Op de bodem van Jezus’ hart
Kohlbrugge benadrukt het geloof van Middelaar
In zijn preken brengt dr. H.F. Kohlbrugge meer dan eens het geloof van Jezus naar voren. Een diepe gedachte.
‘O nze grote Hogepriester Jezus is in onze plaats in de meest wanhopige toestand geweest, Hij heeft er Zich echter doorheen geloofd en ons met Zich er doorheen geloofd. In geen enkel geval heeft Hij aan de verzoeking toegegeven, hetgeen wij toch allen doen.’ Deze woorden klinken op 6 februari 1848 van de kansel van de Niederländischreformierte Gemeinde te Elberfeld, waar dr. Kohlbrugge mediteert over Hebreeën 4:14-16. Veelzeggend in dit citaat zijn de woorden ‘er doorheen geloofd’.
Wie zich verdiept in de preken van Kohlbrugge komt deze gedachte van het geloof van Jezus vaker tegen. Niet door goddelijke kracht, maar in het geloof heeft de Tweede Adam de strijd hier op aarde gestreden en zo de overwinning behaald.
Paradox
De menswording van God de Zoon is een mysterie dat ons begripsvermogen ver te boven gaat. Hoe kan Eén Die God is, mens zijn; hoe kan de Heilige vlees worden? Een grotere tegenstelling is niet denkbaar.
De geloofsbelijdenis van Nicea verwoordt dit geheim van de vleeswording van onze Borg met die paar diepzinnige woorden: ‘en is mens geworden’. Kohlbrugge zegt dit nog iets sterker: ‘Christus is in de persoon van de zondaar ingegaan.’ De Zoon van God is vlees geworden zoals wij vlees zijn, om zo onze Plaatsbekleder te zijn. In verschillende toonaarden brengt Kohlbrugge dit wonder onder woorden: ‘Zo werd Hij dan deelachtig het vlees en bloed van Adam; van Adam, niet zoals hij was vóór de val, maar van Adam zoals hij geworden is na de val.’ In een prekenserie over Johannes 1 klinkt het nog stelliger: ‘Zulk vlees werd het Woord, en denk het u zo zondig, zo ellendig, zo afschuwelijk, zo gruwelijk voor de wet, als u wilt, zo zeg ik luide: zulk vlees werd het Woord. Nochtans bleef het het Woord, nochtans bleef het het onschuldige en onbevlekte
Lam.’ Kohlbrugge kan dit mysterie alleen maar in deze paradox onder woorden brengen. De Duitse theoloog W. Kreck (1909- 2002) spreekt in dit verband over ‘een wonderbare dialectiek,
die hier in de kern der christologie heerst, juist daarmee dat Christus in de plaats van de zondaar trad, dat Hij zonde werd, deed Hij de wil van God.’
Liefde
Zo diep wilde de Middelaar buigen om voor ons een volkomen Zaligmaker te zijn. Dat Kohlbrugge zo’n grote nadruk legt op het mens-zijn van de Heere Jezus is om de onpeilbare liefde van de Zoon van God te beklemtonen. ‘Juist in het stof en in het bloedige zweet, openbaart Hij Zijn goddelijke majesteit, de majesteit van Zijn liefde en genade voor ons verloren zondaren’, zegt Kreck.
Dit aspect komt vooral duidelijk naar voren in zijn bekende lijdenspreken. Kohlbrugge vertolkt hierin op een aangrijpende wijze het lijden en sterven van onze Borg.
Hij bereikt onvergelijkelijke hoogten die misschien wel nergens elders voorkomen in de preekliteratuur van de kerk. De bedenkingen die nogal eens tegen Kohlbrugges christologie geopperd zijn, getuigen wat mij betreft daarom van een oppervlakkig kennisnemen van zijn theologie.
Vlees en geloof
De weg van de verlossing was voor Christus geen andere dan de weg van het geloof waarin Hij Zich
vastklemde aan het Woord. Voor Kohlbrugge vormen de woorden vlees en geloof de twee kernwoorden bij het doordringen in de kennis van onze Heere Jezus. Zijn lijden was echt lijden; Zijn
bidden echt bidden; Zijn godverlatenheid was volkomen verlatenheid; Hij wist niets, hoewel Hij alles wist. Hij kende geen gehoorzaamheid uit Zijn vlees, maar heeft gehoorzaamheid geleerd. Hij, die Zelf het eeuwige Woord was, hield Zich onwankelbaar vast aan het geschreven Woord.
Eerste en Tweede Adam
Waarom legt Kohlbrugge nu zo’n nadruk op het geloof van de Heere Jezus? Dat heeft te maken met zijn visie op de oorspronkelijke verhouding van Adam tot God, die een geloofsverhouding was.
Adam was goed, rechtvaardig en heilig door in God en in Zijn Woord te blijven. Hij was geschapen in Gods beeld. Adams eerste
zonde was dat hij Gods Woord losliet en de ander, de satan, die hij niet eens kende, meer geloofde dan God. De eerste zonde, de zonde bij uitnemendheid, is het ongeloof. Waar nu door één mens de zonde in de wereld is ingekomen, en door de zonde de dood, daar zendt God die andere ene Mens, de Tweede Adam, om te herstellen wat door de eerste Adam is verdorven. Het meest wezenlijke werk dat de Tweede Adam moest volbrengen was God op Zijn Woord te geloven, God aan Zijn Woord te houden en het met dat Woord te wagen tegen alle machten van de hel.
Voor Kohlbrugge is het een lasterlijke gedachte dat het voor Christus een gemakkelijke taak zou zijn geweest om zonde en ellende weg te nemen, omdat Hij toch Gods Zoon was. Wie dat denkt doet tekort aan Zijn waarachtige vleeswording. De gedachte van de plaatsbekleding wordt op deze manier duidelijk onderstreept. Heeft de eerste Adam de satan niet weerstaan, maar hem geloofd, de Tweede Adam heeft de satan overwonnen door Zich te houden aan het geschreven Woord.
De tegenstelling wordt nog intenser als je bedenkt dat Adam in de staat der rechtheid in ongeloof Gods Woord heeft losgelaten.
De Tweede Adam heeft ‘in het vlees’ Gods Woord in geloof vastgehouden tegen alle verzoeking in. Zo is Christus gekomen om in onze plaats in God te geloven. (G. Oorthuys)
In de diepste zin van het woord is er eigenlijk maar Eén die gelooft en daarom worden wij alleen door het geloof van Jezus behouden (Rom.3:22). De schrijver van de Hebreeënbrief noemt de Heere Jezus de overste Leidsman en Voleinder van het geloof.
Troost
‘Moeten wij nog vragen’, zo klinkt het in een lijdenspreek, ‘hoe de Heere de Beginner en Voleinder van ons geloof is? Moeten wij nog vragen wat op de bodem van het hart van onze Heere lag? Te midden van hoon en bespotting wankelt de trouwe Heiland, de Knecht en Uitverkorene van Zijn Vader niet. Hij ziet de schande, Hij gelooft de eer. Hij kan niets uitrichten, Hij gelooft dat Hij alles in Zijn hand heeft.’
Deze woorden zijn een troost bij al mijn twijfel en aanvechting van mijn zwakke geloof. Er is maar één zekere hoop: Hij heeft in mijn plaats het geloof voleind, Hij heeft het volbracht.
H. Boele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's