Dominee als kerkverlater
Ds. Hendrikse daagt kerk uit tot belijdend spreken
De Middelburgse predikant ds. Klaas Hendrikse staat de laatste weken weer in het middelpunt van de belangstelling. Eén ding is daarbij duidelijk: voor de kerk kan zijn visie geen bespreekbare optie zijn.
I n 2007 verscheen het geruchtmakende boek van ds. Hendrikse, Geloven in een God die niet bestaat. Manifest van een atheïstische dominee. De inhoud van dat boek wekte van meet af aan grote verontrusting in de kerk. Het was dan ook geen wonder dat er vanuit één van de classes waaronder Hendrikse ressorteert, Zierikzee, een procedure in gang gezet werd om een ernstig gesprek over zijn opvattingen met hem te voeren. Dit gesprek zou in een leertuchtprocedure kunnen uitmonden.
Sommigen vroegen zich meteen af waarom de synode van de Protestantse Kerk niets deed, maar dat was ten onrechte. Het is in de kerkorde vastgelegd dat de eerste verantwoordelijkheid bij de classicale vergadering ligt en de synode kan volgens gereformeerd kerkrecht de classis niet passeren. De procedure verliep overigens moeizaam, omdat Hendrikse kennelijk liever via de media zijn opvattingen propageert dan dat hij deze binnen de kerkelijke kring wil laten toetsen aan Schrift en belijdenis.
Radionieuwsdienst
Veertien dagen geleden werd bekend dat de classis Zierikzee in meerderheid had besloten de procedure stop te zetten (zie hierover ook het commentaar van ds. M.A. Kuijt in het vorige nummer van De Waarheidsvriend). Het college van visitatoren-provinciaal stelde dat de uitlatingen van ds. Hendriks niet van het gewicht zijn dat zij de fundamenten van de kerk aantasten. De classis concludeerde vervolgens dat de uitspraken van de Middelburgse predikant deel uitmaken van een theologisch debat waarvoor in de kerk ruimte moet zijn. De radionieuwsdienst maakte de volgende dag melding dat in de Protestantse Kerk geleerd mag worden dat God niet bestaat, maar dat Hij gebeurt. Een volstrekt voorbarige en onjuiste conclusie natuurlijk, maar intussen sta je er op deze manier als kerk wel gekleurd op voor het oog van Neerlands volk.
Schokkende motivering
Meer nog dan de beslissing van de classis om geen leertuchtprocedure te starten op zichzelf (welke beslissing overigens inmiddels door leden van diezelfde classis officieel wordt aangevochten bij de regionale commissie voor bezwaren en geschillen) wekt de motivering van dit besluit bij velen verwondering en verbijstering. Hoe is het mogelijk dat gesteld wordt dat het fundamentele belijden van de kerk wél in geding is waar mensen worden gediscrimineerd en geschoffeerd, maar níet waar het bestaan van God zelf wordt ontkend? Is dan de eer van God ons minder waard dan die van mensen? Hebben we dan God niet lief boven alles?
Terecht schreef dr. A. Prosman in het Reformatorisch Dagblad van 9 februari: ‘Zo kan het niet in de PKN’ en ‘Als de opvattingen van Hendrikse door synode en visitatoren gelegitimeerd worden, dan is de belijdenis buiten werking gezet en dan is het inderdaad de vraag of de PKN nog kerk van Christus is.’
Dat is wel heel scherp gesteld, want dit houdt niets minder in dan dat de Protestantse Kerk in dat geval een valse kerk zou zijn geworden. Toch is er alle reden voor het spreken van zulke grote woorden. Officiële legitimatie van de visie van ds. Hendrikse betekent het einde voor de kerk. Mag hij dan niet geloven en beweren wat hij wil? Zeker, maar niet als dienaar van het Woord, niet als ambtsdrager van een belijdende kerk. Er zijn voor hem alternatieven genoeg, van Humanistisch Verbond tot allerlei verenigingen van vrijdenkers. Velen zijn hem in die weg helaas voorgegaan. Het is diep te betreuren dat deze mensen niet geloven in de levende God, maar het is te waarderen dat zij zo eerlijk zijn daaruit de consequentie te trekken door afstand te nemen van de christelijke kerk.
Hoe erg het is
Er zijn de afgelopen dagen door deze en gene sussende woorden gesproken. Ds. Hendrikse zou het allemaal niet zo scherp bedoelen, het zou meer om een taalspel gaan. Wanneer hij zegt dat God niet ‘bestaat’, dan bedoelt hij alleen maar aan te geven dat we over het zijn van God niet hetzelfde moeten denken als over het zijn van een mens of een ding. ‘God bestaat niet zoals een appeltaart bestaat.’ Wel, als dat alles is, dan beweert ds. Hendrikse inderdaad niets nieuws. De klassieke theologie heeft altijd duidelijk aangegeven dat Gods ‘bestaan’ uniek is. Immers, alleen Gods bestaan is absoluut noodzakelijk, van niets en niemand anders afhankelijk, zonder begin en zonder einde. Totaal anders dus dan het bestaan van schepselen.
Ds. Hendrikse pleegt dan te zeggen dat hij dit niet kan uitleggen aan zijn buurman. Alsof dat de
maatstaf is van christelijk belijden! We belijden niet wat wij begrijpen, maar wat wij aanbidden. Hendrikse doet echter veel meer dan vraagtekens zetten bij begrippen. Voor de radio stelde hij vorige week nog weer eens dat hij wil afrekenen met ‘het oude godsbeeld’ dat God een wezen is dat zich ergens bevindt en invloed heeft op aarde. Die God bestaat volgens hem niet. Wat wél bestaat zijn bepaalde ervaringen waar mensen het etiket ‘God’ op plakken. ‘God’ is niet meer en niet minder dan de kwalificatie van een unieke ervaring die mensen opdoen, namelijk dat ze door andere mensen gezien worden zoals ze werkelijk zijn. Deze reductie van ‘God’ tot de aanduiding van een ervaring van mensen, verwoordt ds. Hendrikse als volgt: ‘God bestaat niet, maar Hij gebeurt.’ Wanneer vervolgens doorgevraagd wordt wie Christus voor hem is, stelt hij dat Christus zeker niet de Zoon van God is en ook niet uniek. Hij is één van de vele wegen die leidt naar het ‘goddelijke’. De Tien Geboden zijn slechts voortgekomen uit menselijk verstand. De hemel is een prachtig beeld, maar er beantwoordt geen werkelijkheid aan. Zo legt hij zijn kaarten op tafel als iemand die nauwelijks nog ‘vrijzinnig christelijk’ genoemd kan worden. De vrijzinnigen in de Nederlandse Hervormde Kerk hebben tenminste nooit aan het bestaan van God getwijfeld, maar Hem als eeuwig Opperwezen erkend.
Wie stelt dat het in dit alles alleen maar om een taalspel gaat, legt een rookgordijn. Als het spreken van Hendrikse het fundamentele belijden van de kerk niet aantast, wat dan nog wel? Wanneer de Protestantse Kerk nu niet in statu confessionis is, dat wil zeggen: uitgedaagd om koste wat het kost tegenover de leugen het hoge woord van de waarheid te spreken, wanneer dan nog wel?
Bidden om helder getuigenis
In het RD van 11 februari geeft de scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk, dr. A.J. Plaisier, enkele belangrijke signalen af. Hij stelt duidelijk dat de opvatting dat God niet bestaat niet kan worden geaccepteerd in de kerk. Ik citeer: ‘Wij geloven in God. Wie dat niet doet, stelt zich buiten het belijden van de kerk. Daarmee verlaat je de kerk.’ Dat houdt dus in dat Hendrikse fysiek nog wel in de kerk is, maar – zolang hij zich niet bekeert van zijn dwaling – geestelijk niet meer.
Verder geeft hij aan dat de opvattingen van Hendrikse niet houdbaar zijn, ook al zijn ze aanleiding om nader te denken en te spreken over de vraag: ‘Wie is God? ’ In november gaat de synode zich bezighouden met het thema ‘spreken over God’. Het is de bedoeling dat het zal komen tot belijdend spreken aangaande de drie-enige God. Dr. Plaisier geeft namens het moderamen van de synode het kader aan waarbinnen dat geloofsgesprek zal plaatsvinden.
Het is dus duidelijk niét zo dat de visie van Hendrikse in de kerk een bespreekbare optie is. Nog voordat het gesprek ter synode begint, is helder aangegeven dat Hendrikse zich buiten de rooilijn heeft geplaatst. Deze positiebepaling acht ik winst. Het zou mooi zijn wanneer de radionieuwsdienst ook hiervan melding maakte. Maar dit is beslist geen reden om gerustgesteld achterover te leunen. De Protestantse Kerk schudt momenteel op haar fundamenten. Het oog van de wereld is op haar gericht. Stelt die kerk nog wat voor? Gelooft zij haar eigen boodschap nog? Toont zij karakter of verloochent zij haar identiteit? Ons gebed en onze inzet moeten erop gericht zijn dat de Heilige Geest de synode in haar spreken zal leiden, zodat zij zal weren wat haar belijden weerspreekt en klip en klaar getuigenis zal geven van wat onder ons volkomen zekerheid heeft, namelijk dat God is en dat Hij in Jezus Christus Godmet-ons is.
J. Hoek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's