De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Armoede is dichtbij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Armoede is dichtbij

Leven met God in tijd van welvaart [3]

7 minuten leestijd

Diakenen zitten nogal eens verlegen met de vraag hoe ze armoede kunnen signaleren binnen de eigen kerkelijke gemeenschap. Ze willen graag helpen. Armoede is aanwezig, maar niet zichtbaar en ook niet alleen financieel te duiden.

Een man in de gemeente is al geruime tijd werkloos. Hij zegt zelf dat het goed gaat, is op zoek naar ander werk en volgens hem redden ze het wel. De moeder doet niet actief meer mee aan kerkelijke activiteiten. Ze heeft de handen vol met de zorg voor haar zieke moeder. De kinderen komen gewoon op de club, maar doen niet mee met het jaarlijkse tienerkamp, hoewel ze dit wel leuk zouden vinden. Het kon dit jaar financieel niet, verklapt de jongste.

K ennen we dit gezin? Wat doen we als we deze situatie signaleren? In de praktijk blijkt dat het moeilijk is om zo’n gezin te benaderen met de vraag of de kinderen alsnog met enige steun vanuit de diaconie op kamp kunnen. Vaak durven we niet door te vragen en bovendien geeft het gezin aan geen hulp nodig te hebben.

Er speelt nog meer. Betrokken zijn bij mensen die te maken hebben met sociaal-financiële problemen vraagt een lange adem. Het vraagt het besef dat niet de financiële hulp het belangrijkste is, maar het opbouwen van een vertrouwensband. Het vraagt om de erkenning van de belastende situatie van de ander, waarin allerlei problemen, ziekte, tegenwind voortdurend aanwezig zijn. Het vraagt om een barmhartige houding in situaties waarbij mensen niet in staat zijn bepaalde patronen te doorbreken, wat uiteraard wel aangekaart moet worden.

Diakenen

Het is de eigenwaarde van de ander voorop stellen. Dat is geen theoretische uitgangspunt, maar iets wat de ander haarscherp aanvoelt. Diaconale hulp geven start met een oprechte interesse voor mensen, je verdiepen in hun situatie en met veel geduld vertrouwen weten op te bouwen. Als dat er is, weet iemand je gemakkelijker om hulp te vragen als het water aan de lippen staat, zodat je daadwerkelijk samen een weg kunt zoeken naar nieuw perspectief.

Diakenen willen graag helpen maar vinden het nogal eens moeilijk armoede te signaleren. Er spelen ook vaak meer problemen. Nodig zijn het juiste gevoel, kennis van armoede en een diaconale grondhouding.

Bloemetje op tafel

Armoede heeft zich in Nederland vooral sinds de crisis in de jaren tachtig opnieuw ontwikkeld. De opkomst van de sociale wetgeving, met als kroon de Algemene Bijstandswet in 1965, zorgde destijds voor voldoende inkomenszekerheid. Mensen moesten volwaardig kunnen participeren, aldus het motto ‘het bloemetje op tafel hoort er ook bij’ van de staatssecretaris die deze wet invoerde.

Door bezuinigingen en toenemende kosten voor levensonderhoud kwamen eind jaren tachtig steeds meer mensen in de financiële problemen. Tot op de dag van vandaag is er een vrij constante groep mensen die hiermee te maken heeft en schommelt het percentage rond de 10 procent van onze huishoudens.

Het meeste recente rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft aan dat 545.000 huishouden leven onder de lage inkomensgrens. We moeten niet vervallen in een discussie over waar de armoedegrens in onze moderne, rijke samenleving ligt, wel is het besef belangrijk dat het niet zo kan zijn dat een groot deel van onze samenleving de vruchten van de welvaart ontvangt en een klein deel structureel te maken heeft met uitsluiting.

Armoede is niet los te koppelen van rijkdom. En rijkdom is niet iets wat we ‘verdienen’, maar zelf ook uit genade, ‘om niet’ ontvangen. Onze arbeid, onze talenten en mogelijkheden zijn ons gegeven om te gebruiken, om van te genieten en ze in dienst te stellen van de ander.

Bijbels gezien vooral in dienst van de ander die tekort dreigt te komen (Deut.15). Armoede kan daarom nooit gezien kan worden als een geïsoleerd probleem van een individu. Integendeel, het is een samenlevingsprobleem waar we met elkaar oplossingen voor moeten zien te vinden.

Drie groepen

Wat doet armoede met mensen? Hoe zit het dan met de eigen verantwoordelijkheid van mensen? Zijn ze niet arm geworden door eigen keuzes? Als je kijkt naar de cijfers en de risicogroepen zie je dat er drie groepen langdurig (meer van vier jaar) te maken hebben met armoede: eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, alleenstaanden tot 65 jaar en niet-westerse allochtonen. Deze mensen ontvangen niet allemaal een bijstandsuitkering, een aantal van hen werkt geheel of

In de serie ‘Leven met God in tijd van welvaart’ schrijft volgende week drs. A.W. van Vugt over de impact van reclame.

gedeeltelijk, maar het loon is niet toereikend. Dit geldt overigens ook voor de zzp’ers en voor delen van de agrarische sector.

De effecten voor deze groepen zijn ook bekend: ze nemen minder deel aan het maatschappelijk verkeer, hebben een beperkter sociaal netwerk, zijn minder actief in verenigingen of vrijwilligerswerk. Ze kampen met betalingsachterstanden, hebben problemen om het huis goed warm te houden, hebben moeite om dagelijks een warme maaltijd op tafel te krijgen en kunnen niet een week op vakantie.

Vooral door onverwachtse noodzakelijke uitgaven komen ze in de problemen, erger dreigen ze in de schuldenval terecht te komen.

Dagelijks betekent dit de spanning of er aan het einde van de maand voldoende geld over is om boodschappen te kopen en tegenvallers (al is het maar een kapotte fiets) op te vangen. Reserves zijn er niet meer financieel, maar ook de psychische en emotionele reserves zijn uitgeput.

De risicogroepen en cijfers laten zien dat hun armoede niet primair één op één te wijten is aan hun levenspatroon. De eigen keuzes kunnen wel een belangrijke rol spelen om armoede te voorkomen en te overwinnen, maar er is tegelijk sprake van een armoedefuik, waar je als je lang op een laag inkomen moet leven moeilijk aan kunt ontsnappen. De rol van het sociale netwerk is daarbij erg groot. Als dit ontbreekt dreigen uitsluiting en isolement.

Hypotheek

Hoe kunnen we betrokken zijn? De genoemde risicogroepen geven een belangrijke sleutel voor de diaconale aanpak in een kerkelijke gemeente. Diakenen worden aangeraden in samenwerking met hun predikant en overige pastorale bezoekers (ouderlingen, bezoekbroeders, HVD) na te gaan hoe het werkelijk vergaat met deze eenoudergezinnen, mensen die langdurig werkloos of arbeidsongeschikt of chronisch ziek zijn, alleenstaande 55-plussers en 65-plussers, eventuele allochtone gezinnen, agrarische gemeenteleden en vergeet vooral ook de grote gezinnen niet.

Hierbij staat dus niet de vraag voorop of er financieel bijgesprongen moet worden, maar is het een kwestie van langdurig en intensief betrokken te raken bij deze gemeenteleden, zodat ze zich gedragen weten in hun situatie en bij problemen gemakkelijker aan de bel durven te trekken. Speciaal voor eenoudergezinnen, vaak vrouwen, zou het beter zijn deze taak te laten verrichten door vrouwen die bezoekwerk willen doen.

Een bijzondere nieuwe doelgroep zijn degenen die nu met een te hoge hypotheek zitten door werkloosheid. Zij vragen momenteel ook de aandacht van diaconieën. In het algemeen is het advies niet om deze groep direct financieel bij te staan – of er moet sprake zijn acute nood – maar om betrokkenheid te tonen, mee te denken aan oplossingen en eventueel mee te bemiddelen bij instanties.

Geen kerkmuren

De diaconale betrokkenheid bij armoede houdt niet op bij de kerkmuren. In elk dorp of elke wijk leven allerlei mensen die te kampen hebben met problemen. Waar diakenen gaan samenwerken met hun lokale overheid (sociale dienst) en maatschappelijke organisaties (thuiszorg, woningbouw, maatschappelijk werk, voedselbanken) groeien de mogelijkheden om hen te bereiken. Mensen met financiële problemen worden dan vaker doorverwezen naar diaconieën als andere instanties hen niet zelf kunnen helpen. Initiatieven ontwikkelen als noodfondsen, voedselbanken en maaltijdprojecten, stichtingen als Present en HiP helpen ook. Een goed totaalbeeld van deze diaconale hulp is te vinden in de armoedeonderzoeken.

Voor wie zijn hart opent voor de ander die gebrek heeft (1Joh.3:17), is de stap in de wereld van armoede confronterend. Gaandeweg wordt met vallen en opstaan geleerd dat armoede mensonwaardig is en de ander alle kansen nieuw perspectief verdient. Een bijzondere rijke taak voor elke diaken en elk gemeentelid.

Carla van der Vlist

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Armoede is dichtbij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's