielen, en aan wie velen vandaag dus nog levendige herinneringen bewaren. Hun namen (met weglating van titels): A. van Brummelen, K. Exalto, S. Gerssen, W. Aalders, C. Graafland, K. Runia, H.N. Ridderbos, J. Overduin, L. Vroegindeweij, A.M. Harkema-Visch, C. van der Wal, Kalman Yaron (Israël), J.H. Velema, L. Huisman, Jac. van Dijk, E. Diemer, Harkai Ferenc (Hongarije), G.H. ter Schegget, G. van Leijenhorst, W.C. Lamain, A.J. Klei, J.P. Versteeg, W. Glashouwer sr., de Joodse christin R. de Graaf-van Gelder en ten slotte de schoonmoeder van de auteur, F. Plaisier-Verhoeven.

Ernst en humor

De opstellen zijn telkens volgens een vast stramien geschreven. Ze beginnen met een foto, vergezeld van een blokje feitelijke biografische informatie. Daarna volgt de hoofdtekst. Deze wordt steevast afgerond met een sobere vermelding van het levenseinde van de betrokkene, en dan met name van de bijbeltekst die op zijn of haar overlijdensaankondiging of tijdens de begrafenisdienst centraal stond. Die vaste afsluiting doet niet alleen denken aan het bijbelse refrein ‘en hij stierf…’, maar geeft de schetsen vaak ook iets ontroerends. Als lezer krijg je inderdaad in miniatuurformaat een overzicht van iemands complete levensgang; je voelt iets aan van het vele dat zich daarin heeft afgespeeld – totdat het einde kwam. In de meeste gevallen werd rondom dat levenseinde intussen getuigd van de ongebroken hoop op God en Zijn genade. In de beschrijvingen van Van der Graaf wisselen ernst en humor elkaar op een ongekunstelde manier af. Fraai wordt het anekdotische en het inhoudelijk-theologische aan elkaar verbonden, zodat het boek enerzijds vlot wegleest, maar je er anderzijds haast ongemerkt toch ook veel van opsteekt. Dat laatste komt ook door de vele goedgekozen citaten waarmee Van der Graaf de mensen die hij beschrijft telkens zelf aan het woord laat. Mede daardoor krijgen ze echt een gezicht. Daarnaast put de schrijver van tijd tot tijd uit zijn uitstekende geheugen.

Kerkelijke breedte

Wat natuurlijk opvalt is de enorme kerkelijke bandbreedte waarbinnen de 25 reisgenoten hun plaats innamen. Prof. Ridderbos en ds. Lamain, ds. Vroegindeweij en Bert Klei, dat zijn natuurlijk nogal verschillende persoonlijkheden, van wie je je kunt afvragen of ze elkaar ooit hebben zien staan, laat staan of ze elkaar hebben begrepen en gewaardeerd.

Maar Van der Graaf zag hen en probeerde hen ook te begrijpen en te waarderen, peilde waar het hen om begonnen was. Daarbij schrijft hij geheel vanuit zijn eigen ervaringen en dus vanuit zijn eigen perspectief, waardoor het boek een persoonlijke inslag heeft. Van der Graaf is duidelijk een mensenmens, die gedurende zijn arbeid-

zame leven intens genoten heeft van de vele ontmoetingen die hij had. Het mooie is echter dat hij op het juiste moment telkens ook weer zelf terugtreedt om zoveel mogelijk recht te doen aan de betrokkenen zelf.

Van der Graaf kán daarbij zo’n wijde bandbreedte beslaan, omdat hij telkens zoekt naar datgene wat bindt vanuit het hart van het Evangelie. Dan komt iemand als de gereformeerde gemeentepredikant L. Huisman ineens heel dichtbij (in een mijns inziens bijzonder fraai en sympathiek hoofdstuk), maar blijkt er ook bij iemand als de aanvankelijk marxisti-

sche theoloog prof. G.H. ter Schegget op zeker moment existentiële herkenning mogelijk. Telkens vraagt Van der Graaf door tot hij gestoten is op de weerklank die het Woord van God in het hart gewekt heeft. Slechts bij

enkele portretten (van mevrouw De Graaf, Kalman Yaron) krijg je het gevoel dat de persoon in kwestie enigszins op afstand blijft staan en het beeld niet helemaal scherp wordt. De ruimte wordt dan nader ingevuld met citaten van derden. Dat komt misschien doordat de persoonlijke ontmoetingen hier wat minder frequent zijn geweest of omdat het voor een christen nu eenmaal moeilijk blijft om het Joodse geloof helemaal in te leven.

Puzzelstukjes

Ieder zal het bij het lezen van dit boek weer anders vergaan. Dat is natuurlijk ook afhankelijk van de mate waarin je de beschreven reisgenoten gekend hebt. Mij verging het zo dat allerlei bekende dingen en gebeurtenissen nog weer eens in een kader gezet werden, terwijl er toch ook regelmatig nieuwe puzzelstukjes bijkwamen en op hun plaats vielen. Ongemerkt krijg je namelijk een heleboel petite histoire mee, met name van de recente geschiedenis van protestants Nederland.

Zo leerde ik uit het opstel over dr. Diemer hoe de protestants-christelijke dagbladpers in ons land door de tragische teloorgang van de zogeheten kwartetbladen (waarvan Diemer hoofdredacteur was) haar huidige verkaveling heeft gekregen. Het hoofdstuk over ds. Harkai geeft een mooi inkijkje in de situatie van de gereformeerde kerk in Hongarije, en ook in de Nederlands-Hongaarse betrekkingen – maar vertelt ook hoe Harkai als tolk in zijn onschuld de Hongaarse naam voor het bijbelse Spreukenboek ooit in het Nederlandse vertaalde als ‘het boek Sprookjes’... En van dr. Gerssen wist ik eerlijk

gezegd niet dat hij in zijn spreken over Jezus Christus zo dicht bij H. Berkhof was terechtgekomen, tot in de (mijns inziens aanvechtbare) formuleringen toe. Theologisch is hier de vraag aan de orde of aan-

dacht voor de blijvende betekenis van Israël in de christelijke geloofsleer per se tot een lagere inzet in de christologie moet leiden.

Kniesoor

Natuurlijk gaat er in een boek met zoveel feitjes een enkele keer wat mis. Zo was Berkouwer geen Kamper dogmaticus maar een Amsterdamse (hij doceerde aan de VU). Ko van Dijk, de broer van ds. Jac. van Dijk, was geen auteur maar acteur, en de voormalige RD-redacteur met wie Van der Graaf in 1978 een conferentie in Grand Rapids bezocht was H.H.J. van As, zonder ch. Maar een kniesoor wie daarop let, want al met al is Van der Graaf erin geslaagd op een levendige een aansprekende manier stemmen die inderdaad iets te zeggen hadden opnieuw tot klinken te brengen. Daarmee doet hij hén recht en bewijst hij ons een dienst. Wanneer hij zich er niet toe had gezet zijn herinneringen op deze wijze te ordenen, zou veel van wat in dit boek beschreven wordt, in elk geval in déze samenhang, voorgoed aan de vergetelheid zijn prijsgegeven.

G. van den Brink

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Sprekende reisgenoten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's