De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat moeten wij doen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat moeten wij doen?

Laten velen reageren op besluit over ds. Hendrikse

7 minuten leestijd

‘Wat doet u? Wat kunnen wij doen? ’ Deze vraag is ons dikwijls gesteld sinds begin van deze maand bekend werd dat de classis Zierikzee in meerderheid heeft besloten de procedure tegen ds. K. Hendrikse stop te zetten.

T ijdens onze bestuursvergadering vorige week hebben we onszelf ook deze vraag gesteld: ‘Wat kunnen wij doen? ’ Dat er iets gedaan moet worden, is buiten kijf. Daarom lieten we al twee keer in De Waarheidsvriend van ons horen, via ds. Kuijt en via prof. dr. Hoek. Helder hebben zij uiteengezet dat het – met de woorden van dr. A.A.A. Prosman in het Reformatorisch Dagblad van 9 februari – zo níet kan. Echt niet! De ondertoon van deze bijdragen is er een van grote verontwaardiging. Terecht.

Die was er ook op onze vergadering. Er ons als Gereformeerde Bond bij neerleggen? Nee. Instemmen met de bestuurlijke wijsheid die de visitatoren ten toon proberen te spreiden? Nee. Zwijgen vanuit een stuk realisme, omdat het nu eenmaal in de Protestantse Kerk en vroeger in de Hervormde Kerk er zo aan toe gaat? Nee. Maar wat dan wel?

In deze bijdrage wijs ik op de mogelijkheden die gemeenten en gemeenteleden hebben om hun verontrusting en – wat voor meer dan één protestant geldt – verbijstering kenbaar te maken. Tevens voeg ik enkele theologische en geestelijke overwegingen eraan toe.

Kerkelijke weg

Ten eerste, het is goed om ondanks onze verontwaardiging, meer nog: juist vanwege onze verontwaardiging de kerkelijke weg te gaan. We belijden immers met onze Nederlandse Geloofsbelijdenis (art. 30) dat de kerk ‘geregeerd moet worden overeenkomstig de geestelijke politie, die ons onze Heere heeft geleerd in Zijn Woord’. Daardoor zal de ware leer haar loop hebben en zullen alle dingen in de kerk er ‘wel en ordelijk’ aan toegaan.

Deze kerkelijke weg is de weg van de kerkorde. Onze kerkorde stelt in artikel XII dat de gemeente geroepen is te blijven in de weg van het belijden van de kerk. In ordinantie 10 wordt deze roeping (‘opzicht’ genaamd) nader uitgewerkt. Het vierde hoofdstuk van die ordinantie regelt het opzicht over de verkondiging en de catechese ‘tot wering uit verkondiging en kerkelijk onderricht van datgene wat de fundamenten van de kerk aantast, doordat het de gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift uitsluit en de gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht verbreekt’ (ord. 10-13-1). Overduidelijk is dat wat ds. Hendrikse verkondigt en leert in flagrante tegenspraak is met Schrift en belijdenis.

Daarom is het goed dat de classis Zierikzee zich over de zaak Hendrikse gebogen heeft volgens de procedure van ordinantie 10-14. Daarom is het ook goed dat – nu deze classis een uitspraak heeft gedaan die zo echt niet kan – er afgevaardigden van die classis zijn die een bezwaarschrift indienen tegen de gang van zaken en het eindoordeel van deze meerdere kerkelijke vergadering. Deze afgevaardigden verdienen onze morele en geestelijke steun.

Ook het derde hoofdstuk van ordinantie 10 gaat over het opzicht. In ordinantie 10-6 wordt een weg gewezen waarlangs een broeder of zuster die dwaalt, teruggeroepen kan worden. We lezen: ‘Geven iemands belijdenis en wandel of vervulling van ambt of dienst aanleiding tot bijzondere bemoeienis, dan vindt deze eerst plaats door pastorale samenspreking en vermaan. Indien nodig gaat de kerk over tot toepassing van de middelen die gegeven zijn met de kerkelijke tucht.’

De uitdagende wijze waarop ds. Hendrikse zijn van Schrift en belijdenis afwijkende leer aan de orde stelt en de onrust in de kerk die dat tot gevolg heeft, kunnen heel goed aanleiding zijn om een klacht (ord. 10-10-6 noemt dit een ‘beschuldiging’) in te dienen bij de classis, die de zaak vervolgens opdraagt aan het regionale college voor het opzicht. Dit college kan – na een zorgvuldig uitgevoerde procedure – overgaan tot het nemen van een maatregel van kerkelijke tucht. Als het college dit nalaat, kan degene die de beschuldiging heeft ingebracht, een beroep doen op het generale college voor het opzicht.

Bezwaar

Het indienen van een bezwaarschrift is geregeld in ordinantie 12. Als een gemeentelid, een ambtsdrager, een kerkenraad zich bezwaard gevoelt door een besluit van een kerkelijk lichaam, kan men een bezwaar indienen bij het desbetreffende regionale college voor de behandeling van bezwaren en geschillen.

Een bezwaar kan slechts worden ingediend door iemand die ‘in zijn werkelijke belang of in zijn kerkelijke verantwoordelijkheid is getroffen’. Dat betekent in dit geval dat bijvoorbeeld kerkenraden in de classis Zierikzee die het niet eens zijn met haar besluit, bezwaar kunnen maken tegen het besluit dat door deze classis op 3 februari genomen is. Dat bezwaar moet binnen dertig dagen bij het college zijn ingediend (adres: Regionaal

College voor het Opzicht Zeeland, p/a Steunpunt zuidwest van de Protestantse Kerk in Nederland, Dorpsstraat 50, 2995 XH Heerjansdam).

Andere gemeenten en gemeenteleden in den lande kunnen echter ook blijk geven van hun teleurstelling en verontrusting door een schrijven te richten tot het moderamen van onze synode (adres: Protestants Landelijk Dienstencentrum, Postbus 8504, 3503 RM Utrecht) en de scriba van de protestantse classis Zierikzee (adres: Dokter Schutterstraat 8, 4307 BP Oosterland).

Woordspel

Hopelijk zijn er velen die reageren naar de synode en de classis Zierikzee toe. Is dat geen betere weg dan het bedanken voor onze kerk, die ondanks haar prachtige belijdenis, op drift is geraakt?

Want die zijn er inmiddels ook: gemeenteleden die zich van onze kerk afwenden. Begrijpelijk. Ze dachten deel uit te maken van een voluit belijdende kerk. Maar wat blijkt? Zodra een storm opsteekt, gaat (de leiding van) de kerk niet voor anker in de belijdenis, maar geeft ze zich over aan een woordspel, zoals collega Hendrikse doet met het woord ‘bestaan’, zoals dr. Hoek vorige week helder maakte. Met woordspel doel ik op de officiële uitspraak van de kerk dat de opvattingen van ds. Hendrikse de fundamenten van de kerk níet aantasten. Ik ben het met deze uitspraak eens. Maar dan op grond van wat Christus zegt: ‘De poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen’ (Matth.16:18). Onstandvastige classes, atheïstische dominees enzovoort zullen Gods kerk op deze aarde – uiteindelijk – geen kwaad kunnen doen.

Echter, de zinsnede in onze kerkorde dat geweerd wordt wat de fundamenten van de kerk aantast, is níet bedoeld om hen die de belijdenis der kerk met voeten treden vrijuit te doen gaan. Dan hoeft er nooit meer tucht uitgeoefend te worden. Ordinantie 10-13-1 wil echter dat de kerk door middel van het opzicht daadwerkelijk weert alles wat het op die fundamenten voorzien heeft. De uitleg die visitatoren en classis voorstaan, is in strijd met de grondslag van onze kerk, verwoord in artikel I en artikel XII van de kerkorde. Het lijkt de moeite waard ook de uitleg van ordinantie 10-13-1 in de bezwaren tegen het classisbesluit uit te werken.

Zeker, we voelen met de leiding van onze kerk mee dat het niet gemakkelijk is een weg te zoeken tussen leerstellige striktheid, schoolse tuchtoefening en katholieke wijsheid. We weten ook dat de Heilige Geest met menselijk feilen wil samenwonen (Gunning). Maar rechtvaardigt dit alles dat er wordt afgezien van tuchtmaatregelen? Tucht is immers bedoeld om troost en leiding te geven aan de zielen, zowel van hen die dwalen alsook van hen wier geloofsscheepje door dwalingen van anderen slagzij maakt en die roepen: ‘Heere, help ons, wij vergaan!’ Die zijn er ook.

Het grote Boek

Slagzij: wie weet daar niet van? Het kan niet anders of collega Hendrikse moet daarover kunnen meepraten. Verklaart dat wellicht zijn felheid en onverschilligheid? Hij is met zijn vragen een echt kind van de Verlichting.

Maar dat is de schrijver dezes eveneens. Met alle vragen twijfels die daarbij horen, niet het minst aangaande het Godsbestaan. Trouwens, door wie gieren zulke vragen niet heen? Voor je gevoel blijf je amper overeind.

Vaak denk ik aan de vroegere praktisch theoloog van Utrecht, prof. dr. H. Jonker (1917-1990). Met het oog op zijn promotiestudie volgde hij filosofielessen. Op zaterdagavond. Bij een docent die hem zulke fundamentele vragen stelde over het geloof dat hij vertwijfelde. Maar wanneer het dan weer zondag was en Jonker achter het ‘grote Boek’ stond en zich één wist met de zingende gemeente, vielen alle aanvechtingen weg. Dat is gelukkig ook mijn ervaring.

Ik neem aan dat collega Hendrikse ’s zondags ook steeds weer achter dit ‘grote Boek’ staat. Wie weet!

H.J. Lam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 2010

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Wat moeten wij doen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 2010

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's