Vraag naar waarheid
Jong en gereformeerd [2]
HGJB-directeur Harmen van Wijnen is somber over het gereformeerde gehalte van orthodox-hervormde jongeren. ‘Over tien jaar is het voorbij’, is zijn bange vermoeden. Ook christelijke scholen spelen een rol in de overdracht. Welke?
J ongeren in de gereformeerde gezindte vervreemden langzaam maar zeker van het gereformeerde erfgoed. De ontwikkeling die Van Wijnen in zijn artikel in Kontekstueel (nov. 2008) schetst is, hoe pijnlijk ook, maar al te duidelijk. De problematiek gaat aan christelijke scholen op gereformeerde grondslag natuurlijk niet voorbij. Het proces van verwereldlijking stopt voor geen enkele kerk- of schoolmuur. Wel verschilt het tempo en de mate waarin. Op termijn werkt dat door ook naar leerkrachten toe. Over het feit van dit proces behoeft daarom geen twijfel te bestaan. Wel is het de vraag hoe we ermee omgaan. Ik noem een voorbeeld uit het schoolleven.
Niet zo lang geleden kwam in een les aan de orde hoezeer we van kerkhervormers en kerkvaders kunnen leren als het gaat om het verstaan van de Schrift. Er kwam reactie van een jongen, die zich positief opstelde en goed meedeed tijdens de les. Hij merkte op: ‘Is dat wel nodig, het zijn toch ook mensen geweest, kunnen we niet veel beter gewoon naar de Bijbel luisteren? ’ Zo’n opmerking wordt heel wat keren gemaakt. Ze geeft aan dat de betreffende leerling geen antenne heeft voor de waarde van de traditie van de kerk. Leg zo’n jongen maar eens uit wat de rijkdom van de gereformeerde traditie is.
Het kan de betreffende docent een gevoel van frustratie bezorgen. Wat moet ik hiermee aan en hoe kan ik zo’n jongen bereiken? Het kan zelfs bij de docent een gevoel van irritatie veroorzaken en als leerlingen dat merken werkt dat helemaal averechts. Je kunt je natuurlijk ervan af proberen te maken door op te merken dat je hoopt dat hij er nog eens anders over gaat denken, maar daarmee ga je aan de vraag, die eerlijk en openhartig gesteld werd voorbij.
Gewone mensen
Wat zou een aanknopingspunt kunnen bieden? De jongen had veel meer gelijk dan hij zelf besefte. Kerkvaders en kerkhervormers zijn gewone mensen geweest. Veel meer dan wij dat doen hebben ze beseft dat ze als gewone mensen, die zondaren zijn voor God, op geen enkele wijze konden bestaan. Ze hebben veel meer dan wij de heiligheid en hoogheid van God beleefd en daarom ook veel meer dan wij het wonder van Gods vrije genade ervaren en een veel dieper inzicht in de Heilige Schrift ontvangen. En wij zijn dwaas als we onze armoede niet willen erkennen en niet willen leren van wat zij ons hebben nagelaten.
Dat kan de betreffende jongen niet worden kwalijk genomen. Het is hem niet bijgebracht. Veel ernstiger is het als ook opvoeders, jeugdleiders, catecheten, docenten en predikanten van mening zijn dat we ons niet meer hoeven te verdiepen in deze traditie – en ze zijn er. Vanuit dit gezichtspunt is het helemaal nog niet zo gek dat het bestuur van een reformatorische school uit zorg hiervoor nieuwe docenten een zekere gereformeerde scholing en vorming wil meegeven. Want als zij niet of nauwelijks meer de rijkdom van de gereformeerde traditie kennen, wat moet je dan van de leerlingen verwachten?
Veel ernstiger
Van Wijnen geeft in zijn artikel een reeks behartigenswaardige antwoorden op de vraag hoe het zover is gekomen. Hij wijst op de veranderingen in de samenleving, de fragmentarisering ervan en de ontzuiling van christelijk Nederland. We moeten inderdaad rekening houden met de heel andere context waarin onze jongeren leven. Met name bekritiseert hij de deductieve stijl van geloofsoverdracht, waarbij algemene waarheden worden geponeerd.
Maar juist hier komt de vraag op of de zaak er nog niet veel ernstiger bij staat. Is het verkondigen van algemene waarheden een methodische kwestie of is het niet veel meer een teken van geestelijke armoede?
Er is namelijk nog een heel andere groep jongeren, die in het artikel van Van Wijnen eigenlijk niet in beeld komt, maar die veel indrin-
gender vragen aan ons stelt. Er zijn jongeren die graag thuis met hun ouders ook eens zouden praten over dingen die er echt toe doen in het leven, maar die dat nooit meemaken. Er
Volgende week schrijft ds. A.J. van den Herik over jongeren, kerk en catechese.
zijn jongeren die jarenlang trouw naar de catechisatie gingen en na afloop van al die jaren constateerden: ‘Ik heb er niets geleerd.’ Er zijn jongeren die vinden dat op school veel te abstract over de leer wordt gesproken en veel meer zouden willen horen hoe dat geloof beleefd en beoefend wordt in de praktijk van het leven.
Waarheidsvraag
Een hele rekening dus die gepresenteerd wordt aan gezin, kerk en school. Reden tot bezinning is er dus te over. Het gaat hierbij dan niet allereerst om de methodiek, maar om de inhoud van de geloofstraditie. Hebben we onze jongeren iets wezenlijks te zeggen als het gaat om het leven met God, zoals dat wordt beleden in de gereformeerde traditie? Of gaan we zomaar van de veronderstelling uit dat het probleem daar niet zit? We bewijzen deze jongeren helemaal of nagenoeg geen dienst met het zoeken naar een andere methodiek, liturgische vernieuwingen en het aantrekkelijk maken van een kerkdienst. Het gaat hen veeleer om de waarheidsvraag.
School
Hoe kan de school bijdragen aan de overdracht van het gereformeerde belijden en de gereformeerde traditie? Bij alle voortdurende zorg om verandering en roep om methodische vernieuwing moeten we niet vergeten dat altijd twee zaken centraal staan bij goed onderwijs: eerbied voor God en een levende omgang met Gods Woord enerzijds en liefde voor de leerling anderzijds.
Het eerste betekent dat nadrukkelijk aandacht gevraagd wordt voor de dag- en weekopening. Leerlingen merken het op als dat niet louter uit gewoonte gebeurt, maar als een docent innerlijke betrokkenheid aan de dag legt. Van een docent mag verder affiniteit met het gereformeerde belijden worden verwacht. Deze uit zich op allerlei wijze, in zijn omgang met leerlingen, in spontane situaties, in zijn lessen als de leerstof ertoe leent en niet te vergeten in zijn gebed. Van zo’n school mag worden verwacht dat ook liefde voor de psalmen wordt bijgebracht en dat ze met de leerlingen worden gezongen, want dat heeft alles te maken met het gereformeerde belijden. Evenals het bij de gereformeerde belijdenis gaat om de religie van het belijden gaat het bij de psalmen om de religie van de psalmen. Wat het tweede aangaat, de liefde voor de leerling, liggen er vandaag extra kansen. Hoe kritisch leerlingen zich ook uitspreken, ze stellen zich vaak open op en heel wat jongeren zijn ook op zoek naar wat echt is.
Elkaar steunen
Meer dan ooit is nodig dat we elkaar steunen in de strijd tegen de tijdgeest op de terreinen van gezin, kerk en school. Als ouders niet praten met kinderen over de Heere en Zijn dienst, dan missen kerk en school een broodnodig referentiekader. Dan neemt de bereidheid om wat op te steken tijdens de catechisatie af en vinden ze wat op school ter sprake komt als het om de gereformeerde traditie gaat al gauw saai en star.
Als in de kerk gecapituleerd wordt en er alleen maar gepraat wordt en niet meer geleerd, dan krijgen ouders thuis en leerkrachten op school onvoldoende steun. En als op school alleen maar de leer gedoceerd wordt en aan vragen van de praktijk van het geloofsleven voorbij wordt gegaan, dan is dat frustrerend voor een gezonde ontwikkeling van het geestelijke leven van jongeren.
Maar laten we er ook voor oppassen op de akker waar kaf en koren door elkaar heen staan te veel aandacht aan het kaf te besteden. Er zijn altijd weer jongeren die een antenne krijgen voor het gereformeerde belijden en voor de gereformeerde traditie en die deze lief krijgen. En er zijn ook altijd weer jonge collega’s aan wie je merkt in de wandelgangen en als je een weekopening van hen meemaakt, dat ze leven bij het Woord en dat het gereformeerde belijden hun hart heeft. En dat bemoedigt om standvastig te zijn in het werk des Heeren.
H.G. Leertouwer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's