Maakt christen het verschil?
Biddag en mijn dagelijks werk
Voor gewas en arbeid bidden we deze week in het bijzonder. Minder dan een aantal jaren geleden zijn veel predikanten er verlegen mee, want de economische crisis legde Nederlands kwetsbaarheid bloot. Bidden we er ook voor om als christen tussen negen en vijf uur verschil te mogen maken?
H et werk van alledag wordt door velen in ons land niet als een zegen beleefd, niet als een voorrecht gezien. Werknemers houden nogal eens van mopperen op de baas, op alles wat er qua omstandigheden of voorzieningen in het bedrijf niet deugt. Wie op weg naar de aow-leeftijd is, drukt dit uit door te verwoorden dat hij ‘nog zoveel jaar moet’. Ik sprak ooit een werknemer in de grafische sector die vier jaar voor zijn pensioen het precieze aantal dagen geteld had dat hij nog werken moest. Dan heb je het zwaar.
Mogen werken
Je hoeft niet eerst aan de zijlijn van het arbeidsproces te staan om te gaan zien welke zegen er niettemin ligt in het kunnen en mogen werken. Je hoeft niet eerst uitgeschakeld te zijn om te beseffen dat arbeid aan de mens zingeving verleent, hem ook levensvreugde kan geven. Je kunt ook letten op de opdracht die God aan de mens gaf om Zijn schepping te onderhouden, om te beseffen dat werken iets positiefs is. Arbeid als een zegen. Dat blijft ook waar als we denken aan de straf op Adams zonde, waardoor de aardbodem vervloekt is. God spreekt in Genesis 3 tot de mens: ‘Al zwoegend zult u daarvan eten, al uw levensdagen; dorens en distels zal hij voor u doen opkomen en u zult het gewas van het veld eten.’
Prestatiemaatschappij
Een christen werkt om zo met zijn gaven God te dienen. In een tijd waarin het economische rendement bij veel beslissingen een doorslaggevende factor is, is het cruciaal om dit besef vast te houden. In onze prestatiemaatschappij lijkt het voor veel jonge hooggeschoolden dat ze leven om te werken. Die overspannen concentratie op carrière en zelfontplooiing kan maken dat zij het moderne leven als een woestijnervaring bestempelen. Zo wil onze Schepper het beslist niet.
Zijn scheppende werk liep uit op de rust van de zevende dag. En daarom staan wij op de rustdag stil bij wat God gedaan heeft. Dat hoort ook bij een leven van navolging. In de Studiebijbel in perspectief staat het zo: ‘Rusten is vieren, van ophouden weten. Wij werken in Gods schepping om ons te verheugen in Gods zegen.’
Omdat hij uitvoerder van Gods plannen is, mag de mens spreken van zijn goddelijk beroep. Dat geldt alle beroepen die het welzijn van de medemens dienen. Als jongere hoorde ik prof. Graafland in een preek vertellen dat zijn vader bij de gemeentereiniging werkte – de hoogleraar gebruikte het woord putjesschepper – en dat ervoer als zijn goddelijk beroep. Daarmee diende hij de Heere.
Grote misvatting
Nu is het opvallend dat veel christenen die relatie tussen hun dagelijks werk en hun levensovertuiging niet zien. Dr. A. Markus, als missionair predikant verbonden aan de Utrechtse Jacobikerkwijkgemeente, wees daar onlangs op in zijn bijdrage in de CSFR-bundel Postmodern gereformeerd. Ds. Markus schrijft dat veel mensen een sacraal gebied erkennen, waarin hun kerkgang, stille tijd en kerkenwerk vallen. Het dagelijkse leven van werk en studie hoort dan bij een seculier gebied, waarin we weliswaar ‘netjes’ proberen te leven maar waarin we niet ervaren een werktuig in Gods hand te zijn. Ons werk is geen gebied waar je God echt dient.
Ds. Markus verwoordt hoe een stagiaire aan een theologische opleiding hem haar motivatie voor de studie doorgaf: Ik wil graag een beroep uitoefenen waarin ik God echt kan dienen. ‘Ze bedoelde daarmee dat je in beroepen die niet met kerkelijk werk te maken hebben, God minder echt kunt dienen.
Maar dat is een grote misvatting! Juist in niet kerkelijke beroepen kun je God echt dienen. Juist in werk en studie kan God ons gebruiken om andere mensen te bereiken.’
Christen op de werkvloer
Het is voor jongeren en ouderen dus niet vanzelfsprekend op het werk hun christen zijn te beleven.
Dat is de ene kant van de medaille, het gefragmenteerde leven van veel christenen. De medaille heeft ook een andere kant, namelijk dat het in veel werksituaties lastig is om je leven bij Gods Woord naar de werkvloer te vertalen.
De NRC-journalist Peter Vermaas gaat hierop in in het hoofdstuk over de relatie tussen geloof en
wetenschap in zijn boek In God we trust. Geloven in Amerika. ‘Ze worden gediscrimineerd, de wetenschappers die in een goddelijke schepping geloven. Dat zeggen ze zelf – steeds vaker en steeds luider. Wie eenmaal uit de kast komt, kan niet meer publiceren in reguliere wetenschappelijke bladen of spreken op congressen met vakgenoten.
Ook een mooie aanstelling aan een belangrijke universiteit wordt schier onmogelijk.’ In Nederland is dit verschijnsel eveneens aan de orde, blijkens een vraaggesprek dat het RD met enkele wetenschappers had, die anoniem reageerden.
RMU of anderen?
Het kunnen collega’s zijn die het niet dulden dat je jouw levensovertuiging op de werkvloer noemt, het kan je werkgever zijn die hier moeite mee heeft. Wat doe je als werknemer op de Rotterdamse meubelboulevard Alexandrium als je baas zijn winkel op zondag open heeft? Het liberale gelijkheidsdenken in ons land kan er gemakkelijk voor zorgen dat er steeds meer beroepen komen waarin de christelijke overtuiging van werknemers voor conflicten zorgt. Laten we dat aan de RMU over, of andere organisaties die de belangen van werknemers of werkgevers behartigen? Dan zouden we als kerk zeker tekort schieten.
Dat die geestelijke leiding van de kerk – in prediking (leerdienst) en catechese – nodig is, blijkt uit cijfers die tonen dat een groot deel van de christenen verlegen is met het thema ‘christen zijn op je werk’. Mensen die betrokken zijn bij de organisatie van bidstonden bij verschillende bedrijven (www. bedrijfsgebed.nl) geven aan dat tachtig procent van de christenen geen verbinding kan maken tussen de leefwereld van zondag en doordeweeks. Tegelijk wordt verwoord dat veel predikanten zich weinig kunnen voorstellen bij wat het is om veertig uur per week in een seculiere omgeving je levensovertuiging geen geweld aan te doen, laat staan om die uit te dragen.
Licht en zout
Maarten Pijnacker Hordijk, de man achter de al jarenlang gehouden bidstonden bij de NS, schreef onlangs dat christenen op het werk de meest verwaarloosde groep met de grootste mogelijkheden zijn. ‘Als zij wérkelijk hun door God gegeven plaats gaan innemen, kan er geestelijk gezien een revolutie ontstaan. Want een christelijk traktaatje kun je weggooien, een christelijk tv-programma kun je wegzappen, maar een christen die elke week veertig uur op zijn werk is, kun je niet ‘uit’ zetten, die is licht en zout.’
Tijdens zijn bezoek afgelopen september aan de Redeemer Church in New York heeft ds. B.J. van der Graaf ontdekt – ik citeer uit zijn werkverslag – dat aan de kerk een Center for Faith and Work verbonden is. Met dit centrum wil de kerk haar leden toerusten om als christen in hun werk te staan en van daaruit zo mogelijk een onderscheidende invloed op de cultuur van de stad te hebben.
Daar is geen organisatie voor nodig, daar zijn geen extra activiteiten voor te organiseren. We verwachten het dan van een christen die in zichzelf geen pretenties heeft, maar die als een leesbare brief zich ook overdag het Evangelie niet schaamt.
In arbeid genieten
Zullen we de biddag gebruiken om in het licht van de Bijbel beter te zien waartoe God ons de opdracht tot werken gegeven heeft? ‘Is het dan niet goed voor de mens dat hij eet en drinkt, en dat hij zijn ziel het goede doet genieten in zijn arbeid? Ik heb ook gezien dat dat van de hand van God is’, zegt Prediker 2:24. We werken niet voor ons loonstrookje, voor de vakanties, voor de luxe in het leven, maar tot eer van de Heere. Daar zal de naaste wat van merken, zeker weten.
P.J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's