De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gemeenschap

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gemeenschap

7 minuten leestijd

O p Palmzondag wordt in veel gemeenten openbare belijdenis van het geloof afgelegd. Die belijdenis strekt verder dan het puur persoonlijke en raakt ook de gemeenschap van de kerk. De nieuwe belijdende leden spreken uit te willen meewerken aan de opbouw van de gemeente in de gemeenschap van de Protestantse Kerk in Nederland. Tegelijk staat de gemeente (letterlijk) om hen heen. Zij die ja hebben gezegd worden aanbevolen in de liefde en zorg ‘als leden die met ons één zijn in Jezus Christus’. Maar hoe staat het eigenlijk met de gemeenschap binnen de gemeente?

In De Reformatie, dat verschijnt in gereformeerd-vrijgemaakte kring en een nieuwe, frisse lay-out kreeg, schrijft drs. Bas Luiten over de gemeenschap van de kerk. De kerk is schepping en woning van de Geest, ze kent een grote diversiteit die echter niet zonder problemen is.

Nergens in de maatschappij kom je een organisatie tegen waarin vier generaties actief zijn. Dat is bij mensen onmogelijk, maar mogelijk bij God; dit vindt Hij mooi! Door zijn heilige Geest maakt Hij ons tot een groot gezin, waarin de groten en de kleinen tot een broer en een zus voor elkaar zijn. Daarmee komt vanzelf mee dat er in de kerk veel verschillen zijn, een grote diversiteit aan voorkeur en afwijzing. Wat de één aanspreekt, is de ander een gruwel. Wat de één aantrekt, stoot de ander af. Wat de één wil, stuit op verzet bij de ander. Het kost geen enkele moeite om daarmee gesprekken en zelfs kerkenraadsvergaderingen te vullen. Toch is er vooral eenheid door de heilige Geest (Efeziërs 4:16). Het is de kunst om die te herkennen en te benoemen bij alles wat zich aandient. We worden opgeroepen om aandacht te schenken alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, kortom alles wat uit de heilige Geest is (Filippenzen 4:8, 9). Voorwaarde daarbij is niet dat het aansluit bij wat je zelf zou wensen. Als je leert van die voorwaarde af te zien, kun je onbevangen in elkaar herkennen wat uit de Geest van God is, ondanks verschil in leeftijd, ervaring en cultuur. Dan leer je dat ook zeggen om elkaar te bemoedigen en te stimuleren. (…)

Schets ik nu een ideaalbeeld van de kerk dat niet strookt met de realiteit? Het valt te vrezen dat de praktijk ons tot die conclusie dwingt. Want de kerk is niet alleen van God, zij is ook van mensen. (…)

Je kunt oplopen tegen botte geldingsdrang en domme jaloezie, doordat de een zich met de ander vergelijkt en de ontvangen gaven niet bij elkaar opgeteld worden. Waar mensen samenleven en samenwerken kom je allerlei kleingeestigheid tegen. Je zou er de moed door verliezen. Daarom is van veel belang dat wij de kerk geloven. Wij kunnen haar niet verklaren, niet overzien en niet doorzien. Zoals zelfs de allerheiligste nog maar een klein begin in zich heeft van de nieuwe gehoorzaamheid, zo vertoont ook de meest heilige gemeente nog maar pril begin van de gezindheid van haar Heer! De kerk is niet verder dan wij zelf zijn. Toch is dat prille begin veelbelovend, omdat het uit God is! We worden tot een geestelijk huis waarin God toch al wil wonen, terwijl het nog lang niet aan zijn heerlijkheid voldoet.

Als Hij hier zijn kan, kunnen wij het zeker ook. Inspirerend kerk zijn is: leren vertrouwen op de heilige Geest die verrassend trouw is! Hij leert ons bouwen, niet op wat wij hier en nu ervaren, maar op het getuigenis van apostelen en profeten: deze kerk is van Jezus Christus!

De hoop die in deze laatste zinnen doorklinkt proef je ook in het portret dat het Christelijk Weekblad (5 maart) schetst van de Adriaen Janszkerk te Rotterdam, waaraan ds. CorBert de Rooij verbonden is. Een kleine gemeente in IJsselmonde die bijna ter ziele was. In 2003 besloot de IZB voor het eerst een predikantsplaats te subsidiëren om de gemeente te revitaliseren en een

missionair project van de grond te krijgen. In de achterliggende jaren is er een ‘welkome houding’ gegroeid naar iederéén.

‘Die grondhouding miste de gemeente voorheen, en dat geldt voor veel kerken’, signaleert De Rooij. ‘Je merkt bijvoorbeeld in veel dorpsgemeenten dat mensen vrij stellig menen te weten hoe de ander is. Mensen worden in hokjes ingedeeld: ‘die is niks, die is hervormd, die is gereformeerd’; je hebt allerlei gradaties. En dat stempel houd je dan je hele leven. In de stad leeft dat hokjesdenken ook: ‘die is zwart, die gaat naar Feijenoord’, en zelf behoor je dan tot dat fijne selecte groepje gelovigen.’

‘Als kerk moet je er diep van doordrongen zijn dat God net zo goed met de ander bezig is als met jou’ benadrukt De Rooij. ‘Als je met veel respect gaat kijken hoe God met anderen bezig is, gaat er iets gebeuren. Voortdurend zag en zie ik daar voorbeelden van.’

In het infobulletin van Evangelie & moslims (maart) beschrijft Cees Rentier ook heel mooi wat de Geest van God vermag en hoe hokjesdenken in de kerk wordt doorbroken. Mustafa was nog maar vier jaar eerder tot geloof gekomen en gedoopt toen hij ouderling werd van de hervormde gemeente van Kampen.

Vanuit zijn Turkse achtergrond is de gemeenschap erg belangrijk. Daarom grijpt hij elke kans aan om met gemeenteleden samen te zijn en over Jezus te kunnen spreken, de Bijbel beter te Ieren kennen en samen te bidden. Hij volgt een Bijbelkring, doet mee met een wekelijkse gebedskring en is bij bijna iedere kerkelijke activiteit te vinden. Hij zoekt in zijn werk een nieuwe uitdaging en solliciteert ook bij de politie. ‘Dat is immers werk waarbij je je kunt inzetten voor de gemeenschap.’ Dat gaat niet door en als hij zich op de Bijbelkring hardop afvraagt of hij niet iets in de kerk moet gaan doen, duurt het niet lang of de kerkenraad vraagt hem of hij ouderling wil worden.

‘Die acht jaar als ouderling hebben veel voor mij betekend’, zegt Mustafa. ‘Wat ik leerde op de Bijbelkring, kon ik zo ook in de praktijk brengen. De Heilige Geest dreef me bij het werk. Ik bad God dat

Hij mij bij deze hele nieuwe weg niet beschaamd zou laten uitkomen en God heeft mij gezegend. Op de eerste kerkenraadsvergadering schoven ze meteen een hele stapel papier naar me toe om te lezen. Dat doe ik niet, heb ik toen gezegd. Ik wil alleen met de Bijbel werken en onbevooroordeeld bij mensen komen.’

Ds. Verboom, zijn wijkpredikant, bevestigt dat: ‘Hij had een heel positief effect op ons als kerkenraad en als gemeente. Hij hield niet van ons hokjesdenken, onze regeltjes en tradities. Hij hielp ons bij de kern van het geloof te blijven en benadrukte dat we het geloof helder moesten doorgeven, met name ook aan jongeren.’ (…)

Veel anderen die vanuit een moslimachtergrond tot geloof kwamen, vinden het moeilijk zich thuis te voelen in de kerk. Mustafa kan dat wel begrijpen. Toch wil hij hen bemoedigen om daar niet in te berusten. ‘Iedereen moet een stapje doen. Zowel de gelovige van moslimachtergrond als de gemeenteleden. Als we allemaal in ons hokje blijven zitten, komen we niet verder.

Christenen moeten leren verder te kijken dan hun eigen kringetje en uitreiken naar andere mensen.’ ‘Vanuit onze Turkse moslimachtergrond hebben we veel vooroordelen over christenen en kerken meegekregen. We moeten daarom de liefde van Christus niet alleen met woorden, maar ook met daden van gastvrijheid en meeleven laten zien.’ (…) We moeten niet tevreden zijn wanneer we zelf naar de kerk kunnen gaan, het evangelie is immers voor iedereen.’

De gemeenschap is dus niet alleen een zaak van geloof en hoop maar wordt ook zichtbaar.

Ik besluit met het diepzinnige beeld van prof.dr. A.A. van Ruler over de kerk als koor, waarin de wederkerigheid van de gemeenschap wordt getekend.

De kerk is een machtig koor, dat in de wereld de lof van de Naam staat te zingen, en als ik geloofsbelijdenis doe, dan ga ik, aarzelend misschien, in de kring van dat koor staan en ik tracht mee te zingen. Maar het is zeer de vraag of ik het ben, die met mijn stem het koor versterk, of dat het het koor is, dat door zijn lied mij staande houdt en draagt.

G. van Meijeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Gemeenschap

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 2010

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's