De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Missionaris met dunne Bijbel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Missionaris met dunne Bijbel

Dissertatie ds. J.A. van den Berg over Adimantus

5 minuten leestijd

Ds. J.A. van den Berg (Groningen) promoveerde vorig jaar cum laude tot doctor in de theologie op een studie over Adimantus. De onderzoeker en de persoon die hij onderzocht hebben één ding gemeen: beiden hebben de naam zendeling of missionaris te zijn.

W erd Adimantus of Addas in de derde eeuw door Mani als missionaris naar het Romeinse Rijk gestuurd, ds. Van den Berg kreeg in de 21e eeuw een aanstelling van de IZB als missionaris in de stad Groningen. Beiden werken vanuit de Bijbel. Maar daarmee houden de overeenkomsten dan ook ongeveer op. Of het moest zijn dat stelling 10, die aan het proefschrift is toegevoegd, ook op ds. Van den Berg van toepassing is. Dat kan hij het beste zelf beoordelen. De stelling luidt: ‘De manichese missionaris Adimantus is te beschouwen als een voorbeeld voor huidige missionarissen vanwege zijn consequente levensstijl en zijn vermogen op adequate wijze in te spelen op de vragen van zijn doelgroep.’

Grote invloed

Dit laatste verklaart waarschijnlijk wel mede de grote invloed die het manicheïsme gedurende de eerste eeuwen van onze jaartelling heeft gehad. Telkens weer wanneer ik iets lees over de begintijd van het christendom overvalt me de verwondering dat uiteindelijk de christelijke traditie zoals wij die kennen, inclusief de basis van het Nieuwe en het Oude Testament, de hoofdstroom van het christendom is geworden.

Dat was aanvankelijk allerminst vanzelfsprekend. Groot was im-mers de invloed van Marcion, die het hele Oude Testament verwierp en uit het Nieuwe Testament slechts Lukas en de brieven van Paulus als gezaghebbend aanvaardde. Het gnostische christendom schijnt op een bepaald moment groter in omvang geweest te zijn dan het christendom, zoals dat gestempeld is door apostelen en profeten. En dan waren er ook nog de manicheeërs, in hun leer zowel aan Marcion als aan de gnostiek verwant.

Gemeten aan wat wij thans onder de orthodoxe christelijke traditie verstaan, gaat het in al deze bewegingen om ketterij. Toen was dat echter veel minder duidelijk dan nu. Want in de tweede en derde eeuw ligt er nog niet zoveel vast. Er zijn nog geen grote leeruitspraken gedaan door de kerk. Waar was trouwens de kerk en waar was sprake van sekte? Naarmate de afstand tot het jodendom groter werd was het allerminst vanzelfsprekend het Oude Testament als gezaghebbende heilige schrift te aanvaarden. De canon van het Nieuwe Testament lag ook niet zomaar vast. Het kon achteraf beschouwd nog alle kanten op. Nog spannender wordt het dan wanneer we bedenken dat de grote kerkvader van het Westen, Augustinus, aanvankelijk behoorde tot de manicheeërs en daar, zoals uit de studie van dr. Van den Berg opnieuw blijkt, eigenlijk ook nooit helemaal van losgekomen is.

Dun bijbeltje

Het lezen van het boek van Van den Berg stelde me dit alles nog weer eens voor ogen. Daarbij intrigeerde mij ook zijn zevende stelling: ‘Adimantus had grote waardering voor de woorden van Jezus, die hij ook nadrukkelijk in praktijk trachtte te brengen. Hiermee is eens temeer aangetoond dat het manicheïsme naar oorsprong en intentie christelijk genoemd dient te worden.’ Het manicheïsme ook christelijk? Terwijl het hele Oude Testament wordt verworpen en ook slechts enkele gedeelten van het Nieuwe Testament als gezaghebbend gelden? Hoe dun kan je bijbeltje worden om toch nog te spreken over een christelijke leer? Hoeveel ketterijen kan iemand hebben om toch nog een christen te heten? Kun je de woorden van Jezus in praktijk brengen, met name Zijn woorden uit de Bergrede, terwijl je tegelijk verwerpt wat Hij in diezelfde rede zegt, namelijk dat Hij niet gekomen is om de wet en profeten te ontbinden, maar te vervullen? (Matth.5:17)

Moderne missionaris

Wanneer ik denk aan het heden zie ik onder onze IZB-predikanten niet direct leerlingen van Mani. Wel zie ik dat ook vandaag geworsteld wordt om de breedte van het bijbels getuigenis voor het voetlicht te krijgen.

Mani had een heel dun bijbeltje. Maar hoe dik is onze Bijbel eigenlijk? Die vraag geldt ons allen, maar zeker in het missionaire werk heb je de neiging je te concentreren op enkele stukjes uit het Nieuwe Testament. In wat voor bedding komen deze fragmenten dan echter terecht? Voert het geloof in

Jezus ons weg uit deze barre werkelijkheid, zoals dat bij het manicheïsme het geval was, of durf ik vanuit het geloof in Jezus juist opnieuw dit bestaan op deze geteisterde aarde te aanvaarden? In dat geval zou ik ook de ruige stukken uit het Oude Testament wel weer eens nodig kunnen hebben. Het gedachtegoed van Mani is nooit weggeweest en komt in onze tijd van nieuwe religiositeit weer op nieuwe wijze naar voren. Bijvoorbeeld in allerlei stromingen die we vandaag aanduiden met New Age. Er is ook nooit een precieze waterscheiding tussen wat christelijk is en wat niet.

Niet te dun

In dit verband heb ik een vraag bij stelling 11 van het proefschrift: ‘De levensgeschiedenis van Augustinus laat zien dat het protestantse adagium ‘Sola Scriptura’ niet voldoet. ‘Prima Scriptura’ is beter.’ Alleen de Schrift niet voldoende? Allereerst de Schrift? Ik snap wel wat bedoeld wordt, maar ik zou minstens ook nog iets gezegd willen hebben over tota Scriptura: heel de Schrift. Dat laatste blijft het spannende van het gereformeerd zijn en ook het spannende voor een gereformeerde missiologie te midden van het nieuwe heidendom. Om gereformeerd te blijven en weerbaar tegen het heidendom moet ons bijbeltje niet te dun worden.

Deze opmerkingen willen overigens alleen maar onderstrepen dat ik dit boek gelezen heb als een katalysator voor allerlei missionaire overwegingen. De titel van het in het Engels geschreven proefschrift roept dat ook op: Biblical Argument in Manichaean Missionary Practice. De eigenlijke wetenschappelijke verdienste van het proefschrift heeft niet met missiologie te maken, maar met het feit dat de schrijver op een bijzonder knappe manier een niet meer voorhanden geschrift van Adimantus heeft gereconstrueerd op grond van de voortdurende tegenwerpingen van Augustinus.

W. Dekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Missionaris met dunne Bijbel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's