De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Werk van groot Calvijnkenner

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Werk van groot Calvijnkenner

Postuum boek dr. Heiko Oberman verschenen

7 minuten leestijd

Van Heiko A. Oberman verscheen recent postuum een boek over Calvijn. Deze Nederlands-Amerikaanse historicus en theoloog kende Calvijn beter dan vele calvinisten.

O berman, die leefde van 1930 tot 2001 en uit de kohlbruggiaanse families Oberman en Locher stamde en deze traditie nooit verloochende, had een zeer snelle carrière. Toen hij na zijn promotie voor een jaar naar Amerika ging, werd hij eerst als predikant in algemene dienst bevestigd. Hij werd hoogleraar in Harvard, daarna in Tübingen en ten slotte in Tucson in Arizona. Hij was een expert in de laat-middeleeuwse theologie, en beheerste evenzeer het hele gebied van Renaissance en Reformatie. In 1983, het lutherjaar, liet hij alle lutherkenners achter zich met zijn boek Luther, mens tussen God en duivel.

Daarna legde hij zich toe op een grondige studie van Calvijn en zijn context. Zijn voortijdig heengaan in 2001 heeft verhinderd dat zijn boek over Calvijn is verschenen zoals hij het bedoelde en zich voorstelde. Wel werd al spoedig na zijn overlijden een eerste boek gepubliceerd, over de twee reformaties. Het was zijn plan om het hele veld tussen Luther en Calvijn te tekenen. Ook dat boek was een torso; het laatste hoofdstuk ervan is niet meer uit zijn pen gevloeid. Op de valreep van het calvijnjaar 2009 is bij uitgeverij Droz in Genève een tweede boek verschenen: John Calvin and the Reformation of the Refugees (Calvijn en de reformatie van de vluchtelingen). Beide uitgaven bevatten bijdragen die eerder als voordracht werden gehouden, meestal ergens op een internationale conferentie, en die daarna zijn gepubliceerd.

In gesprek

Wat maakt dit boek nu nog zo boeiend? Niet alleen omdat nu zulke fundamentele stukken bijeen zijn gebracht, maar vooral omdat Oberman zijn eigen overdrukken van kanttekeningen, marginalia, voorzien heeft. Hij had zich getraind om elke dag te beginnen met een verplicht aantal bladzijden van de bronnen te lezen, en zodoende bleef hij als het ware in gesprek met de hervormers, hun voorgangers en tijdgenoten. De kennis, die hij zo nog steeds verdiepte, bracht hij aan in kanttekeningen bij zijn eerdere publicaties. Zijn vroegere medewerker Peter A. Dykema heeft met deze marginalia de studies uit de laatste tien jaar van Oberman verrijkt.

Begrijpelijk maken

Oberman is een kerk- en dogmenhistoricus van groot formaat geweest. Hij was geen lutheraan, maar kende Luther beter dan vele lutherse vakgenoten. Hij kende ook Calvijn beter dan vele calvinisten en hij schrok er niet voor terug om aan te tonen dat veel calvijnonderzoekers de echte Calvijn hadden ingekapseld in hun eigen interpretaties. Daarnaast onderkende hij de gevaren van sociaal-historici, die alles probeerden te herleiden tot sociale processen. Wel had Oberman een open oog voor de sociale, politieke en culturele werkelijkheid van de wereld in de zestiende eeuw. Waar het hem om ging was om de erfenis van Calvijn zelf en het grote belang daarvan helder in het licht te stellen.

Dat betekende: begrijpelijk maken hoe het mogelijk is dat een jonge man als Calvijn, met zo’n schuchtere persoonlijkheid, in staat was om een stempel te zetten op de reeds eerder begonnen reformatie. Ja, hoe Calvijn in staat was om de reformatie die tot staan was gekomen en in bloed en as was gesmoord door de hevige vervolgingen en door de politiek van Karel V in Duitsland tot een echec dreigde te worden, vanuit Genève een nieuwe en krachtige geestelijke impuls te geven.

Bende

Genève was een stad waaruit hij al verbannen was, en waarin hij bijna levenslang in een bedreigde situatie moest leven en werken. Hij trof die economisch ingezonken stad aan als een zedeloze bende, waarin hij orde en tucht moest scheppen. In nauwelijks twintig jaar werd die stad omgeschapen tot een lichtend voorbeeld in Europa, tot een asiel en schuilplaats voor duizenden vluchtelingen. En dat ondanks een stroom van moeilijkheden, aantijgingen en twisten die Calvijn constant het hoofd moest bieden, zodat hij meerdere malen eigenlijk het liefst uit Genève weg wilde gaan.

Alleen het besef hoe belangrijk deze plaats was voor de Reformatie deed hem standhouden en zich met grote kracht inzetten voor de bevordering en de opbouw van het koninkrijk van Christus in Frankrijk en heel Europa. En dat zou eveneens gelden voor de doorwerking van de Geneefse reformatie in de hele Atlantische wereld.

Een enkel voorbeeld maakt duidelijk hoe Oberman Calvijn direct vanuit de bronnen tot spreken brengt. Calvijn was en bleef een vreemdeling in Genève. Hij heeft zich nooit meer in Frankrijk kunnen vertonen, waar hij zeker een slachtoffer zou zijn geworden van de vervolgingen waar in de ene golf na de andere vele tienduizenden onschuldige, begaafde en overtuigde gelovigen werden omge-

bracht. Calvijn was zelf ‘als een vuurbrand uit dit vuur gerukt’ (Zach.3:2) – hij heeft daar slechts spaarzaam iets van verteld – maar wat hij meemaakte als vluchteling en onderduiker is een bron van geloofservaring, die aan alle theologie voorafgaat.

Toevlucht

Oberman wijst op heel vroege uitingen van Calvijns theologie. Calvijn schreef namelijk twee inleidingen bij de eerste Franse Bijbelvertaling van zijn neef Olivétan (1535): De eerste is gericht ‘Aan alle keizers, koningen, prinsen en volken, onderdanen van het rijk van Christus’ en de tweede ‘Aan alle liefhebbers van Jezus Christus en Zijn evangelie’.

In dit tweede stuk schetst hij een heilshistorische lijn en ziet Calvijn in de verkiezing de diepe eenheid tussen Israël, het volk van het oude verbond, en het nieuwe volk van God uit Joden en heidenen. Wij gaan ‘aan Gods hand’ en ‘als Gods volk door de woestijn’ en zijn verankerd op de ‘Rots der eeuwen’. Calvijn beschrijft in verband met de heilsgeschiedenis van het oude Godsvolk de gang van de Gezalfde, Christus, als vluchteling solidair met Zijn volk en als een Voortrekker voor hen uit. Hij heeft hen dag en nacht begeleid op hun vlucht uit Egypte en was als een vluchteling te midden van hen. De Geneefse chroniqueur Froment getuigt dat God Zelf Genève gemaakt heeft tot ‘een refuge (toevlucht) voor de gelovigen, een ‘rondas en beukelaar’ (schild en vesting, Ps.91:4) tegen de vijanden van de waarheid’. In deze context wordt Calvijns devies ‘Wij hebben geen andere toevlucht dan Gods providentie’ geboren. Over het geheim van Gods verkiezing mogen wij niet twisten en disputeren. Wij kunnen slechts Gods majesteit en hoogheid aanbidden en bovenal Zijn oneindige goedheid loven en prijzen.

Bruiloftmaal

Dat is de grondtoon in heel Calvijns prediking. En daarin vinden wij ook een verklaring voor het mysterie van zijn invloed. Richard Lefèvre, die te horen kreeg dat hij tot de brandstapel veroordeeld was en de dag voor Pinksteren terechtgesteld zal worden, schrijft een a Dieu aan Calvijn: ‘met deze brief mag ik U laten weten dat ik hoop het Pinksterfeest in het hemelse koninkrijk te vieren en aan tafel te zitten bij het bruiloftmaal van de Zoon van God, onze Heere Jezus Christus. Wanneer ik niet eerder opgeroepen wordt, dan zal ik op de vooravond van Pinksteren de roeping van onze goede Meester en Leraar volgen en naar Zijn stem horen, als Hij tot mij zal zeggen: ‘Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk dat U bereid is van grondlegging der wereld’ (Matth.25:34). (…) Ten slotte heel nederig u dankend voor alle genade van God die ik door u ontvangen heb. (…) Wie zal ons scheiden van de liefde Gods.’ Zo’n document brengt ons heel dicht bij het hart van Calvijns theologie en doet ons beseffen hoezeer wij de omgang met de Heilige Schrift en de neerslag daarvan in de kerk der eeuwen behoeven.

W. Balke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Werk van groot Calvijnkenner

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's