Relatie met jeugdcultuur
De persoon van de catecheet [1]
Catechese vindt niet geïsoleerd plaats van ontwikkelingen in de jongerencultuur, die onder meer gekenmerkt wordt door individualisering. Wat betekent dit voor de persoon van de catecheet?
D e dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk en de HGJB presenteerden in 2007 aan de synode het rapport Kansen voor de catechese. Het rapport constateert dat in veel gemeenten van de Protestantse Kerk de catechese steeds minder jongeren trekt en dat het moeite kost om mensen te vinden die leiding willen geven aan de catechese. Ook blijkt dat in de breedte van de kerk de kennis van het christelijk geloof afneemt.
Het rapport stelt echter dat catechese een wezenskenmerk van de kerk en de gemeente is. Tegen deze achtergrond beveelt het rapport aan dat er meer aandacht komt voor materiaalontwikkeling, toerusting van catecheten en wetenschappelijk onderzoek en onderwijs op het gebied van de catechetiek.
Twee gespreksthema’s
In z’n algemeenheid geldt dat het gesprek over catechese vaak over twee dingen gaat: (1) een teruglopende belangstelling en motivatie onder jongeren en (2) de verschillende methodes die er voor catechese zijn en de voors en tegens van deze verschillende methoden.
Ik zou graag de focus van het gesprek willen verschuiven naar de persoon van de catecheet en de rol die catechese kan spelen in het gemeenschapsleven van de lokale gemeente.
Hoewel hier ook bijbels-theologisch voldoende voor te zeggen is, ontspringt deze focus voor mij ook uit een analyse van de huidige (jongeren)cultuur en uit onderwijskundige overwegingen bij het vormgeven aan catechetische leeromgevingen. Bij de relatie tussen jongerencultuur en catechese wil ik in dit artikel uitgebreider stilstaan. In een volgend artikel zal ik ingaan op de onderwijskundige overwegingen.
De focus op de persoon van de catecheet is overigens niet nieuw maar moet blijkbaar steeds opnieuw in het gesprek ingebracht worden. Op het moment dat ik dit schrijf, zit ik midden in een uitgebreide zoektocht naar bijna zestig jaar internationaal onderzoek naar catechese en catechetische leerprocessen, waaronder ook veel publicaties van eigen bodem. Hierbij kwam mij een artikel uit 1955 onder ogen van dr. P. Roest in jaargang 10 van het Nederlands Theologisch Tijdschrift: ‘Verkenning en belijning van de catechese’. Roest stelt daar het volgende vast (p. 29):
Dat de catechese een probleem is, waagt niemand meer te betwijfelen. Het gesloten platteland – voor zover het nog bestaat – verzekert het nadrukkelijk. De gebieden, waarin de industrialisatie zich breed maakt, stemmen ermee in. En de grote steden? Ach, aldus een grotestadspredikant, we praten maar niet meer over de catechisatie.
Toch is er reden deze door allen en overal aanvaarde stelling met een zekere argwaan te beschouwen. Al was het alleen maar om de gevolgen. Het valt immers niet te loochenen, dat er een negatieve instelling gaat ontstaan, zelfs reeds ontstaan is, die men ongeveer zo kan weergeven: er is toch niets meer aan te doen! En wat moet er dan nog terecht komen van de organisatie, van de voorbereiding en van de catechese zelf ? Het is immers opvoedingswerk en wie daarbij niet meer gelooft in zijn werk en in zijn leerlingen, is er ten enenmale ongeschikt voor. Hij kan beter zo snel mogelijk zich laten omscholen tot werker aan de lopende band.
Dus wel vertrouwen hebben in de mogelijkheden van de catechese en eenvoudig alle klachten over ‘dat moeilijke uur’ en de verzuchtingen over de onbereikbaarheid van de jeugd negeren en maar rustig doorgaan met ademhalen spijts de verzekering van verscheidene kanten, dat het ‘25ste uur’ in de pastorale bemoeiing met de jeugd is aangebroken?
Individuele beleving
Catechese staat niet los van de geloofsgemeenschap van de kerkelijke gemeente als geheel en het vindt niet geïsoleerd plaats van ontwikkelingen in de omringende cultuur en jongerencultuur. Het citaat van Roest laat zien dat in 1955 met name de trek naar de grote stad en de industrialisatie belangrijke ontwikkelingen waren die zijn weerslag hadden op de gemeente en de ervaringen bij de catechese.
Voor nu geldt dat catechese moet gezien worden in het licht van actuele processen van secularisatie, individualisering en wat we noemen ‘transformatie van religie’: een beweging van godsdienstigheid naar meer individueel beleefde vormen van religieus zijn.
Het zijn deze kenmerken van de samenleving in het algemeen maar ook van de kerk en jeugdcultuur in het bijzonder die aanleiding zijn om de persoon van de catecheet in de schijnwerpers te zetten. Roest deed dat in 1955 in zijn artikel ook.
Gemeenschappen
Tieners van nu zoeken op religieus gebied in toenemende mate naar een eigen persoonlijke spiritualiteit en daarbij steunen ze op input uit allerlei hoek: ouders, de kerk, maar ook muziek, world wide web,
vriendenkring en diverse kerkelijke gemeenten en bewegingen die ‘afgeshopt’ worden. Deze individueel ingekleurde religieuze trektocht betekent echter niet dat er geen enkele sprake meer is van gemeenschappen waarvan jongeren zich onderdeel weten. Het zijn alleen niet meer de kerken en christelijke scholen die als zodanig functioneel voor hen zijn.
De ‘religieuze autoriteit’ (dat wil zeggen een ijkpunt dat men vertrouwt en waaraan men de eigen religieuze ontwikkeling spiegelt en toetst) in hun godsdienstige vorming heeft zich voor een deel verplaatst naar nieuwe gestalten van gemeenschap, zoals ontmoetingen van jongeren op internet of op festivals. Ook op deze plekken weten jongeren zich onderdeel van een gemeenschap. In deze gemeenschappen is ook sprake van een zekere ‘religieuze autoriteit’.
Het aangrijpingspunt voor deze autoriteit is echter niet gelegen in de institutie (de kerk, de dominee) maar is veel meer intersubjectief bepaald. Deze autoriteit is besloten in het religieuze debat onder jongeren en de gemeenschappelijke taal die daarin wordt gesproken en een of een klein aantal religieuze voorbeeldfiguren die populair zijn onder jongeren in deze gemeenschap.
Houvast bieden
Wat betekenen deze observaties nu voor de catechese aan jongeren in de plaatselijke gemeente? Het betekent mijns inziens vooral iets voor de persoon van de catecheet. In de eerste plaats heeft hij of zij een bijzondere verantwoordelijkheid om jongeren houvast te bieden in het omgaan met en verwerken van diverse opvattingen en belevingen waarmee zij om hen heen te maken hebben. Hij of zij heeft er een mooie taak aan om deze in verband te brengen met de bestudering van Gods Woord en de traditie van de eigen lokale geloofsgemeenschap.
In de tweede plaats kan de catecheet als vertegenwoordiger van een oudere generatie binnen de lokale gemeente een unieke bijdrage leveren aan de geloofsontwikkeling van jongeren.
Veel alternatieve gemeenschappen van jongeren zijn namelijk sterk op de eigen generatie georiënteerd. De christelijke gemeenschap is echter een gemeenschap van verschillende generaties waarin kinderen, jongeren, jongvolwassenen en ouderen allen een eigen aandeel hebben. De gezonde autoriteit die van volwassenen mag worden verwacht in de ondersteuning van de geloofsontwikkeling van jongeren, krijgt in de voorgestelde alternatieve gemeenschappen onvoldoende ruimte. Op dat punt liggen er dus kansen voor de catechese.
Verwerken van indrukken
Daar komt bij dat de ‘religieuze autoriteit’ in veel alternatieve gemeenschappen overgeleverd zijn aan het debat en daarmee afhankelijk van de deelnemers aan dat debat. Die deelnemers kunnen vandaag anderen zijn dan morgen, waardoor een zekere discontinuïteit ontstaat in welke opvattingen ten aanzien van geloof en christen zijn waardevol zijn en welke niet.
Jongeren gaan ten langen leste gebukt onder deze discontinuïteit: ze worden moe van het steeds weer opnieuw positie bepalen en voelen zich verloren in een omgeving waarin anderen ook steeds wisselende posities innemen. De catecheet kan houvast bieden aan jongeren bij het plaatsen en verwerken van deze verschillende indrukken, opvattingen en belevingen ten aanzien van het geloof en de praktijk van het christen zijn.
Voor mij zijn dit belangrijke overwegingen om de waarde en de kracht van de lokale kerkgemeenschap voor jongeren voor het voetlicht te halen. En in het bijzonder een wijze van catechese die aan deze waarde gestalte geeft waarbij de persoon van de catecheet een cruciale rol speelt.
Vanuit een onderwijskundig perspectief kan deze stelling verder ingekleurd worden door bij de vormgeving van catechese aan jongeren uit te gaan van een meester-gezel-leerling model. Daar wil ik in een volgend artikel uitgebreider bij stilstaan.
Jos de Kock
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 2010
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's