De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Echt een voorbeeldige tiener’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Echt een voorbeeldige tiener’

Kind met problemen thuis ziet er gewoon uit

8 minuten leestijd

Sommige jongeren hebben een vader of moeder met psychische problemen. Kan de christelijke gemeente iets voor hen betekenen?

‘Hester (16 jaar) is een lieve meid. Op de jeugdgroep is ze soms wat stil, maar altijd erg behulpzaam!’ – jeugdgroepleider

‘Martin (14 jaar) is een leuke jongen. En hoewel hij nog maar 14 is, komt hij al heel volwassen over.’ – jeugdgroepleider

A ls een vader of moeder psychische problemen heeft, heeft dat invloed op de kinderen. Hoe goed ouders ook proberen om niets te laten merken: kinderen voelen het feilloos aan. Vaak willen ze hun ouders helpen en ontlasten. Ze zijn extra alert, springen bij waar dat kan en vertellen niet zo gauw de dingen waar ze zelf mee zitten, om hun ouders niet nog meer zorgen te geven. Meestal denkt een kind dat het normaal is zoals het bij hen thuis gaat.

Mirthe gooit haar schooltas in een hoek. Dat huiswerk moet maar even wachten. Eerst eens kijken hoe het binnen is. Ze loopt de woonkamer in en kijkt om zich heen. Waar is mama? Mirthe weet dat haar vader aan het werk is en dat haar broer en zusjes straks pas thuiskomen uit school. Ze verwacht alleen haar moeder thuis. Maar die is niet beneden. Misschien boven? Haar moeder is vaak moe en ligt veel in bed. Als ze op is, is ze vaak humeurig. Iedereen houdt dan rekening met haar.

Boven ziet Mirthe de rommelige lakens op het bed van haar ouders. Haar moeder is er niet, vreemd. Ze begint zich zorgen te maken. Terwijl ze bedenkt wat ze zal doen, gaat de voordeur open.

Gelukkig! Daar komt haar moeder binnen stappen. ‘Waar was u nou? ’, vraagt Mirthe boos. Moeder reageert: ‘Nou zeg, ik mag toch wel even boodschappen doen? !’ ‘U moet een briefje neerleggen om te zeggen waar u bent, anders maak ik me zorgen’, zegt Mirthe. Haar moeder zucht diep en loopt weg om de boodschappen in de keuken te zetten. Daarna is ze zo moe dat ze moet gaan liggen.

Mirthe gaat meteen aan de slag. Er moet opgeruimd worden (de vaat van het ontbijt staat er nog), er moeten aardappels geschild en de zwemspullen van haar zusjes moeten worden klaargelegd. Bovendien wil ze graag op tijd klaar zijn, want ze heeft jeugdclub vanavond.

Vriendelijk en behulpzaam

Vaak zie je niet aan de buitenkant dat een jongere een ouder heeft met een psychisch probleem – ze heten officieel KOPP-kinderen: Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. Meestal zien ze er heel gewoon uit. Ze zijn vaak erg vriendelijk, behulpzaam, netjes, soms wat ingehouden en stil. Een KOPP-kind kan vaak erg goed luisteren naar anderen en pijlsnel de sfeer in een groep inschatten. Vaak voelen ze zich ook snel verantwoordelijk voor de sfeer. Meestal hebben KOPP-kinderen deze talenten al vroeg in hun leven ontwikkeld, omdat juist die dingen werden gewaardeerd en soms gestimuleerd in hun thuissituatie. Er is ook een groep die de problemen van thuis op een andere manier laat zien. Die jongeren vertonen opstandig gedrag en geven veel problemen op de club. Of ze worden somber en trekken zich terug uit het contact met anderen. Ook in de christelijke gemeente ontmoet je KOPP-kinderen. Als je er ten minste van weet. De meesten zullen namelijk niet zo snel over hun zorgen en moeilijkheden van thuis praten. Vaak hebben ze dan het idee dat ze hun ouders afvallen of verraden. En dat is wel het laatste wat ze willen. Bovendien vinden de meesten het (zeker tot een jaar of twaalf ) heel normaal zoals het bij hen thuis gaat.

De vader van Pieter woont al jaren niet meer thuis. Hij is ooit opgenomen toen hij een psychose had. Inmiddels woont hij in een begeleid wonen project. Mensen uit zijn kerk zijn hiervan op de hoogte. Pieter bezoekt hem elke maand. Pieter zou het gaaf vinden als omstanders dit niet gewoon gaan vinden, maar eens aan hem vragen hoe hij die bezoekjes nou vindt.

Verhoogd risico

Uit onderzoek blijkt dat deze groep een verhoogd risico heeft om zelf ook psychische problemen te ontwikkelen. Deze jongeren leven vaak onder spanning. Die spanning komt doordat ze zich zorgen maken en vaak piekeren, er niet goed met anderen over kunnen praten en hun school- en andere taken moeten zien te combineren met zorgtaken thuis. In hetzelfde onderzoek komt ook naar voren wat deze jongeren zelf kunnen doen en wat hun omgeving kan doen om psychische problemen te voorkomen.

Marka’s moeder is nu een jaar depressief thuis. Bijna niemand weet dit. Op haar jeugdgroep is Marka sindsdien veel stiller en vertelt ze soms dat ze moe is. Ze hoopt dat haar jeugdgroepleiders zullen vragen waar die moeheid vandaan komt.

Beschermend

Een aantal punten daarvan kan binnen (het jeugdwerk van) de gemeente worden opgepakt. Belangrijk is: maak psychische

problemen bespreekbaar op de club. Hiermee doorbreek je het taboe en de eenzame positie die veel KOPP-kinderen hebben (‘ik dacht dat ik de enige was’). Voor een training op maat over hoe je dit als jeugdleiders kunt aanpakken, kan de Eleos (afdeling Preventie & Dienstverlening) wat betekenen. Geef jongeren het gevoel dat ze je dingen kunnen vertellen als ze dat willen. Wees beschikbaar en betrouwbaar. Investeer in een vertrouwensrelatie. Accepteer dat een jongere niet altijd zin heeft om over thuis te praten.

Geef ze aandacht door een knipoog te geven, te laten merken dat je ziet dat ze iets nieuws aan hebben, te informeren naar hun schooldag, ze uit te dagen voor een pot tafelvoetbal… Ze zullen zelf niet snel om aandacht vragen.

Bid samen. Vaak hebben jongeren ook vragen aan God.

Zoek actief contact met jongeren die zich terugtrekken uit het clubwerk en ander contact met anderen. Wees hierin trouw.

Bied afleiding. Vaak kunnen KOPPkinderen in een andere omgeving dan thuis even echt kind zijn en genieten van lekker gek doen. Wees alert op pestgedrag (pesters zoeken jongeren met een zwakke plek, bijvoorbeeld ouders die ‘gek’ zijn).

Stimuleer om problemen actief aan te pakken, indien mogelijk. Wees hierin zelf een voorbeeld. Lees zelf over psychische problemen, zoals de serie Wat … met je doet (uitg. Boekencentrum). Geef praktische ondersteuning indien nodig, bijvoorbeeld als een jongere moet worden weggebracht, maar ouders kunnen niet.

Henrike is erg handig met kleine kinderen. Thuis zorgt ze vaak voor haar jonge broertjes en zusjes. In de kerk wordt ze vaak gevraagd om op te passen en dan meteen in het huishouden een handje mee te helpen. Er is veel aandacht voor haar talent om te zorgen voor anderen. Henrike is ook somber en weet niet goed wat ze zelf wil. Wie heeft het door dat ze erg moeilijk voor zichzelf kan zorgen?

Ik red me wel

Het is mogelijk dat bovenstaande tips bij een KOPP-kind op de tienerclub niet ‘werken’. Het lukt niet goed om contact te krijgen, de jongere doet net alsof er niets aan de hand is en gaat niet in op pogingen tot meeleven. Er kunnen verschillende redenen zijn om steun af te houden:

• het aanvaarden van hulp betekent het opnemen van de afhankelijke slachtofferrol en dat is het laatste waarmee tieners geassocieerd willen worden • veel KOPP-kinderen hebben een overlevingsstrategie gericht op vermijding van moeilijke dingen en zelfcontrole (geen hulp voor zichzelf vragen) • loyaliteit naar ouders – ouders willen niet dat hun kinderen ‘de vuile was buiten hangen’, het voelt als klikken om aan anderen over thuis te praten • aangeboden steun wordt als niet-passend of niet prettig ervaren, of er is geen vertrouwensrelatie met de steunbieder. Soms heeft een jongere alleen behoefte aan spuien en niet aan adviezen • angst voor gevolgen van steun, bijvoorbeeld ‘wat komt er allemaal boven als ik erover ga praten? ’ • de jongere schat in dat de steunbieder al genoeg problemen heeft

De zus van Johan heeft een suïcidepoging gedaan. Sindsdien is er veel hulpverlening ingeschakeld voor zijn zus. Zijn ouders zijn inmiddels oververmoeid, zijn vader zit tegen een burn-out aan. Ze maken zich zorgen om hun dochter. Tijdens de kerkdienst wordt er vaak voor zijn zus en ouders gebeden. Johan is gelukkig makkelijk en vraagt niet zoveel aandacht. Wie begint eens een praatje met hem en gaat iets leuks met hem doen?

Het is goed om deze redenen, die een jongere zelf meestal niet aangeeft, in het achterhoofd te houden. Voor een KOPP-kind is het misschien nieuw en daardoor onwennig om hulp en steun te ontvangen. Geef het kind de tijd en wees trouw zodat het kan ontdekken wat steun kan opleveren.

Bedenk daarbij dat een jeugdwerker niet verantwoordelijk is voor verandering van de gezinssituatie of hulpverlening. Wel is de gemeente een plek waar een jongere steun en begrip kan krijgen.

Rieneke Klok en Gijsbertje Smaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘Echt een voorbeeldige tiener’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's