ds. B.J. van Vreeswijk (1947-2010)
In memoriam
Op de vroege maandagmorgen van 1 maart overleed in het hospice van verpleeghuis de Halderhof te Bennekom Bert Johan van Vreeswijk, echtgenoot van Jannie van den Broek. Hij werd 62 jaar.
O nze vriend, broeder en collega werkte na behalen van het hbs-A diploma in het familiebedrijf van zijn oom en vader in Weesp. Al jong nam hij na het vervullen van de dienstplicht, waar hij officier was, het voortouw in de houthandel. In zijn woonplaats werd hij ambtsdrager, waar hij zich inzette in de breedte van de kerk. Er groeide een sterk verlangen om het familiebedrijf vaarwel te zeggen en dienaar van het Woord te worden.
Zo ging hij, gesteund door zijn vrouw, in Utrecht theologie studeren. De laatste twee jaren van zijn opleiding combineerde hij zijn studie met het werk als bijstand in het pastoraat te Stellendam. Toen er in juli 1980 een beroep kwam uit Zetten-Andelst, was dit een bevestiging van de roeping. Met de woorden ‘Predik het Woord…’ (2 Tim. 2: 4a) werd hij verbonden aan zijn eerste gemeente. Met deze tekstwoorden werd zijn leven gestempeld. Omdat hij luisterde naar het Woord, waren zijn preken helder, eigentijds, zoekend naar aansluiting bij de beleving van het geloof. Dit laatste aspect vormde voor hem vaak een worsteling om bij de zondige, aangevochten mens te komen. Christus vormde het centrum van zijn prediking, van zijn doen en laten. Zo mocht hij de diverse gemeenten dienen.
Gaven
Een van de gaven van onze broeder was om leiding te geven. Hij werd tweede voorzitter van de bestuurscommissie van de Revius scholengemeenschap in Rotterdam. In Veenendaal werd hij verkozen als afgevaar-digde naar de synode en later werd hij verkozen tot preses. Collega Van Vreeswijk had een sterk analytisch vermogen, doorzag de zorgen en problemen en had zeer snel een oplossing in petto. Dit geschetste proces ging vaak zo snel dat bijna niemand hem bij kon houden.
Hij stelde zijn gaven in dienst van de kerk en was dankbaar met wat hij kon doen, terwijl hij toch wist dat hij het proces van Samen op Weg niet kon keren. Met heel veel pijn zag hij toe hoe collega’s afscheid namen van de kerk die hem lief was. Hun appèl werd gemist, als het ging om geloofsvragen en om het handhaven van de belijdenis van de kerk. Opnieuw werd er een beroep op hem gedaan om voorzitter te worden van de stichting Herziening Statenvertaling en van de algemene kerkenraad van de hervormde gemeente van Veenendaal.
Mens
Mijn vriend was een echt mens. Nee, je keek hem niet zo gauw in het hart. Door de woorden heen kon je weten wat er bij hem omging. Ruim tien jaar geleden werd een ernstige ziekte geconstateerd. Hij, zijn vrouw en kinderen hielden er rekening mee dat hij zou sterven. De genezing van Hizkia hield hem bezig. Hij dacht aan zijn gezin, aan de kerk. Zou er genezing kunnen komen? Je klopt immers nooit tevergeefs aan de deur bij de HEERE. Het wonder gebeurde, waarin de nabijheid van de HEERE werd ervaren en er mocht worden geroemd in Hem.
Na een tweede operatie werd het spreken moeilijk en het preken onmogelijk. Er werd aan emeritaat gedacht. Onze collega leed er onder dat hij niet meer zou kunnen preken, daar lag immers zijn hart. Ook hier verhoorde God het gebed.
Toen het beroep naar Den Bommel als bij verrassing kwam, nam hij dit met volle vrijmoedigheid aan. Een soort nieuw elan kwam over hem. De gemeente en kerkenraad waren blij met een dominee met de nodige ervaring.
Roep om redding
Begin dit jaar openbaarde zich opnieuw de gevreesde ziekte. Een verpletterend bericht werd overgebracht: er bevond zich een tumor in het hoofd. Al Gods golven en baren gingen over hem, zijn vrouw, kinderen en gemeente heen… waar is God? In zijn laatste preek, gehouden op 31 januari, hoor ik een mens die roept naar de troon van Gods genade. ‘Hij is er en Hij is er niet… Hij slaapt…!’
Een roep om reiniging, redding… totdat… toen hoorde God. Ruim veertien dagen voor zijn overlijden vierde hij het Avondmaal met de gemeente. Zelf mocht ik voorgaan in deze dienst. Hij had mij als tekst aangereikt Mattheüs 9: 12b, waarover hijzelf had willen preken: ‘Die gezond zijn hebben de Medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.’ De perikoop eindigt met deze woorden: ‘…want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering…”
Na die tijd wees zijn hand naar Boven. Hij kon nauwelijks meer spreken. Jezus, vaste Rots van zijn behoud, bleef over. Zo werd het rustig na de storm en werd mijn vriend, broeder, collega Thuisgehaald. De woorden uit Psalm 138: 8, die hij me tien jaar geleden had toevertrouwd om de afscheidsdienst mee te leiden, bleven van kracht en blijven van kracht voor de kerk, de Protestantse Kerk in Nederland, de gemeente van Den Bommel, voor Jannie zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen: ‘De HEERE zal Zijn werk voor mij voltooien; Uw goedertierenheid, HEERE, is tot in eeuwigheid; laat de werken van Uw handen niet los.’
T.W. van Bennekom, Goes
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's