God en het lijden van Haïti
W aar was God in Haïti? Die vraag wordt gesteld na de verwoestende aardbeving van anderhalve maand geleden, die aan circa 230.000 mensen het leven kostte. Een getal dat letterlijk onvoorstelbaar groot is. Haïti behoort tot de allerarmste landen van deze wereld, werd geteisterd door rampen en politieke instabiliteit. Waarom werd dit land, dat een grote christelijke gemeenschap heeft, opnieuw getroffen?
Al betrekkelijk snel na de aardbeving stond de Amerikaanse tv-dominee Pat Robertson klaar met een verklaring. Deze ramp heeft te maken met een pact met de duivel dat eeuwen geleden door de bevolking zou zijn gesloten in ruil voor de bevrijding van de Franse onderdrukking. Aan dit duivelswerk komt een einde, aldus Robertson, wanneer Haïti zich bekeert tot God.
Deze extreme opvatting komt ook in iets andere vorm voor. In een artikel in De Groene Amsterdammer (‘Pleidooi voor een verstrooide god’, 4 februari) gaat publicist Anil Ramdas daar op in. Ramdas doet voor de NRC regelmatig verslag van religieuze bijeenkomsten van zeer uiteenlopende aard, van boeddhistische rituelen tot hersteld hervormde kerkdiensten. Hij signaleert dat sommige predikanten in Amerika hun volgelingen opriepen de slachtoffers van Haïti niet te steunen.
Het was de toorn Gods, hun ongeluk hadden ze verdiend. En waar was God zo boos om? Al die voodoo. Die duistere spreuken, de kalebassen met drogerende dranken, de offers, het doodbijten van levende kippen, het zich besmeuren met as en bloed en het bezeten raken: alsjeblieft, aardbeving.
Aardbevingen doen het sowieso goed in godsdiensten. Ze zijn een populaire vorm van straf, want wat is nou een heftiger teken van Zijn bestaan dan het vanzelf omhoog komen of openscheuren van de aarde?
En zoals men had kunnen verwachten: ook in Haïti beweren zowel christelijke predikanten als voodoopriesters dat de aardbeving eigen schuld is. Niet hard genoeg gebeden, niet vurig genoeg gedanst. En een magisch-religieuze leider in Jamaica heeft inmiddels opgeroepen de handen ineen te slaan: niet om het puin te ruimen, niet om huizen en scholen en klinieken te bouwen, maar om samen de toorn van God te verzachten.
Zelf zegt Ramdas niet te weten of God bestaat. De mensen die hij wekelijks bezoekt denken daar anders over.
Maar er zijn twee varianten: een abstracte en een concrete. De abstracte God is op een afstand aanwezig. Hij is ondoorgrondelijk maar, zeer in het algemeen, goed en liefdevol. De concrete God is aanspreekbaar, bijna tastbaar. Hij heeft een vorm en een plaats en hij wil gepaaid en geprezen worden. Hij haalt soms dwaze of lelijke streken uit, en dat doet Hij omdat wij Hem onvoldoende gepaaid en geprezen hebben. Het is een kinderlijk, misschien wel primitief godsgeloof – en zeer wijd verbreid. (…)
Ik vind godsgeloof op zichzelf niet hinderlijk. Overal waar ik kom zijn de mensen vriendelijk, niet alleen tegen mij, als vreemde bezoeker maar ook tegen elkaar. Het lijkt me geweldig om zo van je medemensen en gemeenteleden te kunnen houden. Maar de persoonlijke God, de concrete, rechtstreeks aanbidbare God is schadelijk. Misschien moeten atheïsten en intellectuelen God ophouden te ontkennen. Ze moeten Hem hervormen tot iets wat ver en onbereikbaar is. Lichtelijk verstrooid, onaandachtig, een beetje in zichzelf gekeerd. Wat hij doet, goed of kwaad, is nooit persoonlijk bedoeld.
Ramdas spreekt de woorden van een kritische buitenstaander. Hij neemt vooral aanstoot aan een persoonlijke God, die van ons leven afweet en handelt. Als je toch in een god moet geloven, dan maar liever een abstract godsbeeld van een ondoorgrondelijke, liefdevolle God. Het lijkt erop dat hij daarmee terugkeert naar een godsbeeld uit de tijd van de Verlichting.
In een column in het ND (25 januari) gaat Gerard den Hertog, hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, in op harde, agressieve woorden van cabaretier Youp van ’t Hek. Volgens laatstgenoemde blijft er na de aardbeving maar een conclusie over: ‘God is al eeuwen zoek’. Dr. Den Hertog wil de woorden van Van ’t Hek goed tot zich door laten dringen en trekt een lijn naar de aardbeving in Lissabon op Allerheiligen 1755. Een ramp met een enorme impact.
Tot dan toe waren veel verlichte denkers – ik noem alleen Voltaire – nog bereid te geloven in een God die als een bekwaam horlogemaker de wereld gemaakt had en in zijn bestuur op afstand zekere morele maatstaven hanteerde. (…) Maar daar kwam toen een einde aan. Men heeft wel gezegd: Lissabon was voor de achttiende eeuw wat Auschwitz voor de twintigste eeuw was – het einde van de mogelijkheid te geloven in een God die góéd is, die ‘milde handen en vriendelijke ogen heeft’.
Maar, schrijft Den Hertog, in de kerk belijden we – anders dan in de Verlichting gebeurde – de drie-enige God.
Wat verandert er als je God als de Drieenige belijdt en denkt? Nu, dan is Hij niet meer een soort regelaar die achter de knoppen zit, aan wie je je verder niets gelegen hoeft laten te liggen, maar die je wel verwenst als Hij dood en verderf aanricht. Je kunt God dan alleen denken als Degene die na de intrede van de zonde niet de aarde en de mensen erop vernietigt, maar achter de mens aan gaat met zijn beloften. Als Hij zijn eigen Zoon zendt, is daarin eens en voorgoed duidelijk dat Hij niet onbewogen ons het gruwelijkste leed toebedeelt, maar het onvoorstelbare doet om ons mensen te redden en de aarde te
herscheppen. Als de Geest zucht, vanuit en met een schepping die aan de vruchteloosheid is onderworpen, dan is het een roep om een wereld waarin alle leed en dood verleden tijd zal zijn.
Youp van ’t Hek denkt dat hij vragen heeft waar de God van de Bijbel niet tegen bestand is. Hij zou de Psalmen eens moeten lezen. Daar kom je een God tegen die in al onze benauwdheden zelf ook benauwd is, en Die ons, als wij bidden, ook moed geeft om vol te houden en te geloven dat ons werk in Hem niet vergeefs is.
Juist zo’n psalm werd eind januari in de kathedraal van Antwerpen gelezen tijdens een gebedsviering voor Haïti (www.kerknet.be/ bisdomantwerpen). In de gebedswake werd voorgegaan door bisschop Johan Bonny en door ambtsdragers uit andere christelijke kerken.
In zijn homilie riep de bisschop de vreselijke beelden van de aardbeving op. ‘Lijken tussen het puin. Doden diep begraven onder ingestorte gebouwen. Mensen met verplette ledematen. Slachtoffers die in een kruiwagen worden weggevoerd. Woedende mensen, die in dagen niet gegeten of gedronken hebben. De armsten krijgen opnieuw de zwaarste rampen te verwerken. De geschiedenis herhaalt zich. Op de schok van de aardbeving volgt een golf van diepe pijn en de verlatenheid, van hopeloosheid en onmacht’, vervolgde hij. ‘Dan kan een mens slechts schreeuwen. Zoals de dichter van Psalm 88: ‘Ach, Heer God die mij redt, ik roep om U bij dag, ik sta voor u bij nacht; laat mijn gebed U bereiken, en luister naar mijn luid geroep, want ik ben ziek van ellende, ik ben het dodenrijk levend nabij. Ik geld als iemand die in het graf ligt, een man die zijn kracht heeft verloren. Daar lig ik dan onder de doden, een gevallene, dood en begraven, aan wie U niet langer denkt, afgesneden van uw hand. U hebt mij naar het diepste graf verwezen, naar afgrond en duisternis.’ In de woorden van de psalm horen we de echo van Haïti. God, hoor het verdriet van uw kinderen in Haïti. Luister naar hun roepen.
Ten slotte zinnen uit het hoofdredactionele commentaar van het RD (13 februari). Eerst wordt Augustinus geciteerd, die stelt dat er veel op aarde gebeurt dat tegen Gods wil is, maar dat niets buiten Zijn wil om geschiedt.
Hoe waar dat dit ook is, uiteindelijk zijn daarmee niet alle menselijke waaroms beantwoord. Laten christenen dan ook eerlijk zeggen dat ze geen antwoord hebben op alle vragen rondom het thema God en het lijden. Hun past op dit punt een ootmoedig zwijgen, vol eerbied voor Gods majesteit. Tegelijk kunnen zij toch ook spreken. God is bij het lijden niet de grote Afwezige, zoals dat bij andere godsdiensten veelal wel het geval is.
G. van Meijeren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 2010
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 2010
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's